Meteorologische encyclopedie hoofdstuk V
 
Valwind:
Luchtstroom die uitsluitend in bergachtige gebieden voorkomt. De lucht stroomt onder invloed van daarvoor geschikte meteorologische omstandigheden vanaf de bergen naar lager gelegen terreinen. De lucht komt als het ware uit de bergen 'vallen'. Er worden warme en koude
valwinden onderscheiden. Typische voorbeelden zijn: voor de warme valwind de föhn en voor de koude valwind de bora. Onder een valwind kan ook worden verstaan: het snel dalen van koude lucht uit een zware bui. Algemene term voor een dalende wind. Een valwind kan zowel warm (bv. föhn)
als koud (bv. Bora) zijn. Hij is niet noodzakelijk reliëfgebonden want allerlei hevige rukwinden gekoppeld aan buien noemt men ook valwinden.

Vanoise:

Lokale wind in het zuidoosten van Frankrijk, dicht bij de grenzen met Italië en Zwitserland. Het is een bise uit het noordoosten, die vanaf het
massief van Vanoise komt en daalt in Lanslebourg. Deze wind wordt ook wel vent du col de la Vanoise genoemd.

Vardarac:

Lokale wind in Griekenland. Het is een noordwestenwind in het Vardardal, dat uitmondt in de Golf van Thessaloniki en heeft de kenmerken van de mistral. De vardarac voert continentaal polaire lucht (cPL) aan.

Variabele wind:

(ook: wind uit uiteenlopende richtingen) Zwakke wind, zonder duidelijke richting.

Vars:

Lokale wind in het zuidoosten van Frankrijk, aan de grens met Italië. Deze bise waait in het Ubaye-dal, wat zuidelijker dan het gebied waar de vanoise waait. De wind wordt ook wel vent du col de Vars genoemd.

Veel bewolking:

Term die in een weersverwachting kan voorkomen en een zonneschijnpercentage van 0 tot 20% vertegenwoordigt. Dat betekent dat af en toe best heel even de zon kan doorbreken. Deze term wordt zowel voor overdag als 's nachts gebruikt. Een overeenkomende zonneschijnterm is weinig zon.

Vegetatie-index:

Maat voor de bedekking en het actief groeien van vegetatie aan het oppervlak. De index varieert van 0 (geen vegatatie, kale grond en staden) tot
1 (gewas dekt de grond volledig en groeit sterk, zoals grasland in april of mei). Het KNMI levert kaarten met de vegatie-index voor Nederland en Europa op basis van gegevens van de NOAA.

Veldwind:

Lokale wind, die voorkomt aan de rand van bosgebieden. De veldwind waait vanaf velden in de richting van de aangrenzende bossen en is het tegenovergestelde van de boswind. Deze winden zijn vergelijkbaar met zee- en landwind en met berg- en dalwind. Het zijn allemaal winden die ontstaan ten gevolge van het dagelijkse verloop van de temperatuur. Het bos is in de nacht warmer en overdag koeler dan de aangrenzende velden. Boven het koudere vlak ontstaat een relatief hogedrukgebied en boven het warmste vlak een relatief lagedrukgebied. Er komt dan een zwakke stroming op gang van het hogedrukgebied naar het lagedrukgebied. Aangezien de temperatuur in het open veld in de nacht ten gevolge van
uitstraling doorgaans lager is dan in het bos, waait de veldwind dus bij voorkeur tijdens koude en heldere nachten.

Velum:

Horizontaal gedrapeerde sluiers boven, tussen en langs afzonderlijke Cumulunombus toppen.

Vendavale:

Een zuidwestelijke wind in de straat van Gibraltar, tussen Spanje en Marokko. Het is meestal een sterke wind die samenhangt met actieve depressies. Deze wind komt voor in de late herfst en vroege lente. Vooraf wordt deze wind geïntroduceerd door buienlijnen met onweersactiviteit. Lokale winden in de Straat van Gibraltar worden versterkt door het "windtunneleffect".

