Klimaatclassificatie van Köppen
 
Köppen deelde het klimaat op in vijf hoofdgroepen krijgen ieder een aparte hoofdletter:

A-klimaten - tropische klimaten:

Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C.

B-klimaten of droge klimaten (aride klimaten):

Te weinig neerslag voor boomgroei en permanente rivieren kunnen hier niet hun oorsprong hebben. De classificatie wordt bepaald aan de hand van
de door Köppen gebruikte droogte-index, die uitgaat van de verhouding tussen de jaarlijkse neerslag en de (potentiële) verdamping.

C-klimaten of zeeklimaat (maritieme klimaten):

Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan -3 °C en niet hoger dan 18 °C, gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C

D-klimaten of landklimaten (continentale klimaten):

Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan -3 °C, gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C.

E-klimaten of poolklimaten (polaire klimaten):

Gemiddelde temperatuur van de warmste maand is niet hoger dan 10 °C. Het hele jaar is het iedere maand dus (gemiddeld over 30 jaar) kouder dan 10 °C.

Deze hoofdgroepen worden onderverdeeld in twee of drie subgroepen, gebaseerd op het verloop van neeslag en temperatuur over het jaar.
Iedere groep op ieder niveau krijgt een letter. De 5 hoofdgroepen krijgen ieder een aparte hoofdletter (A t/m E). De 2 kleinere niveaus krijgen ieder
een kleine letter erachter geplakt. Zo kun je bijvoorbeeld een warm maritiem klimaat hebben, met neerslag in alle seizoenen (Cfa). De B- en E-klimaten krijgen ieder nog een hoofdletter als 2e letter. In sommige gevallen word ook een 4e letter toegekend.
 
 
Af - Tropisch regenwoudklimaat:
 
  Het tropisch regenwoudklimaat komt voor in de tropen. De vegetatie binnen de gebieden
waar dit klimaat voorkomt bestaat vooral uit tropisch regenwoud, waar dit klimaattype haar naam aan te danken heeft. Warmte en redelijk veel neerslag zijn de hoofdkenmerken van
het tropisch regenwoudklimaat.Deze klimaatsoort hoort tot de tropische klimaten (A-type).

Kenmerken:

- de gemiddelde etmaaltemperatuur komt iedere maand niet onder de 18°C uit
- de droogste maand van het jaar heeft gemiddeld meer dan 60mm neerslag

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het tropisch regenwoudklimaat komt in landen rond de evenaar voor, zoals Maleisië, Indonesië, Singapore, Brazilië, Suriname, Panama en Filipijnen.
 
Opmerkingen:
Het tropisch regenwoudklimaat is één van de drie tropische klimaten. Dat betekent dat een tropisch klimaat niet altijd een tropisch
regenwoudklimaat hoeft te zijn.
 
 Am - Moessonklimaat:
 
Het moessonklimaat komt voor in de tropen. Net als de andere tropische klimaten (A-type) betreft het een warm klimaat veel neerslag (minimaal duizend millimeter per jaar), minimaal één maand met een gemiddelde maandsom van minder dan 60mm neerslag en een duidelijke natte periode (de moesson). De regenseizoenen dienen afgewisseld te worden met beduidend drogere periodes.

Kenmerken:

- de gemiddelde etmaaltemperatuur komt iedere maand niet onder de 18°C uit
- de droogste maand van het jaar heeft gemiddeld minder dan 60mm neerslag
- er is sprake van (een) regenseizoen(en)
- hoe droger de droogste maand is, des te hoger moet de gemiddelde jaarsom zijn
 
 
Landen en gebieden met dit klimaattype:
Het tropisch regenwoudklimaat komt in landen tussen de keerkringen, zoals Thailand, Brazilië, Venezuela, Kameroen, India, Mexico en Madagaskar.

Opmerkingen:

Het moessonklimaat is één van de drie tropische klimaten. Dat betekent dat een tropisch klimaat niet altijd een tropisch regenwoudklimaat hoeft te zijn. Sommige bronnen geven gebieden met het Am-klimaat ten onrechte de classificatie subtropisch klimaat. 
 
