Wat is UV straling
 
Zonlicht bestaat uit een spectrum van verschillende zichtbare en onzichtbare zonnestralen waarvan de golflengte uiteenloopt van 280-3000 nm.
In een regenboog is het zichtbare deel van de zonnestralen geordend naar de golflengte. Van paars met een korte golflengte naar rood met een lange golflengte. Het infrarood heeft een golflengte die groter is dan die van rood en is niet zichtbaar maar voelen we als warmte wanneer we in het zonlicht staan.

Het ultraviolet of UV heeft een golflengte kleiner dan die van het paars en is niet zichtbaar en voelbaar maar is voor de mens gevaarlijk als we er te
lang in aan worden blootgesteld. Door de atmosfeer rondt de aarde wordt de zonnestraling deels door de ozonlaag, door wolken en door luchtvervuiling geabsorbeerd
 
  Er zijn 3 soorten UV-stralen.

UV-A stralen dringen door in onze huid en worden bijna niet tegengehouden
door de ozonlaag.

UV-B stralen geven een natuurlijke bescherming tegen de zon door verkleuring
en verdikking van de huid.

UV-C stralen bereiken de aarde niet, ze worden vastgehouden in de ozonlaag.

UV heeft in sommige gevallen een positieve uitwerking.
Onder invloed van UV uit zonlicht of bruiningsapparatuur vormen pigmentcellen het bruine huidpigment dat een natuurlijke bescherming geeft tegen het zonlicht.

Onder invloed van UV-B straling wordt vitamine D in ons lichaam aangemaakt.

Ook bij sommige huidaandoeningen (bijvoorbeeld psoriasis) kan UV-straling een positieve uitwerking hebben.

De kracht van de zon wordt wel uitgedrukt in de UV-index, die in Nederland kan variëren van 1 t/m 10.

In landen dichter bij de evenaar en in de bergen kan een hogere UV-index voorkomen. De UV-index is mede bepalend voor adviezen over zonnebaden.

UV heeft in sommige gevallen een positieve uitwerking. Onder invloed van UV uit zonlicht of bruiningsapparatuur vormen pigmentcellen het bruine huidpigment dat een natuurlijke bescherming geeft tegen het zonlicht.

Onder invloed van UV-B straling wordt vitamine D in ons lichaam aangemaakt.
Ook bij sommige huidaandoeningen (bijvoorbeeld psoriasis) kan UV-straling een positieve uitwerking hebben.

 
De risico's van UV-straling
 
Zowel UV-A als UV-B kunnen cellen en erfelijk materiaal beschadigen waardoor huidkanker kan ontstaan.
UV-B vormt hierbij het belangrijkste risico. Hoewel vroeger werd gedacht dat UV-A niet schadelijk was, blijkt UV-A 10 tot20% bij te dragen
aan het kankerrisico. Om zich te beschermen tegen schade aan erfelijk materiaal probeert de huid zich te verdikken ( na UV-B straling).
Pigmentcellen maken de stof melanine aan die de huid bruin kleurt. Dit betekent dus dat als de huid bruin wordt,  er al schade is opgetreden.
Omdat de ozonlaag door milieuvervuiling dunner wordt en minder UV-straling wordt geabsorbeerd, neemt het aantal gevallen van huidkanker toe.

Daarnaast kan de huid onder invloed van UV-A en UV-B verbranden, ook onder de zonnebank. Verbranding gaat gepaard met roodheid en in ernstige gevallen rillingen, blaren, misselijkheid en koorts. Op lange termijn zal de huid haar elasticiteit verliezen, versneld verouderen (pigmentvlekken,
rimpels, leerachtige droge huid) en gevoelig blijven voor jeuk, pukkeltjes etc.

Een zonnesteek ontstaat door langdurig verblijf of lichamelijke arbeid in de zon (met name bij zon in de nek) en gaat gepaard met verwardheid, plotselinge spierzwakte, hoofdpijn en een algemeen hittegevoel. Een zonnesteek is het gevolg van zout en vochtverlies. Met de volgende maatregelen kunt u een zonnesteek voorkomen.

1= draag altijd een hoed of pet met zonneklep.
2= Zoek regelmatig de schaduw op.
3= Zorg voor voldoende vochtinname.
4= Gebruik wat extra zout om een tekort te voorkomen. Zouttabletten worden vaak slecht verdragen,
     gewoon de zoutpot op tafel wat vaker gebruiken is ook voldoende.