Vent de dames:

Lokale wind in Frankrijk. Het is een zeewind, die vanuit het zuidwesten vanaf de Middellandse Zee waait aan de kust van het oostelijke deel van de Rhóne-monding.

Veranderlijk bewolkt:

Term in een weersverwachting. Bij deze term hoort een sterk wisselend wolkenbeeld. Cumuliforme bewolking wordt afgewisseld met stratiforme bewolking en perioden met zon. Gemiddeld vertegenwoordigt deze term een zonneschijnpercentage van 20 tot 60%.

Veranderlijke wind:

Term die kan voorkomen in een weersverwachting. Er is weinig wind, windkracht 3 of minder, en de wind waait niet uit één bepaalde richting.
Ook de term wind uit uiteenlopende richtingen wordt hier wel gebruikt. Deze situatie doet zich doorgaans voor in het centrum van een hogedrukgebied. Echter ook wanneer de kern van een lagedrukgebied precies over trekt, is er soms tijdelijk sprake van een zwakke veranderlijke wind.

Verdamping:

Natuurkundig proces, waarbij een stof overgaat van de vloeibare naar de gasvormige fase. In de meteorologie of hydrologie wordt met dit begrip
vrijwel uitsluitend de overgang van water naar waterdamp bedoeld. Op land spelen planten in dit proces een belangrijke rol en daarom is de term "evapo-transpiratie" een betere benaming. De afgifte van vocht aan de atmosfeer is onmisbaar voor neerslagvorming en daarmee vormt de
verdamping een schakel in de hydrologische kringloop. Zon, wind en temperatuur bepalen in hoge mate de grootte van de verdamping. In de zomer
is de rol van de wind klein, waardoor het mogelijk is om de verdamping nauwkeurig te berekenen uit de etmaalgemiddelde temperatuur en
de dagelijkse hoeveelheid zonnestraling.

Verdampingsmist:

Mist die kan ontstaan bij flinke opklaringen tijdens de nacht na een stevige regenbui. De bodem is dan zo vochtig, dat zich bij enige afkoeling snel mistbanken kunnen vormen. Voorwaarde is weinig of geen wind. Verdampingsmist kan het hele jaar voorkomen, maar is meestal erg lokaal en niet hoger dan enkele meters.

Verijzing:

Overgang van een druppeltjes wolk naar een wolk met ijskristallen. De wolkenrand wordt onscherp (Cumulonimbus-calvus).

Verleden weer:

Opgetreden weer. Niet te verwarren met klimatologie. Met name verzekeringsmaatschappijen hebben nogal eens belangstelling voor verleden weer, bijvoorbeeld bij geclaimde stormschade. Bij de Klimatologische Dienst van het KNMI kunnen dit soort gegevens worden opgevraagd.

Versnellingsmeter:

Instrument om de trillingen van de aarde in het gebied vlakbij het epicentrum te meten. Het schudden en trillen van de bodem in dit gebied is vaak zo hevig dat de amplitude van de beweging buiten het bereik van een gewone seismograaf komt.

Vertebratus:

Met wervel- of visgraatstructuur.

Verticaal evenwicht: (in de atmosfeer)
De stabiliteit van de atmosfeer, die voornamelijk wordt bepaald door de thermische opbouw. Er zijn drie mogelijkheden: de opbouw is stabiel, onstabiel of indifferent. Wanneer een hoeveelheid lucht warmer is dan de omringende lucht, is deze hoeveelheid lichter en zal dus stijgen.
De opbouw is dan onstabiel. Bij een stabiele opbouw is de hoeveelheid lucht lager in temperatuur en zal derhalve dalen. Bij gelijke temperatuur,
een indifferente opbouw, gebeurt er niets. De benodigde gegevens worden verkregen uit oplatingen van weerballonnen.

Verticaal zicht:

Hoogte tot waar de eventueel aanwezige bewolking kan worden gezien. Alleen wanneer door aanwezigheid van mist de wolkenhoogte niet kan
worden bepaald, wordt deze waarde opgegeven in de SYNOP en de METAR.

