De regenmeter of pluviometer
 
Geschiedenis van de regenmeter
De eerste bekende verslagen dat regenval werd bijgehouden komt van de Oude Grieken ongeveer 500 B.C. Dit werd
100 jaar later gevolgd door mensen in India en die gebruikte kommen om de regenval te registreren. Aan de hoeveelheid neerslag werd de te verwachte groei bepaald, en werden gebruikt als basis voor belastingheffing. In de provincie Magadha werden de nauwkeurige normen bepaald in verband met de graanproductie. Elk van de staatspakhuizen werd uitgerust met een gestandaardiseerde regenmaat om de belastingheffing te classificeren.

In 1441 N.C., Jang Yeong Sil, een Koreaanse wetenschapper, ontwikkelde een gestandaardiseerde regenmeter en
werd genoemd Cheokugye naar de koning Sejong die opdracht had gegeven om regenval in verschillende nationale gebieden te meten. Dit programma stond voor betere voorbereiding en planning op een deel van de landbouwers, en aanpassingen van belastingen toe door de overheidsambtenaren. In 1662, creëerde Christopher Wren in Engeland de eerste regenmeter die gebruik maakte van de tipping-bucket of de kantelbakjes zoals in de huidige regenmeters wordt gebruikt.

In 1662, creëerde Christopher Wren in Engeland de eerste regenmeter die gebruik maakte van de tipping-bucket
of de kantelbakjes zoals in de huidige regenmeters wordt gebruikt. In 1670 werd de regenmeter door Robert Hook geperfectioneerd.
 
 
De standaardregenmeter
Bij een officiële regenmeter, die op professionele weerstations worden gebruikt, worden de fouten door verdamping of in- en uitspattend water zo
klein mogelijk gehouden. De rand van de trechter, bovenop een diepe bak, is zo scherp mogelijk gehouden en zo qua vorm geconstrueerd, dat regendruppels, die eenmaal binnen het opvangoppervlak van de regenmeter zijn gevallen, niet meer naar buiten kunnen spatten.

Verder bevat het opvangvat een zeer nauwe opening, waardoor het water daarin nauwelijks kan verdampen. Het opvangoppervlak is ook royaal
van afmeting, 200 of 400 vierkante cm en in de bijpassende maatcilinder kan het neerslagtotaal gemakkelijk tot op een tiende van een mm worden afgelezen.

Soorten regenmeters

Eenvoudige regenmeters van glas of plastic blijken slecht afleesbaar. Vooral bij kleine neerslaghoeveelheden kunnen zo grote afleesfouten ontstaan,
maar ook bij grotere hoeveelheden is aflezen op tienden van millimeters moeilijk. Deze eenvoudige regenmeters kunnen bij vorst bovendien gemakkelijk kapot gaan. Bij grote neerslaghoeveelheden moet tussentijds afgetapt worden en als na regen de spreekwoordelijke zonneschijn komt, kan uit zo'n open regenmeter een deel van de inhoud verdampen. Beter is een Hellman regenmeter met een opvangoppervlakte van 2 of evt. 4 dm2 . Hij is voorzien van een scherpe rand om het opvangoppervlak precies af te bakenen. Via een nauwe trechter loopt het water in een binnenreservoir, waar de zon niet rechtstreeks op kan schijnen. Door deze voorziening zal er van het opgevangen water weinig verdampen. Hij kan zeer grote dagsommen verwerken. 

Het nadeel van bovengenoemde regenmeters is dat, eenmaal goed opgesteld buiten, u er steeds naar toe moet lopen om te zien hoeveel neerslag
er gevallen is, en bij een Hellmann regenmeter zult u hem eerst moeten legen ook. Er zijn echter ook digitale regenmeters in de handel, die hun
werk ook goed doen, maar comfortabel binnen kunnen worden afgelezen. Bij de wat nauwkeuriger typen kunt u tijdens een stortbui zo zelfs de intensiteit van de regen bepalen!
 

Standaard regenmeter
 

Hellmann regenmeter
 
Hellmann meetglas
 

Davis regenmeter
 
Digitale regenmeters
Er bestaan drie typen digitale regenmeters: 

1: Dit type werkt met het principe dat de druppeltjes die door het opvangoppervlak vallen, worden geteld. De grootte van het opvangoppervlak is
   zo gekozen, dat één druppel overeenkomt met één honderdste mm, zodat de hoeveelheid neerslag op het display tot op twéé cijfers achter de
   komma kan worden afgelezen. Dit type is vuilgevoelig dus voor betrouwbare metingen niet geschikt. 