 Aw en As - Tropisch savanneklimaat 
 
  Het tropisch savanneklimaat (ook vaak kortweg savanneklimaat genoemd) komt voor in gebieden in de buurt van de evenaar. Het savanneklimaat is de drogere variant op het
het moessonklimaat. Het savanneklimaat kent een duidelijk droog seizoen en de hoeveelheid neerslag op jaarbasis overschrijdt bij een droogste maand van 60mm de grens van duizend millimeter niet. Bij een droogste maand van 0mm mag er op jaarbasis maar liefst tot maximaal 2500mm neerslag vallen om te voldoen aan de normen voor een Aw of As klimaat. Net als voor alle tropische klimaten geldt dat de gemiddelde maandtemperatuur gedurende het hele jaar niet onder de 18 graden Celsius komt.

Kenmerken:

- de gemiddelde etmaaltemperatuur komt iedere maand niet onder de 18°C uit
- de droogste maand van het jaar heeft gemiddeld minder dan 60mm neerslag
- er is sprake van minimaal één droge periode 
 
 - de gemiddelde jaarsom aan neerslag mag de grens van duizend millimeter niet overschrijden bij een droogste maand van 60mm.
   Naarmate de droogste maand droger is, dan de totale jaarsom aan neerslag hoger zijn tot maar liefst 2500mm bij een droogste maand van
   nul millimeter.
- bij type Aw is er sprake van winterdroogte. Het droge seizoen valt in de periode dat de zon in dit gebied lager aan de horizon staat.
- bij type As is er sprake van zomerdroogte. Het droge seizoen valt in de periode dat de zon in dit gebied hoger aan de horizon staat.
  Dit klimaattype is vrij zeldzaam en komt met name in Sri Lanka en Hawaï voor.

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het tropisch regenwoudklimaat komt voor in savannegebieden, met name in landen tussen de keerkringen, zoals Australië, Cambodja, Kongo, Nigeria, Cuba, India en Sri Lanka .

Opmerkingen:

Het savanneklimaat is één van de drie tropische klimaten. Dat betekent dat een tropisch klimaat niet altijd een tropisch regenwoudklimaat hoeft te zijn. Sommige bronnen geven gebieden met het Aw of As-klimaat ten onrechte de classificatie subtropisch klimaat. 
 
Bs - Steppenklimaat  
 
Het steppeklimaat is een droog klimaat of aride klimaat. De relatie tussen de gemiddelde neerslagsom per jaar en de gemiddelde jaartemperatuur bepaalt of er sprake is van een droog klimaat (type B) in plaats van een A, C of D klimaattype. Door middel van de droogte-index wordt bepaald of een gebied inderdaad tot de B-klimaten behoort en of het een BS (steppeklimaat) of BW (woestijnklimaat) betreft.

Kenmerken:

- bij een warm steppeklimaat (type BSh) komt de gemiddelde jaartemperatuur niet onder
  de 18°C uit
- bij een koud steppeklimaat (type BSk) ligt de gemiddelde jaartemperatuur lager dan 18°C
- er valt per jaar ongeveer 250 tot 500 millimeter neerslag
 
 
Landen en gebieden met dit klimaattype:
Het steppeklimaat komt onder andere voor in Mexico, Verenigde Staten, Marokko, Zuid-Afrika, Argentinië en Australië.

Opmerkingen:

Het steppeklimaat is niet altijd een warm klimaat. Sommige bronnen geven het steppeklimaat ten onrechte de verwarrende titel subtropisch klimaat. 
 
 
Bw - Woestijnklimaat  
 
  Het woestijnklimaat is een droog klimaat of aride klimaat. De relatie tussen de gemiddelde neerslagsom per jaar en de gemiddelde jaartemperatuur bepaalt of er sprake is van een droog klimaat (type B) in plaats van een A, C of D klimaattype. Door middel van de droogte-index wordt bepaald of een gebied inderdaad tot de B-klimaten behoort en of het een BS (steppeklimaat) of BW (woestijnklimaat) betreft. Het woestijnklimaat is in de regel droger dan het steppeklimaat. De gemiddelde neerslagsom op jaarbasis ligt tussen de 0 en 200 millimeter. Kenmerkend voor gebieden waar een woestijnklimaat heerst is dat er regelmatig grote verschillen in temperatuur voor kunnen komen binnen één etmaal.