Verticale temperatuurgradiënt:

(VTG) Verandering in temperatuur in °C met de hoogte. Deze waarde is positief wanneer de temperatuur met het toenemen van de hoogte afneemt, en negatief wanneer de temperatuur bij het toenemen van de hoogte toeneemt.

Verwachtingstermijn:

Periode waarvoor een verwachting geldig is. Met betrekking tot deze verwachtingsperiode worden onderscheiden: zeer korte-termijnverwachtingen, korte-termijnverwachtingen, middellange-termijnverwachtingen, lange-termijnverwachtingen en zeer -lange-termijnverwachtingen.

Verwoestijning:

Proces waarbij woestijnen zich in oppervlakte uitbreiden. Hoewel zeker ook klimatologische omstandigheden verantwoordelijk kunnen zijn voor het ontstaan van (nieuwe) woestijnen, staat het vast dat menselijke activiteiten in droge klimaatgebieden de uitbreiding van woestijnen bevorderen. Overbeweiding en grootschalige ontbossing zijn de voornaamste oorzaken van verwoestijning.

Verzadingingspunt:

Het niveau waarop door afkoeling van de lucht de relatieve vochtigheid 100% bereikt.
1 kg lucht van 30°C kan 27,6 gram water bevatten.
1 kg lucht van 20°C kan 14,9 gram water bevatten.
1 kg lucht van 10°C kan 7,7 gram water bevatten.
1 kg lucht van 0°C kan 3,8 gram water bevatten.
1 kg lucht van -10°C kan 1,6 gram water bevatten

Verzadigd-adiabatisch proces: (nat-adiabatisch proces)

Een adiabatisch proces dat wordt ondergaan door zgn. natte lucht, dat wil zeggen: lucht die verzadigd is met waterdamp en eventueel ook waterdruppels bevat. De nat-adiabatische temperatuurgradiënt, de temperatuurafname of -toename van lucht in verticale beweging, is kleiner dan
die van het droogadiabatisch proces. Dat komt doordat er warmte vrijkomt bij condensatie.

Verzadigde lucht:

Lucht die verzadigd is met waterdamp, omdat bij de heersende temperatuur de hoeveelheid waterdamp in de lucht gelijk is aan de maximaal op te nemen hoeveelheid. Als de temperatuur daalt, of als meer waterdamp toegevoegd zou worden, zal condensatie optreden.

Verzadigingsdampspanning:

Verzadigingsdampdruk. Druk (spanning) van de waterdamp bij met waterdamp verzadigde lucht (rel. vocht = 100%).

Verzadigingsdeficit: (verzadigingstekort)

Indicator, waarmee de vochtigheid van de lucht aangegeven kan worden. Het verzadigingsdeficit is gedefinieerd als het verschil tussen de verzadigingsdampdruk en de actuele dampdruk bij de heersende temperatuur, uitgedrukt in hectoPascals.

Vesperalis:

Op de avond betrekking hebbend.

Vidi, doos van:

Belangrijk onderdeel van een barometer. Het is een ronde en platte doos, genoemd naar de uitvinder. De samendrukking van de doos is een maat voor de heersende luchtdruk. De onder- en bovenkant bestaan uit metalen membranen. Deze zijn voorzien van concentrische golven om de
elastische werking ervan te verfijnen en de doos tegelijkertijd enigszins te verstevigen.

Vijfhonderd:

500-milibar-vlak. Het niveau op 5 a 6 km hoogte, waar de luchtdruk een halve atmosfeer is. Het stromingspatroon aldaar beïnvloedt sterk de weersystemen aan het aardoppervlak.

Virga:

Een ander woord voor valstrepen. Virga zijn soms te zien onderaan een wolk waar er neerslag uit valt. De luchtvochtigheid is echter zo laag dat alle neerslag terug verdampt is vooraleer deze het aardoppervlak bereikt heeft.

