Normen voor smog
 
De regels om smog te bestrijden staan in de Smogregeling 2001. De regeling en het bijbehorende draaiboek beschrijven de hoeveelheid smog (van geen of geringe smog tot ernstige smog), welke instanties de smogconcentraties moeten vaststellen en welke instanties er wanneer actie moeten ondernemen. Ook geven de regeling en het draaiboek aan wanneer en hoe burgers en maatschappelijke organisaties op de hoogte moeten worden gesteld van de smog.

Smogconcentraties of -niveau's worden vastgesteld op basis van grenswaarden en alarmdrempels van de Europese Unie (EU) voor bepaalde stoffen. Dit is vastgelegd in de Eerste Dochterrichtlijn voor luchtkwaliteit en de Ozon richtlijn.

Grenswaarden zijn maximale niveau's waaraan de luchtkwaliteit moet voldoen, uitgedrukt in de concentratie van de luchtverontreinigende stof in microgram per kubieke meter. Grenswaarden gelden voor zwaveldioxide (350 microgram per kubieke meter lucht), stikstofoxiden (200 µg/m3)
en fijn stof (50 µg/m3).

Alarmdrempels geven de smogconcentraties aan waarbij, bij kortstondige overschrijding, risico's voor de gezondheid van de mens ontstaan. Alarmdrempels gelden voor zwaveldioxide (500 µg/m3), stikstofdioxide (400 µg/m3) en fijn stof (200 µg/m3).

Voor ozon is ook de informatiedrempel van belang. Deze drempel geeft de concentratie ozon aan waarboven de overheid gevoelige personen moet informeren. De informatiedrempel voor ozon bedraagt 180 µg/m3.
 
 Stoffen  geen of geringe smog  matige smog  ernstige smog
 ozon (uurgemiddelde)  minder dan 180 µg/m3  180-240 µg/m3  meer dan 240 µg/m3
 zwaveldioxide (uurgemiddelde)  minder dan 350 µg/m3  350-500 µg/m3  meer dan 500 µg/m3 (3 uur achtereen)
 stikstofdioxide (uurgemiddelde)  minder dan 200 µg/m3  200-400 µg/m3  meer dan 400 µg/m3 (3 uur achtereen)
 fijn stof (daggemiddelde  minder dan 50 µg/m3  50-200 µg/m3  meer dan 200 µg/m3
 
Er is al sprake van matige smog als van een stof de concentratie voor matige smog wordt gehaald. Hetzelfde geldt voor ernstige smog. Dus als de concentratie ozon boven de 240 microgram per kubieke meter ligt en die van de andere stoffen onder de 200 ligt, dan is sprake van ernstige smog. 

Wat zijn smogniveaus?

Smogniveaus zeggen iets over ernst van de smog. De niveaus zijn vastgelegd in de Smogregeling. Daarbij is ook aangegeven welke maatregelen moeten worden genomen.

Geen of geringe smog:
alleen extra gevoelige mensen en kinderen kunnen klachten krijgen

Matige smog:

met name gevoelige mensen, mensen met aandoeningen aan de luchtwegen, mensen met hart- en vaatziekten en mensen die zich zwaar inspannen in de buitenlucht kunnen klachten krijgen

Ernstige smog:

klachten van risicogroepen worden ernstiger. Klachten kunnen optreden bij de hele bevolking. Burgers kunnen worden aangeraden om ramen te sluiten en zich buiten niet lichamelijk (zwaar) in te spannen. Evenementen in de buitenlucht waar veel mensen op af komen kunnen afgelast worden.

Hoe weet u wanneer er smog is?

Op NOS-Teletekst pagina 711 staat informatie over smogconcentraties. Bij matige of ernstige smog wordt aangegeven hoeveel smog er in welke gebieden is. Pagina 712 geeft in dat geval aanvullende informatie, zoals adviezen voor risicogroepen. Op de internetsite van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) staan de metingen van de meetstations.

Bij matige of ernstige smog geven het RIVM en de provincies via teletekst, radio of televisie aan wat de smogconcentratie zijn en wat burgers moeten doen om gezondheidsklachten te voorkomen.

Bron: VROM