Kenmerken:

- bij een warm woestijnklimaat (type BWh) ligt de gemiddelde jaartemperatuur hoger dan 18°C
- bij een koud woestijnklimaat (type BWk) ligt de gemiddelde jaartemperatuur lager dan 18°C
 
Landen en gebieden met dit klimaattype:
Het woestijnklimaat komt vooral voor in het noordelijke deel van Afrika (Sahara woestijn), het Midden-Oosten, China, het centrale deel van Australië en sommige gebieden binnen Mexico en het zuidwesten van de Verenigde Staten.

Opmerkingen:

Het woestijnklimaat hoeft niet persé te betekenen dat het een gebied betreft met extreme warmte. Hoewel de associatie woestijn en hitte voor veel mensen vanzelfsprekend is kan het in veel woestijngebieden sneeuwen en vriezen tijdens de koelste maanden.  
 
Cf - Zeeklimaat  
 
Het zeeklimaat is een klimaat dat onder sterke invloed van een nabijgelegen zee of oceaan staat. Neerslag valt er gedurende het hele jaar met weinig uitschieters. Er is dus geen sprake van een duidelijk droge periode of een regenseizoen. De hoeveelheid regen op jaarbasis moet boven een grens liggen die bepaald wordt door de droogte index, een formule op basis van neerslag en temperatuur. Verder moet de koudste maand een gemiddelde maandtemperatuur hebben die onder de 18 graden Celsius ligt, want anders zou er sprake zijn van een tropisch klimaat (A-type).

Kenmerken:

- de droogste maand telt gemiddeld meer dan 30mm neerslag op maandbasis
- de gemiddelde maandtemperatuur moet minimaal één maand per jaar onder de
  18 graden Celsius liggen
- volgens de droogte-index valt er voldoende regen om niet tot de droge of
  aride klimaatsoorten te behoren (B-types)

Onderverdeling

- warm zeeklimaat (type Cfa): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde
  maandtemperatuur van minimaal 22 graden Celsius
- gematigd zeeklimaat (type Cfb): de warmste maand van het jaar heeft een
  gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan 22 graden Celsius
- koel zeeklimaat (type Cfc): het aantal maanden waarbij de gemiddelde maandtemperatuur
  10 graden Celsius of hoger is mag niet hoger zijn dan vier maanden.

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Zeeklimaten komen vooral voor langs de westkust van sommige continenten en in Zuidoost-Australië en Tasmanië, maar onder bepaalde omstandigheden kan een zeeklimaat ook meer
 
 
 
 landinwaarts en in tropische streken voorkomen, zoals bijvoorbeeld het geval is in Mexico-Stad. In Noord-Amerika hebben vooral de westelijke delen van de staten Oregon en Washington, sommige kustdelen van Alaska, het uiterste noordwesten van Californië en het westen van Brits-Columbia een duidelijk zeeklimaat (met betrekking tot deze gebieden wordt doorgaans van een oceanisch klimaat gesproken). In Zuid-Amerika is het zeeklimaat minder overheersend en hoofdzakelijk beperkt tot geïsoleerde gebieden in het midden van Argentinië, het zuiden van Chili en delen van Brazilië.

Van alle continenten heeft Europa echter het meest uitgesproken zeeklimaat, dat tot diep in het vasteland merkbaar is. Pas in de buurt van Wenen begint de overgang naar het Europese landklimaat. Het Europese zeeklimaat overheerst vooral in Nederland, België, het noorden en westen van Frankrijk, het westen en noordwesten van Duitsland, het noorden van Spanje en het uiterste noorden van Portugal, het zuidwesten van Noorwegen en delen van Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en het noorden van Turkije.