Virtuele temperatuur:

De virtuele temperatuur van een hoeveelheid vochtige lucht is die (theoretische) temperatuur waarbij volledig droge lucht van dezelfde totale druk, dezelfde dichtheid zou hebben als deze hoeveelheid vochtige lucht.
 
Vlagerige wind:
Tegenovergestelde van een bestendige wind. Bij grotere windsnelheid kan een vlagerige wind problemen opleveren, vooral voor het wegverkeer en de landbouw

Vliegtuiggat:

In wolken is soms een rond gat te zien dat veroorzaakt wordt door vliegtuigen. Wanneer een vliegtuig door onderkoelde waterdruppeltjes vliegt veroorzaakt dat trillingen. Dat leidt ertoe dat de onderkoelde druppels kunnen bevriezen. Daarbij ontstaan ijskristallen die, al ze groot genoeg zijn omlaag vallen. Het meestal wazige vliegtuiggat ontstaat door transport van waterdamp uit de directe omgeving naar ijsdeeltjes in het midden. Dat transport ontstaat omdat bij een bepaalde temperatuur de dampspanning van onderkoelde druppels groter is
dan die van ijs
 
 
  Vliegtuigstrepen:
Koude lucht kan maar weinig waterdamp bevatten. Extra waterdamp, die door vliegtuigen in
de lucht wordt gebracht, leidt daarom direct tot wolkenvorming in de vorm van strepen.
De witte vliegtuigstrepen, die het zonlicht iets kunnen temperen, zijn kunstmatige wolken die ontstaan doordat uitlaatgassen van vliegtuigmotoren de hoeveelheid waterdamp en
roetdeeltjes in de lucht op de vliegroute doen toenemen.

Dat gebeurt meestal rond 10 kilometer hoogte in de atmosfeer, waar de lucht zeer koud is en het meer dan 40 graden vriest. De vliegtuigstreep (ook "contrails" genoemd, uit de samenvoeging van condensation en trails) begint meestal een eindje achter het vliegtuig, omdat de warmte van de uitlaatgassen wolkenvorming dichtbij de motoren belemmert. In internationaal verband wordt onderzoek gedaan naar de invloed van het luchtverkeer op de atmosfeer.
 
Het Intergouvernementele Panel op het gebied van klimaatveranderingen (IPCC) stelt vast dat vliegtuigen, die naast kooldioxide nog verschillende andere stoffen uitstoten, op een complexe manier invloed hebben op het klimaat. Het effect van op het klimaat van mogelijke veranderingen in de bewolking door het vliegverkeer is belangrijk maar onzeker. Naast de vliegtuigstrepen gaat het ook om hoge bewolking die het broeikaseffect verder versterkt.

Vloedgolf:

Aardbevingen, tropische cyclonen, tyfonen en hurricanes kunnen aanleiding geven tot zeer hoge en snel voortlopende golven. Als een aardbeving de oorzaak is spreekt van een van tsunami. Vloedgolven door stormen kunnen een hoogte bereiken van 6 tot 13 meter en in ondiep water en inhammen kan een tsunami uitgroeien tot tientallen meters hoogte. Vloedgolven eisen meestal veel slachtoffers op. Vooral in Bangladesh waar een vloedgolf ver het land in kan dringen en mogelijkheden om de bevolking te waarschuwen of evacueren beperkt zijn.

Vochtigheid:

Lucht kan slechts een beperkte hoeveelheid vocht bevatten. De hoeveelheid vocht hangt af van de temperatuur. De relatieve vochtigheid, uitgedrukt in procenten, geeft aan hoeveel waterdamp de lucht bij de heersende temperatuur bevat. Een waarde van 100% wijst op een maximale hoeveelheid waterdamp: de lucht is dan verzadigd. Bij een relatieve vochtigheid van 50% bevat de lucht bij de heersende temperatuur de helft van de maximaal mogelijke hoeveelheid waterdamp.

