De Bos atlas van het klimaat
 
Het begrip "weer" gebruiken we om de toestand van de atmosfeer te beschrijven op een bepaald ogenblik. Indien we "het klimaat" beschrijven kijken we naar de karakteristieken van het weer over een lange periode op een bepaalde plaats of voor een regio. Het klimaat van een plaats of regio wordt niet alleen bepaald door gemiddelden (bijvoorbeeld temperatuur of uren zonneschijn) maar ook door afwijkingen van deze gemiddelden (extremen) en de kans dat deze afwijkingen voorkomen.
 
Voor de derde maal een met medewerking van het KNMI uitgeven klimaatatlas:
De Bosatlas van het klimaat.  De atlas bevat onder andere Nederland kaarten met gemiddelden en extreme waarden van temperatuur, neerslag, wind en talrijke andere weergrootheden. De middeling werd zoals te doen gebruikelijk uitgevoerd over een periode van 30 jaar, naar aanbevelingen van de Wereld Meteorologische Organisatie
uit 1958. dvak waarin de gebruikte weerwaarnemingen werden verricht, strekt zich uit van 1981 tot en met 2010; het boekwerk lag dus, geheel volgens de eisen van het huidige tijdsgewricht, reeds een half jaar na de binnenkomst van de laatste weergegevens in de winkel.  

De vorige atlas toonde de gemiddelden over 1971-2000 en verscheen in 2002.
Die productietijd steekt nog altijd zeer gunstig af tegen de tijd die nodig was om te komen tot de eerste uitgave over 1931-1960; de op dat tijdvak gebaseerde Klimaatatlas van Nederland verscheen namelijk twaalf jaar na dato in 1972.
 
 
De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) heeft standaard tijdvakken gedefinieerd van 30 jaar waarover "langjarige gemiddelden"of "normalen" worden berekend. Het laatste 30-jarige tijdvak waarover normalen zijn berekend was 1961-1990, het volgende officiële WMO-tijdvak waarover normalen zullen worden berekend is
1991-2020.  Vele nationale meteorologische instituten, waaronder het KNMI, berekenen echter ook tussentijds
om de tien jaar nieuwe normalen.

In de tabellen vind u voor De Kooy de langjarige gemiddelden en extremen over het tijdvak 1981-2010.
Bovendien zijn voor een aantal elementen landelijke kaartjes beschikbaar.

In dit boek wordt het klimaat van Nederland beschreven aan de hand van langjarige gemiddelden (normalen) en extremen gemeten op KNMI-stations over het tijdvak 1981-2010. De stations zijn een combinatie van 15 bemande stations, waar ieder uur van het etmaal waarnemingen en metingen werden verricht, en 9 klimatologische stations,
de zogenaamde termijnstations, waar een meet- en waarnemingsprogramma werd uitgevoerd op dagbasis.

Omstreeks 1990 kwamen de termijnstations te vervallen of werden vervangen door automatische waarneemstations. Waar mogelijk werd de locatie van het onbemande automatische station zodanig gekozen dat deze representatief was voor de locatie van het termijnstation. In dat geval kon zowel de naam als de meetreeks worden gecontinueerd.

Onderdeel van het boek vormt een cdrom met decade-, maand-, seizoen- en jaarnormalen, standaardafwijkingen en extremen. Tevens zijn op de cdrom alle in het boek afgebeelde kaarten, grafieken en figuren opgenomen.

Bron: KNMI nemingen en metingen werden verricht, en 9 klimatologische stations, de zogenaamde termijnstations, waar een meet- en waarnemingsprogramma werd uitgevoerd op dagbasis.

Omstreeks 1990 kwamen de termijnstations te vervallen of werden vervangen door automatische waarneemstations. Waar mogelijk werd de locatie van het onbemande automatische station zodanig gekozen dat deze representatief was voor de locatie van het termijnstation. In dat geval kon zowel de naam als de meetreeks worden gecontinueerd.

Onderdeel van het boek vormt een cdrom met decade-, maand-, seizoen- en jaarnormalen, standaardafwijkingen en extremen. Tevens zijn op de cdrom alle in het boek afgebeelde kaarten, grafieken en figuren opgenomen.

Bron: KNMI