Stormverwachtingen
 
Een storm verraadt zich vaak al een aantal dagen tevoren op de door de computer berekende weerkaarten. De lijnen van gelijke luchtdruk (isobaren), die de luchtdrukverschillen aangegeven, komen dan dichter bij elkaar. Uit het patroon kan de meteoroloog, in combinatie met gegevens van onder
meer satellieten, afleiden of een stormdepressie ontstaat. De kracht van de wind hangt sterk af van de koers van de depressie. Het sterkste windveld zit meestal ten zuiden of aan de achterkant van de depressie.
 
Voor het weer maakt het veel uit of de kern ten noorden of ten zuiden van ons land passeert. Als de kern dwars over ons land trekt levert dat grote weerverschillen op tussen het noorden en zuiden.

Details zijn pas kort tevoren te geven, maar meestal zijn er eerder al aanwijzingen dat het hard kan gaan waaien. In de weersverwachting voor meerdere dagen vooruit wordt dan in meer algemene termen gesproken van veel wind waarbij in de tabel windkracht 5, 6 of 7 vermeld wordt.
Dat getal staat voor het landelijk gemiddelde volgens de schaal van Beaufort. Aan zee waait dan een stormachtige wind of storm,
windkracht 8 of 9.

Naarmate de storm dichter in de buurt komt wordt het duidelijker hoe heftig het wordt. Soms kan daags tevoren al worden gewaarschuwd voor bijvoorbeeld windkracht 9, 10 of 11.

Voor de scheepvaart worden de specifieke stormwaarschuwingen voor de verschillende districten op zijn vroegst 6 tot 9 uur voorafgaand aan een storm gegeven.
 
 
Wordt storm verwacht dan kan dat betekenen dat de wind tipt aan windkracht 9 met een gemiddelde windsnelheid over tien minuten van 75 km/uur. Windkracht 9 kan echter ook inhouden dat op meer plaatsen stormkracht wordt bereikt met snelheden tot bijna 90 km/uur. Dat is de bovengrens voor windkracht 9 en de ondergrens van kracht 10 (zware storm).

Bij een zware storm worden gemiddeld over tien minuten snelheden bereikt van 89 tot 102 km/uur. Een zeer zware storm, windkracht 11 volgens de schaal van Beaufort, haalt een tien minutengemiddelde van 103 tot 117 km/uur.
 
  De ene storm kan heftiger uitpakken dan de andere, wat meestal tot uiting komt in de kracht van de windstoten. Bij storm kan het gemakkelijk komen tot zware windstoten van meer dan 75 km/uur of zeer zware windstoten van boven 100 km/uur. In een zware of zeer zware storm komen windstoten voor van ruim boven de 100 km/uur.

De gevolgen van een storm hangen, behalve van de kracht en de vlagerigheid van de wind, ook af van de windrichting en tijdstip. Noordwesterstormen, vooral als ze lang duren, leiden aan de kust tot hogere waterstanden. Overdag, zeker tijdens de spits, zijn de gevolgen voor het verkeer groter dan in de rustige nachtelijke uren. In de koude tijd van het jaar kan winterse neerslag voor extra problemen zorgen.

Ondanks de verbeterde verwachtingen blijft het mogelijk dat een storm op het laatste moment voor onverwachte ontwikkelingen kan zorgen. De betrouwbaarheid van de verwachtingen voor de volgende dag is toegenomen van minder dan 80 procent in de jaren zeventig tot ruim 95 procent tegenwoordig. Zeker bij een dreigende storm is het aan te raden de waarschuwingen te blijven volgen.
 
bronnen: KNMI/td>