2: Hier drupt het water hier op een soort lepeltje, dat door middel van een magneetje op zijn plaats wordt gehouden. Als het lepeltje een zekere
    hoeveelheid water bevat, wordt het te zwaar. Het klapt om, leegt daarbij zichzelf en keert in zijn oorspronkelijke positie terug. Dit type geeft de
    neerslag vaak in hele mm’s weer wat bij lichte regenbuien geen registratie geeft, en als het droog wordt voordat er één mm is gevallen,
    kan het water in het lepeltje al verdampen. Tijdens windvlagen of bij zware storm kan de meter licht gaan trillen waardoor er dubbele tellingen
    kunnen voorkomen die tot een afwijken 10 tot 25%.

3: Deze bestaat uit een twéétal opvangreservoirtjes, die aan elkaar zijn bevestigd en die rondom een horizontaal asje, als bij een wip, kunnen veren.
    Zodra de ene vol is, klapt hij om en leegt zich. Dit wordt ook wel het “kantelbak”-type genoemd.

Dit type heeft een opvangoppervlak dat qua grootte vergelijkbaar is met een Hellmann-regenmeter en geeft hij om de 0.2 mm een pulsje.
Dat is behoorlijk nauwkeurig. De ervaring leert dat deze regenmeter zeer onderhoudsarm is en dat de nauwkeurigheid vrijwel vergelijkbaar is met
een officiële regenmeter. Bovendien is de meter te ijken. Door middel van een tweetal stelschroefjes kan men instellen na welke waterhoeveelheid
het bakje moet omklappen.

De Davis 7852 regenmeter is ontworpen om aan de eisen van de WMO te voldoen.Regen komt binnen in de kegel, valt door een filterende zeef en verzamelt zich in één kamer van de tipping bucket. Het opvangbakje kantelt als er 0,2 mm neerslag verzameld is en brengt de tweede kamer in positie. Het regenwater wordt afgevoerd door de filterende afvoer in de bodem van de meter
 
Opstelling van een regen meter
In een professionele opstelling behoort de regenmeter vrij opgesteld te worden, d.w.z. niet onder of nabij hogere obstakels zoals gebouwen en bomen en met
de bovenrand van de trechter op ca. 40 cm boven een vlakke grond.

Ook wordt een Engelse opstelling gebruikt. Hierbij wordt de regenmeter in een opgehoogde kuil van 3 meter doorsnede geplaatst waarin een bodem van kiezelstenen ligt.  De regenmeter steekt hier niet
 
Standaard regenmeter
 
Standaard regenmeter
 
 boven de rand van de kuil uit zodat de wind weinig invloed op de vallende neerslag heeft en de metingen nauwkeuriger zijn. De hoeveelheid neerslag moet minstens eenmaal per dag gemeten worden om het verdampen zoveel mogelijk tegen te gaan.

Een nieuwe opstelling wordt gebruikt op vliegveld De Kooy, waar de regenmeter in een stalen frame is gemonteerd waarbij de rand van de trechter
op een hoogte van 1 mtr van de grond is. Om de regenmeter is een ronde ring met een diameter van 100cm aangebracht. Aan deze ring zijn 16 schuine lamellen gemonteerd die meebewegen met de wind. Deze lamellen verminderen de luchtwervelingen rond de regenmeter. Deze opstelling heeft de zelfde werking hebben als de Engelse opstelling.

Deze opstelling is voor de meeste onder ons niet van toepassing als men in de stad woont. De tuin is meestal te klein en we hebben last van obstakels zoals hoge gebouwen en bomen. Belangrijk is ook dat u de regenmeter zo zuiver mogelijk waterpas opstelt. Hierdoor worden beide bakjes van de regenmeter gelijkmatig gevuld waardoor we zuiverder meting verkrijgen.

Het afregelen van de regenmeter

Voor het afregelen hebben we een maatbeker van 1 ltr nodig en een steeksleutel voor het afstellen. Eerst geven we in de sofware aan in welke eenheid we willen meten en hierbij moet soms een een rekenfactor ingevuld worden.

Neem een plastic bakje die in de trechter van de regenmeter past. Boor in de bodem van het bakje een gaatje van 1mm zodat het water eruit druppelt. Voor het afregelen heb ik de Hellman maatglas gekocht met een inhoud die overeenkomt met 10mm neerslag. Giet de inhoud van de maatbeker in het bakje en herhaal dit zo vaak tot de uitlezing 10mm aangeeft. Als extra controle kan men ook 1 ltr in het bakje gieten en dan de uitlezing 47,33 mm aangeven. Van de meeste regenmeters die aan de regels van de W.M.O. voldoen hebben een diameter van 165mm.
Dit geeft dus een oppervlakte van 211,24 cm2 en geeft bij 1 liter water 47,33 mm. 

Bronnen: Wikipedia,  Kees Floor, Davis