Als iemand toch een zonnesteek heeft opgelopen, moet die persoon half zittend in de schaduw worden neergelegd. Maak knellende kleding los en
zorg voor afkoeling door natte doeken op het hoofd te leggen. Laat de patiënt veel drinken en waarschuw altijd een arts.

Bij een zonneallergie ontstaan jeukende bultjes, blaasjes en schilfers op de lichaamsdelen die zijn blootgesteld aan de zon. Meestal verdwijnen de klachten binnen een paar dagen. Indien u weet dat u last heeft van een zonneallergie is het raadzaam om uit de zon te blijven of het licht van de zon tegen te houden met een goede sunblock. Eventueel kan een allergie veroorzaakt worden door een reactie op ingrediënten van het anti-zonnebrandmiddel. Het is raadzaam een ander product te proberen, om te bepalen of dit de oorzaak van de allergie is.

Bij een zonneallergie ontstaan jeukende bultjes, blaasjes en schilfers op de lichaamsdelen die zijn blootgesteld aan de zon. Meestal verdwijnen de klachten binnen een paar dagen. Indien u weet dat u last heeft van een zonneallergie is het raadzaam om uit de zon te blijven of het licht van de zon tegen te houden met een goede sunblock. Deze zijn verkrijgbaar bij uw Kring-apotheek. Eventueel kan een allergie veroorzaakt worden door een
reactie op ingrediënten van het anti-zonnebrandmiddel. Het is raadzaam een ander product te proberen, om te bepalen of dit de oorzaak van de
allergie is.

Een aantal geneesmiddelen kan in combinatie met zonlicht een chemische reactie geven die lijkt op een heftige verbranding. De verbranding beperkt
zich dan tot de delen van de huid die aan de zon zijn blootgesteld. Er bestaat ook een aantal geneesmiddelen dat, in combinatie met zonlicht, een allergische reactie kan geven die lijkt op eczeem. De kans daarop is veel kleiner en hierbij kan de uitslag ook voorkomen op delen van de huid die niet aan het zonlicht zijn blootgesteld.
 
Welke huidtypen zijn er
 
In Afrika bijvoorbeeld is de zon feller dan in Europa. In de loop der tijd heeft de huid van mensen uit o.a.dit werelddeel zich dan ook  aangepast en is in de loop van de evlolutie bruin/zwart geworden waardoor deze mensen beter tegen de zon kunnen dan blank mensen. Of je bruin wordt of niet, is erfelijk bepaald. Op grond van de gevoeligheid van de huid zijn er globaal zes huidtypes te onderscheiden. 
 
 
Huidtype 1
Mensen met huidtype 1 verbranden heel snel en worden bijna niet bruin. Zij hebben een zeer lichte huid, vaak veel sproeten en rood of lichtblond haar en blauwe ogen.

Beschermingsfactor:
Gebruik minimaal beschermingsfactor 18-20 om ongeveer drie uur in de zon door te brengen.
Veiliger is het om factor 30 te gebruiken.
 
 
 
Huidtype 2
Wie huidtype 2 heeft, verbrandt al minder snel dan met huidtype 1. Heb je dit huidtype, dan wordt je langzaam bruin. Zij hebben een lichte huid, blond haar en grijze, groene of lichtbruine ogen.

Beschermingsfactor:
Gebruik minimaal beschermingsfactor 10-12 om ongeveer drie uur in de zon door te brengen.
Veiliger is het om factor 15-20 te gebruiken. 
 
 
   
Huidtype 3
Heb je een licht getinte huid, donkerblond tot bruin haar en vrij bruine ogen? Dan behoor je tot de groep met huidtype 3. Je verbrandt dan niet snel en wordt snel bruin.

Beschermingsfactor:
Gebruik minimaal beschermingsfactor 5-7 om ongeveer drie uur in de zon door te brengen. Veiliger is het om factor 10-15 te gebruiken 
 
 
   
Huidtype 4
Mediterrane types, herkenbaar aan hun meestal getinte huid, donker haar en donkere ogen, verbranden bijna nooit. Ze worden ook snel en makkelijk bruin.

Beschermingsfactor:
Gebruik minimaal beschermingsfactor 4-5 om ongeveer drie uur in de zon door te brengen.
 
