Ozon op leefniveau
 
Bij mooi zomerweer kan de concentratie ozon flink oplopen, een enkele keer zelfs tot het alarmniveau (240 µg/m3).
Hoe ontstaat ozon, en hoe kunnen we hoge concentraties voorkomen?

Smog versus ozonlaag

Ozon is een schadelijke stof bij inademen. Daarom moet de concentratie ozon op leefniveau zo laag mogelijk zijn. Een ander verhaal is de
ozonlaag in de stratosfeer op een ruime 10 km hoogte. Deze laag houdt UV-licht (straling) tegen en beschermt ons daarmee tegen verbranden.
Er is nauwelijks uitwisseling van ozon tussen de ozonlaag en ons leefniveau. De ozon die op leefniveau geproduceerd wordt kan dus niet gebruikt worden voor de aanvulling van de ozonlaag, omgekeerd kan alleen hoog in de bergen bij sommige weerssituaties de ozonconcentratie wat hoger
zijn door ozon uit de ozonlaag.

Hoe ontstaat Ozon

Ozon ontstaat van nature in de atmosfeer onder invloed van elektrische ontladingen (zoals tijdens onweer) en door ultraviolette straling met een golflengte onder 240 nm UV-C ligt van de zon in de bovenste lagen van de atmosfeer (de stratosfeer).  Op deze hoogte is ozon een zeer gewenst
gas, omdat het daar de schadelijke ultraviolette straling van de zon tegenhoudt ('de ozonlaag') volgens de reactievergelijkingZonder deze ozonlaag zou meer UV-C licht het aardoppervlak bereiken, waardoor en meer huidkanker en aantasting van chlorofyl en micro flora zoals kleinere organismen bijvoorbeeld plankton zou optreden.

De ozonlaag kan worden aangetast door synthetisch gefabriceerde gassen, zoals drijfgassen uit spuitbussen en hulpgassen uit koelkasten en airconditioning systemen. Met name de diverse CFK's (chloor-fluor-koolwaterstoffen) werden gezien als de boosdoener. De aantasting van de ozonlaag komt het duidelijkst tot uitdrukking in het ozongat boven Antarctica, dat in het vroege voorjaar daar steeds groter werd. Om deze reden
zijn CFK's verboden op grond van het Montreal Protocol, dat op 1 januari 1989 van kracht is geworden.

Onder invloed van zonlicht gaan op leefniveau (in de troposfeer) koolwaterstoffen (KWS) en koolstofmonoxide (CO) chemische reacties aan met stikstofoxiden (NOx) waardoor onder andere ozon ontstaat volgens de reactie:

KWS, CO en NOx worden met name door autoverkeer uitgestoten. Het mengsel van deze stoffen met ozon heet fotochemische smog.
Het gevormde ozon tast bij mensen en dieren het longweefsel aan en bij planten remt het de groei en beschadigt het de bladeren. Ozon in de stratosfeer beschermt dus de biosfeer, terwijl ozon in de troposfeer juist schadelijk is.

Voorkomen is beter dan genezen

Als de O3-concentratie eenmaal hoog is dan is het niet gemakkelijk om deze weer terug te brengen met ad hoc maatregelen. De levensduur van stoffen in de lucht, de grootschaligheid van het probleem en het niet-lineaire verband tussen de concentraties van ozonvormende en ozon-afbrekende stoffen spelen hierin een rol. Een structurele vermindering van de uitstoot van NO2 en VOC kan wel ozonsmog voorkomen. Beperken van het verkeer en het gebruik van bijvoorbeeld verf op waterbasis hebben dus wel zin op de langere termijn !

Bronnen: RIVM, Wikipedia