België en Nederland

Voor zowel Nederland als België geldt dat het klimaat sterk beïnvloed wordt door de warme Golfstroom in de nabijgelegen Atlantische Oceaan,
die ook de Noordzee opwarmt, en de overheersende westelijke tot zuidwestelijke winden. De warme golfstroom zorgt ervoor dat het Noordzeewater
's winters niet veel kouder wordt dan circa 5 °C. De laagste temperatuur wordt daarbij pas bereikt in maart. Als gevolg hiervan zijn de temperatuurverschillen tussen zomer en winter aan de kust nog kleiner dan in bijvoorbeeld Limburg en Oost-Gelderland.

Opmerkingen:

Het zeeklimaat komt ook voor in landen die niet direct aan een zee of oceaan grenzen. Door de geografische ligging en hoogteverschillen kunnen
ook gebieden die meer dan duizend kilometer landinwaarts liggen een zeeklimaat kennen. In vergelijking tot de landklimaten zijn de contrasten in temperatuur veel kleiner, zowel binnen één etmaal als tussen de verschillende seizoenen. Andere benamingen voor de zeeklimaten zijn maritiem klimaat, regenklimaat en oceanisch klimaat.   
 
Cs - Mediterraan klimaat 
 
  Het mediterraan klimaat is een klimaat dat onder sterke invloed van een nabijgelegen zee of oceaan staat. Bij een mediterraan klimaat is er sprake van een aanzienlijk verschil tussen de droogste en de natste maand, de neerslag valt dus niet gelijkmatig verspreid over het jaar. De hoeveelheid regen op jaarbasis moet boven een grens liggen die bepaald wordt door de droogte index, een formule op basis van neerslag en temperatuur. Verder moet de koudste maand een gemiddelde maandtemperatuur hebben die onder de 18 graden Celsius ligt, want anders zou er sprake zijn van een tropisch klimaat (A-type).

Kenmerken:

- de droogste maand telt gemiddeld minder dan 30mm neerslag op maandbasis
- de natste maand in de winter telt gemiddeld minimaal 3 keer zoveel neerslag dan de
  droogste maand in de zomer
 
- de gemiddelde maandtemperatuur moet minimaal één maand per jaar onder de 18 graden Celsius liggen
- volgens de droogte-index valt er voldoende regen om niet tot de droge of aride klimaatsoorten te behoren (B-types)

Onderverdeling:

- warm mediterraan klimaat (type Csa): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minimaal 22 graden Celsius
- gematigd mediterraan klimaat (type Csb): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan
  22 graden Celsius

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het mediterraan klimaat komt vooral langs de Middellandse Zee in bijvoorbeeld Spanje, Frankrijk, Italië, Kroatië, Griekenland, Turkije, Libanon, Libië, Algerije en Marokko. Verder vind je dit klimaat op de Canarische Eilanden, in Australië, Zuid-Afrika, Chili, Argentinië, Colombia, Mexico en de Verenigde Staten (westkust).

Opmerkingen:

Het mediterrane klimaat vind je vooral, maar niet uitsluitend, langs de Middellandse Zee. Vandaar dat de term Middellandse Zeeklimaat ook veel gebruikt wordt in beschrijvingen van het klimaat binnen gebieden waar dit voorkomt. In tegenstelling tot het zeeklimaat vind je de gebieden waar mediterrane klimaten heersen in de regel wel binnen een straal van maximaal vijfhonderd tot duizend kilometer van de zee. Verder landinwaarts is er meestal een overgang naar een zeeklimaat.  
 
Cw - China klimaat 
 
Van alle gematigde klimaten (C-types) is het chinaklimaat wat betreft neerslag de meest extreme variant. Het chinaklimaat kenmerkt zich door de natte zomers. De natste zomermaand moet een gemiddelde neerslaghoeveelheid hebben die minimaal tien keer zo veel is als de hoeveelheid die in de droogste wintermaand gemiddeld geregistreerd wordt.
Het chinaklimaat vind je onder andere maar niet alleen in China. De lange en natte zomers zouden zeer geschikt zijn voor het verbouwen van onder andere rijst.