Vogezensysteem:

Dit houdt in dat het weer tussen 2e Kerstdag en Drie Koningen bepalend is voor het weer in het gehele komende jaar. Dit zijn precies 12 dagen en elke dag bepaald het weerverloop wat het gaat worden voor deze maand. 2e Kerstdag is de dag die geldt voor de maand januari en zo gaat dat voort tot 7 januari is bereikt, de dag die dan voor de maand december geldt. Iedere verandering die op één dag plaats vindt, heeft ook gevolgen voor in de maand waar die dag voor staat. Vooral windrichtingverschillen aan de grond ten opzichte van die in de bovenlucht en soort bewolking zijn van groot belang voor dit systeem. Ook neerslag, bewolking of een heldere hemel spelen een grote rol. De rol van de temperatuur is daaraan ondergeschikt.
Je moet dit systeem in hetzelfde licht bezien al bijvoorbeeld de alternatieve geneeswijze. Het werkt vaak doeltreffend, niet altijd, maar je kan niet bewijzen waarom en hoe. Wetenschappelijk valt dit niet te benaderen. Het verleden heeft bewezen dat dit systeem goed kan werken, mits de interpretaties juist zijn. Er sluipen wel een foutjes in doordat niet de juiste zienswijze wordt gehanteerd. Maar al doende leert men en valt er nog aan dit systeem te verbeteren. Verder heeft de praktijk bewezen dat het moeilijk blijft om in te schatten hoe koud of warm het gaat worden. Wel kunnen natte, droge en zonnige perioden er uitgelicht worden. Dit systeem is de tegenhanger van de Enkhuizer Almanak die in ieder geval minder betrouwbaar is en ook veel minder gedetailleerd.

Volksweerkunde:

Al eeuwen voor de jaartelling waren mensen gefascineerd door het weer. Door waarnemingen of gewoon op te letten ontdekte men bepaalde verbanden en wetmatigheden die in weerregels en spreuken werden beschreven. Zoals de uitdrukking "morgenrood, water in de sloot" of "kring om
de zon, water in de ton". Ook worden weersvoorspellingen gedaan op basis van het gedrag van dieren of die verband houden met planten.
De betrouwbaarheid van weerspreuken is betrekkelijk. Het wisselvallige weer en het grillige verloop daarvan laat zich niet gemakkelijk in een eenvoudige regels vangen. Met name voor het weer op de korte termijn blijken sommige weerregels soms wel waarde te hebben maar voor de
langere termijn kan er nauwelijks een voorspellende betekenis aan worden ontleend.

Von Kármàn-wervels:

Op satellietfoto's zijn vlak ten zuiden van de Canarische eilanden en/of Madeira soms opvallende structuren in de bewolking te zien. Deze lijken op wervels, die zich tot op enkele honderden kilometers stroomafwaarts van de eilanden kunnen uitstrekken. Dit soort wervels zijn vernoemd naar hun ontdekker: Von Kármàn. Ze zijn verklaarbaar door te kijken naar de wisselwerking die ontstaat tussen de vanuit het noordoosten aanstromende lucht en de eilanden. Lucht wordt gedwongen om het eiland heen te stromen, waardoor aan de achterkant de lucht in een wervelbeweging wordt gebracht. Het hoogste punt van het eiland Madeira ligt op 1861 meter en is vaak het focuspunt voor de beschreven wervels. Andere eilanden die dit type
wervels doen laten ontstaan, zijn de Kaapverdische Eilanden voor de kust van Noord-Afrika en Guadeloupe voor de Mexicaanse kust.

Voorspelbaarheid:

Weerberichten zijn geen voorspellingen maar verwachtingen. Het weer kan immers anders uitpakken dan tevoren was aangegeven.
De weersverwachting voor de komende 24 uur komt gemiddeld in ongeveer acht van de tien gevallen uit, waarbij de betrouwbaarheid per element,
zoals temperatuur, bewolking en wind iets varieert. Naarmate de verwachting verder in de toekomst kijkt, neemt de betrouwbaarheid af.
De weersverwachtingen voor vier en vijf dagen later zijn dus in het algemeen minder betrouwbaar dan die voor de eerste drie dagen.