 
   
Huidtype 5
Aziatische types, met een donkere huid, donker tot zwart haar en donkere ogen, verbranden nooit en worden snel en makkelijk bruin.

Beschermingsfactor:
Hoeven geen anti zonnebrandmiddelen te gebruiken. 
 
 
 
Huidttype 6
Negroïde types hebben een zeer donkere huid, zwart haar en donkere ogen.
Ze verbranden nooit en bruinen zeer goed.

Beschermingsfactor:
Hoeven geen anti zonnebrandmiddelen te gebruiken. Voor kinderen tot en met 16 jaar is het aan te raden een zonnebrandcrème factor 30 te gebruiken !
 
 
 
Er tussen in:
Het kan overigens zijn dat je tussen twee huidtypes in zit. Ervaring met verbranding van lichaamsdelen, zoals je schouders en je rug, zeggen het meest over je huidtype. Heb je dus snel last van knalrode schouders, ook al heb je geen licht haar, dan is de kans toch groot dat je huidtype 1 hebt. Uiterlijke kenmerken zijn het minst bepalend. Iedereen moet bij het zonnen dan ook rekening houden met z’n huidtype.
Hoe lang kunt u veilig zonnen 
 
Het KNMI drukt de zonkracht uit in de waarden 0 t/m 10, een UV-index die ook in andere landen wordt gebruikt. In landen dichtbij de evenaar en in de bergen kan de zonkracht hogere waarden halen.

In de tabel hieronder staat bij elke waarde een omschrijving van de zonkracht en het aantal minuten zon dat iemand met huidtype 2 dan midden op de dag kan verdragen. De meeste Nederlanders hebben dit huidtype. Iemand die zeer snel verbrandt (huidtype 1) kan 2/3 van het vermelde aantal minuten onbeschermd in de zon verblijven, iemand met huidtype 3 ongeveer 2 maal zo lang en met huidtype 4 ongeveer 3 maal zo lang. 
Zonkracht Omschrijving Niet langer onbeschermd in de zon dan Huid verbrandt
 1 - 2  Vrijwel geen  100 - 50 Minuten
 3 - 4  Zwak  35 - 25 Minuten
 5 - 6  Matig  25 - 15 Minuten  Gemakkelijk
 7 - 8  sterk  15 - 10 Minuten  Snel
 9 - 10 en hoger  zeer sterk  Minder dan 10 Minuten  Zeer snel
 
Het vermelde aantal minuten geldt voor een huid die nog niet gewend is aan de zon. Is de huid gewend dan duurt het iets langer voor deze verbrandt.
U hoeft de getallen niet te onthouden, u kunt ze eenvoudig berekenen met uw persoonlijk zonkracht-getal.

Uw persoonlijk zonkracht-getal
Het aantal minuten dat u verantwoord in de zon kunt verblijven, is gemakkelijk te berekenen. Hieronder staat voor elk huidtype een bijbehorend zonkracht-getal. Alleen dat hoeft u te onthouden. U deelt dit getal door de zonkracht en weet dan het aantal minuten. 
 
Tips voor veilig zonnen
 
1: Geniet van de zon, maar denk aan uw huid

2: Laat de huid voorzichtig wennen aan de zon en voorkom zonnebrand.

3: Zoek tussen 12.00 en 15.00 uur de schaduw op.

4: Draag in de volle zon bij voorkeur een petje of een zonnehoed en kleding.

5: Gaat u lang de zon in? Smeer onbedekte huid dan goed in met een anti-zonnebrandmiddel.
    Vraag bij de drogist of apotheek informatie over de juiste beschermingsfactor.

6: Laat zonnebaden en het gebruik van zonne-apparatuur over aan mensen boven 15 jaar en mensen met huidtype 2, 3 of 4

7: Volg gebruiksinstructies van zonne-apparatuur nauwkeurig op.

8: Vraag in een zonnestudio om persoonlijk advies.

9: Ga uit de zon en zeker niet onder de zonnebank als uw huid vreemd reageert met bijvoorbeeld uitslag,
    jeuk of snelle verbranding. Raadpleeg zo nodig een arts.

10: Bij sommige huidaandoeningen helpt UV-straling, bij andere juist niet. Vraag advies aan een huidarts.

Bronnen: Nederlandse kankerbestrijding, Huidziekten.nl , KNMI