Kenmerken:

- de natste maand in de zomer telt gemiddeld minimaal 10 keer zoveel neerslag dan de
  droogste maand in de winter
- de gemiddelde maandtemperatuur van de koudste maand moet onder de 18° C liggen
- de gemiddelde maandtemperatuur van de koudste maand moet boven de -3° C liggen
 
 
- minimaal één maand per jaar moet een gemiddelde maandtemperatuur van ten minste 10° C hebben

Onderverdeling:

- warm chinaklimaat (type Cwa): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minimaal 22 graden Celsius
- gematigd chinaklimaat (type Cwb): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan 22 graden Celsius

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het chinaklimaat vind je onder andere in China, Zuid-Korea, Myanmar, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Brazilië, Argentinië, Mexico en Guatemala.

Opmerkingen:

Het warme chinaklimaat (type Cwa) wordt ook wel gematigd savanneklimaat genoemd.
 
D - Land klimaat  
 
  Een landklimaat of continentaal klimaat is in tegenstelling tot een zeeklimaat een klimaat
met extreme temperaturen in zomer en winter.

Landklimaat komt voor in bijvoorbeeld Rusland, Oekraïne, Kazachstan, Mongolië,
de Verenigde Staten, Canada, Armenië etc. Het zijn gebieden die ver landinwaarts liggen, waar matigende invloeden van oceanen zeer klein zijn. Doordat de relatief droge landoppervlakken makkelijk opwarmen en afkoelen worden de temperaturen in de zomer extreem hoog, en in de winter extreem laag.

Volgens de klimaatclassificatie van Köppen is het landklimaat een D-klimaat, eventueel
nader aan te duiden als Df, Dw, of Ds-klimaat.
 
Df - Land klimaat  
 
Kenmerken:
- beperkte of geen invloed van grote waterpartijen
- grote variaties in temperaturen
- neerslag gedurende het hele jaar

Onderverdeling:

- warm landklimaat (type Dfa): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minimaal 22 graden Celsius
- gematigd landklimaat (type Dfb): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan 22 graden Celsius
- koel landklimaat (type Dfc): de gemiddelde maandtemperatuur komt maximaal 4 maanden boven de 10 graden Celsius uit
- koud landklimaat (type Dfd): de koudste maand heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan min 38 graden Celsius

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het landklimaat type Df vind je onder andere in Rusland, Scandinavië, Oost-Europa en Kazachstan.

Opmerkingen:

Een landklimaat hoeft niet per definitie landinwaarts te liggen. Sommige kustgebieden van Oost-Azië, Noord-Europa en Canada kennen ook een landklimaat. Landklimaten vind je alleen maar op het noordelijk halfrond. 
 
Ds - Land klimaat  
 
Kenmerken:
- beperkte of geen invloed van grote waterpartijen
- grote variaties in temperaturen
- droge zomers

Onderverdeling:

- warm landklimaat (type Dsa): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minimaal 22 graden Celsius
- gematigd landklimaat (type Dsb): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan 22 graden Celsius
- koel landklimaat (type Dsc): de gemiddelde maandtemperatuur komt maximaal 4 maanden boven de 10 graden Celsius uit
- koud landklimaat (type Dsd): de koudste maand heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan min 38 graden Celsius

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het landklimaat type Ds is vrij zeldzaam. Je vind het onder andere in het centrale deel van Turkije en op de Spaanse hoogvlakte.

Opmerkingen:

Landklimaten vind je alleen maar op het noordelijk halfrond.
 
Dw - Land klimaat  
 
Kenmerken:
- beperkte of geen invloed van grote waterpartijen
- grote variaties in temperaturen
- droge winters

Onderverdeling:

- warm landklimaat (type Dwa): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minimaal 22 graden Celsius
- gematigd landklimaat (type Dwb): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan 22 graden Celsius
- koel landklimaat (type Dwc): de gemiddelde maandtemperatuur komt maximaal 4 maanden boven de 10 graden Celsius uit
- koud landklimaat (type Dwd): de koudste maand heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan min 38 graden Celsius

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het landklimaat type Dw vind je onder andere in China, Rusland en Japan.

Opmerkingen:

Een landklimaat hoeft niet per definitie landinwaarts te liggen. Sommige kustgebieden van Oost-Azië, Noord-Europa en Canada kennen ook een landklimaat. Landklimaten vind je alleen maar op het noordelijk halfrond. 
 