Toch zijn de verwachtingen voor vier en vijf dagen vooruit gemiddeld in ongeveer zes van de tien gevallen juist. Voor een termijn langer dan vijf dagen vooruit is dat nog niet het geval en daarom reikt de meerdaagse tabel nog niet verder dan vijf dagen vooruit.

Wel wordt onderzoek gedaan naar de voorspelbaarheid van het weer, waarbij ook geëxperimenteerd wordt met verwachtingen tot tien dagen vooruit.
In het onderzoek naar de voorspelbaarheid speelt het chaotische gedrag van de atmosfeer een grote rol. Het weer van de komende dagen is op een ingewikkelde manier afhankelijk van het weer op dit moment en die relatie maakt het mogelijk om weersverwachtingen te maken.

In de praktijk blijkt echter dat een kleine onnauwkeurigheid in de beschrijving van het weer van vandaag grote gevolgen kan hebben voor de verwachting van het weer in de komende dagen. De onderzoekers duiden dit wel aan als de foutengroei. Die onnauwkeurigheden kunnen in de prognoses sluipen door gebrek aan metingen, vooral boven oceanen en andere onbewoonde gebieden in de wereld of door de beperkte nauwkeurigheid van de metingen.

De vijfdaagse weersverwachting, die elke dag opnieuw op grond van de laatste gegevens wordt ververst, kan daarom dagelijks veranderen.
Daardoor is ook de voorspelbaarheid van het weer beperkt en zijn prognoses voor weken of seizoenen vooruit zeer onbetrouwbaar. Na een aantal dagen, in de regel zo'n 10 tot 14 dagen later, bestaat er vrijwel geen verband meer tussen het weer van dat moment en het huidige weer.
Die termijn wordt wel de voorspelbaarheidshorizon genoemd.

Voorwaarschuwing:

Waarschuwing van het KNMI die mogelijk vooraf kan gaan aan een Weeralarm, een ernstige waarschuwing voor extreem weer.
Een voorwaarschuwing in de periode van 12 tot 24 uur voorafgaand aan een eventueel Weeralarm uitgeven. De kans dat het tot een Weearalarm
komt is dan al minstens 50%.

Vore:

Eigenlijk hetzelfde als een trog maar dan meer in de buurt van bergen. Ook nu is de luchtdruk relatief laag maar door de bergen kan er door
stroming een lijnvore ontstaan.
 
Vorst:
Temperaturen onder nul op waarnemingshoogte van anderhalve meter boven een grasveld. Onderscheid wordt gemaakt tussen, zie tabel links. Een dag waarop het vriest (minimumtemperatuur onder nul) wordt een vorstdag genoemd.

Vorst aan de grond:

Situatie waarbij dicht bij de grond (op 10 cm hoogte) de temperatuur onder het vriespunt is, terwijl de huttemperatuur boven nul is. Met name tijdens stralingsnachten kan vorst
 
 Term  Temperatuur
 Lichte vorst  -1°C t/m -5 °C
 Matige vorst  -5°C t/m -10°C
 Strenge vorst  -10°C t/m -15 °C
 Zeer strenge vorst  -15°C en lager
 
aan de grond optreden. Vooral in de land- en tuinbouw kan vorst aan de grond in de lente grote schade aanrichten. Vroeger werd de term nachtvorst gebruikt. De temperatuur wordt op weerstations gewoonlijk op 1,5 meter boven een grasvlakte gemeten.

Vorstdag:

Van een vorstdag is sprake wanneer gedurende een etmaal de temperatuur (op 1,5 meter hoogte) op enig moment beneden het vriespunt is gekomen.

Vorstniveau:

Niveau in de atmosfeer, waarboven de temperatuur zich beneden het vriespunt bevindt.

Vorticiteit:

De tendens van een bewegend gas of vloeistof, op een bepaalde plaats, rond een as te beginnen draaien, zodat een vortex wordt gevormd.

Vrij koud:

Term die kan voorkomen in een weersverwachting. Het verschil tussen de maximum temperatuur en de normale temperatuur bedraagt
dan -2 t/m -7°C.

Vrij krachtige wind:

Een vrij krachtige wind of windkracht 5 op de schaal van Beaufort komt overeen met een 10-minuut gemiddelde windsnelheid van 29 - 38 km/uur
(8,0- 10,7 meter per seconde). In een vrij krachtige wind waait stof gemakkelijk op zodat het hinderlijk kan zijn voor de ogen. Ook vuilcontainers blijven niet overeind. Zowel kleine takken met bladeren als hele bomen bewegen bij windkracht 5. De nachtelijke vogelstrek stopt, terwijl alle vliegen aan de grond blijven met uitzondering van horzels. Op het water ontstaan matige golven van een grotere lengte met opwaaiend schuim en overal
witte schuimkoppen. Een wind met een kracht van 5 Beaufort of meer wordt in De Bilt jaarlijks gemiddeld (over 1971-2000) gedurende 2,79% van
het totale aantal uren gemeten, in Den Helder is dat gemiddeld 24,50%, in Vlissingen 28,13%.

Vrij warm:

Term die kan voorkomen in een weersverwachting. Het verschil tussen de maximum temperatuur en de normale temperatuur bedraagt
dan +2 t/m +7°C terwijl de maximum temperatuur 20°C of hoger moet zijn.

Vrij zacht:

Term die kan voorkomen in een weersverwachting. Het verschil tussen de maximum temperatuur en de normale temperatuur bedraagt
dan +2 t/m +7°C terwijl de maximum temperatuur 19°C of lager moet zijn.

Vrijwillige waarnemer:

Het KNMI maakt al sinds de oprichting in 1854 gebruik van vrijwillige waarnemers. KNMI-oprichter Buys Ballot benaderde verschillende belangstellenden met het verzoek om waarnemingen te doen voor het KNMI. Tegenwoordig beschikt het instituut over automatische weerstations. Daarnaast is er een meetnet van neerslagwaarnemers. Iedere ochtend tappen zo'n 325 vrijwilligers handmatig de regenmeter af en meten zij zo
nodig de hoogte van de sneeuw met een liniaal. Daarnaast beschikt het KNMI over een netwerk met een een geselecteerde groep gebruikers die waarnemingen van (extreme) bijzondere weersverschijnselen melden. In het kader van de Natuurkalender en onderzoek naar klimaatveranderingen maken vrijwilligers melding van ontwikkelingen in de natuur, zoals de bladontplooiing, het in bloei komen van planten, bladval, vlinders en vogels.

Vulkaan:

Een vulkaan is eigenlijk niets anders dan een plek in de aardkorst waar gloeiend vloeibaar gesteente, gas en as uitkomen. Aardbevingen en vulkaanuitbarstingen zijn twee verschillende natuurverschijnselen. Vulkanen bevinden zich wel in seismisch actieve gebieden. Vulkaanuitbarstingen kunnen lichte aardschokken veroorzaken

Vurenzicht:

Een zichtwaarneming tijdens de nacht is erg moeilijk. Vaak is er geen goed verlicht zichtmerk voorhanden, maar slechts een zwakke lichtbron.
Zelfs een zwakke lamp blijkt echter na het invallen van de duisternis op veel grotere afstand te zien te zijn dan bij daglicht. Dit wordt het vurenzicht genoemd. Het vurenzicht is dan ook groter dan het dagzicht.
 
Vuurwerkmist:
Om mist te vormen zijn condensatiekernen nodig, kleine vaste of vloeibare deeltjes waaraan het water zich kan hechten zodat druppeltjes ontstaan. Condensatie kernen zijn bijvoorbeeld zoutkristallen boven zee of stof in de lucht. Dat stof is vaak afkomstig van industrierook of verkeer. In gebieden met vervuiling kan zich sneller mist vormen dan in schone lucht.
Tijdens de jaarwisseling kunnen kruitdampen afkomstig van vuurwerk een extra zetje
om mist te vormen of waar al mist was deze potdicht te maken. Bron: Weer.nl