Et - Toendra klimaat  
 
Het toendraklimaat komt vooral, doch niet alleen voor op de toendra, waardoor het de naam toendraklimaat gekregen heeft. Het toendraklimaat behoort tot de koude E-klimaten en kenmerkt zich door een hoogste gemiddelde maandtemperatuur die boven het vriespunt ligt maar de grens van tien graden Celsius niet ontstijgt. Behalve op de toendra komt deze klimaatsoort ook voor in overgangsgebieden tussen het landklimaat en het hooggebergteklimaat. Het toendraklimaat begint dan waar de boomgrens ophoudt.

Kenmerken:

- de warmste maand heeft een gemiddelde maandtemperatuur tussen 0 en 10°C
- de koudste maand heeft een gemiddelde maandtemperatuur beneden de -3°C
 
 
Landen en gebieden met dit klimaattype:
Het toendraklimaat komt in ruime mate voor boven de noordpoolcirkel, in landen zoals Groenland, Noorwegen, Finland, Canada en Rusland. Het toendraklimaat komt verder voor in berggebieden in Chili, Argentinië, Bulgarije, Roemenië, Zwitserland, Frankrijk en het uiterste noorden van Spanje.

Opmerkingen:

Door de lange periodes met vorst en sneeuw kennen de meeste gebieden met een toendraklimaat een bodemlaag die permanent bevroren is
(het zogenaamde permafrost).
 
Ef - IJS klimaat  
 
Het ijsklimaat is een koud klimaat dat vooral voorkomt op de Noordpool en de Zuidpool. Gebieden met een ijsklimaat kennen twaalf maanden per
jaar met een gemiddelde maandtemperatuur die onder het vriespunt ligt. In de warmste maanden kan de temperatuur overdag echter wel sporadisch boven het vriespunt uitkomen, zolang de gemiddelde dagtemperatuur over de hele maand maar onder de nul graden grens blijft.

Kenmerken:

- de warmste maand heeft een gemiddelde maandtemperatuur lager dan 0°C
- de koudste maand heeft een gemiddelde maandtemperatuur beneden de -3°C

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het ijsklimaat komt voor op de Noordpool, Antarctica, het binnenland van Groenland en sommige delen van de Alpen en de Himalaya.

Opmerkingen:

Het ijsklimaat wordt ook wel sneeuwklimaat genoemd.
 
Eh - Hooggebergte klimaat  
 
Het hooggebergteklimaat komt zoals uit de naam al blijkt voor in hooggebergten, zoals bijvoorbeeld de Himalaya en de Alpen. Deze klimaatsoort wordt niet door alle klimatologen erkend wat vooral veroorzaakt wordt door het feit dat er geen duidelijke grenzen bestaan die dit klimaat zich laten onderscheiden van de koude landklimaten en het toendraklimaat (type ET). Typerend voor gebieden die de classificatie EH krijgen is dat ze overwegend koud tot zeer koud zijn, vaak grote hoeveelheden neerslag te verwerken krijgen die vooral in de vorm van sneeuw valt en dat de temperatuur een groot deel van het jaar onder de 0 graden Celsius ligt. De grond is dan ook vaak gedurende het hele jaar bevroren en niet zelden bedekt met eeuwige sneeuw of ijs. Op plekken die een hooggebergteklimaat kennen is geen boomgroei meer.
Het grote verschil tussen het EH-klimaat en het toendraklimaat (ET) is dat er grote fluctuaties in de temperatuur plaats kunnen vinden. Door inversie is een plotselinge weersomslag goed mogelijk, wat in sommige gevallen levensbedreigend kan zijn.

Landen en gebieden met dit klimaattype:

Het hooggebergteklimaat komt voor in hooggebergten zoals de Alpen, het Andes gebergte, de Himalaya, de Rocky Mountains en het Tibetaans Hoogland.

Opmerkingen:

Het hooggebergteklimaat wordt ook wel eens H-klimaat in plaats van EH-klimaat genoemd.

Bronnen: Wikipedia, Landen.net, Universiteit Melbourne,