Windschaal van beaufort - effecten op zee
 
Beaufort was marinecommandant van het fregat Woolwich van de Royal Navy. Hij maakte een indeling in 13 windsterkten, aan de hand van de zeilvoering van een fregat.  Zijn schaal was gebaseerd op de kracht die de wind per oppervlakte-eenheid uitoefende, niet op de snelheid: hij keek naar het gedrag van zijn schip, niet naar de wind zelf.  In 1838 stelde de Royal Navy de schaal van Beaufort verplicht voor de windkrachtaanduiding in het scheepsjournaal.

De omschrijvingen van Beaufort varieerden van Geen vertier (0 Bft) tot Zeilen waaien uit de lijken (12 Bft). Daartussen lagen uitdrukkingen als Bovenbramzeilkoelte (5 Bft), Dubbelgereefde marszeilkoelte (7 Bft), Dichtgereefd grootmarszeil en gereefde fok (10 Bft).

In 1905 werd de schaal door Sir George Simpson aangepast aan de stoomvaart en in 1921 deed hij dit nogmaals, maar dan meer toegepast voor het niet-zeevarende deel van de mensheid. Ook voegde hij de windsnelheden toe aan de schaal.

De belangrijkste wijziging, in 1946, werd vastgesteld door het International Meteorological Committee. De schaal werd gebaseerd op de gemiddelde windsnelheid gedurende 10 minuten op een hoogte van 10 meter boven de grond. Zo veranderde de windkracht-schaal van Beaufort in een
windsnelheid-schaal. Er werd overigens ook nog een aantal eenheden aan de bovenkant toegevoegd voor het categoriseren van de hogere orkaan-windsnelheden.

De schaal die Beaufort ontwikkelde kende aanvankelijk 12 windsterktes, beginnend bij 'kalmte' en eindigend bij 'orkaan'. Zijn meetinstrument was het fregat, het meest gebruikte schip op dat moment binnen de Britse marine. Hij bepaalde de windsterkte aan de hand van de hoeveelheid zeil dat een fregat bij de wind kon voeren en de snelheid van het schip.
 
Kracht Benaming Zeilvoering  Scheepsvoering
0  Stil  Geen vertier   Stil liggend
1  Flauw en stil  Alle zeilen bij, incl.lijzeilen   Net genoeg vaart om te kunnen sturen 
2  Flauwe koelte  Alle zeilen bij, incl.lijzeilen   Snelheid 1-2 knopen, schip kan manoeuvreren
3  Licht koelte  Alle zeilen bij, incl.lijzeilen   Goed manoeuvreerbaar schip, snelheid 3 tot 4 knopen
4  Matige koelte  Alle zeilen bij, incl.lijzeilen   Goed manoeuvreerbaar schip, snelheid 5 tot 5 knopen 
5  Frisse bries  Boven-bramzeilkoelte   Bij ruime en voor de windse koersen kunnen nog net alle zeilen gevoerd
  worden 
6  Matige wind  Bramzeilkoelte, enkel gereefde
 topzeilen en marszeilen
  De eerste riffen moeten gelegd worden om te kunnen blijven varen 
7  Harde wind   Dubbelgereefde marszeilkoelte   De bovenste zeilen op het schip moeten duidelijk minderen, de spanning
  op de masten neemt toe 
8  Stormachtig  Drievoudig gereefde  
 marszeilkoelte
  De bovenste zeilen moeten verder gereefd worden
9  Storm  Dichtgereefde marszeilen en
 onderzeilen
  Marszeilen en bramzeilen moeten volledig gereefd zijn 
10  Zware storm  Grootmarszeil en fok moeten
 volledig gereefd worden
  Alleen de laagste zeilen nog gereefd gebruiken om te lenzen (voor de storm
  weglopen) of bijliggen onder stormzeilen 
11  Zeer zware storm  Uitsluitend de stormstagzeilen
 kunnen nog gevoerd worden
  Bijliggen onder de stormstagzeilen
12  Orkaan  Windkracht die door geen zeil
 meer te weerstaan is
  Geen zeil meer te voeren, met een drijfanker voor top en takel de storm
  proberen te overleven. ('Voor top en takel varen' betekent dat men geen zeil
   voert, maar nog wel wordt voortgedreven door de druk van de wind op
  de masten en romp.) 
 
De eerste versie van de schaal, die hij in 1831 opgaf aan Kapitein Robert Fitzroy (de latere Commander van de Beagle, het schip waarmee
Charles Darwin zijn reis naar de Gal√°pagoseilanden maakte), kon onderverdeeld worden in drie delen. Windkracht 0-4, de eerste vijf, beschreven hoe het schip voer met alle zeilen op. De volgende vijf (5-9) beschreven hoeveel zeil een schip kon blijven voeren bij de betreffende windkracht. De laatste drie (10-12) gaven aan hoe een schip bij een zware storm of orkaan moest overleven. De uiteindelijke opzet van de schaal was niet exact in de bewoordingen van Beaufort, een commissie vanuit de marine had de definitieve vorm bepaald alvorens deze in 1838 verplicht te stellen.

Met het verdwijnen van het fregat uit het beeld op zee verdween ook het meetinstrument. Er zijn wel andere beschrijvingen gemaakt, die bijvoorbeeld refereerden aan de toestand van de zee (verschijnen van golfkoppen, overslaande golven, enz.) of de beweging van bomen, maar deze blijven minder betrouwbaar, bijvoorbeeld omdat de golven ook afhankelijk zijn van de diepte van het water.

Pas in 1946 is een nieuwe schaal ontwikkeld, gebaseerd op de windsnelheid op een hoogte van 10 meter boven de grond. De schaal telt 17 waardes, boven de 13 van Beaufort nog een aantal waardes voor de snelheid van de wind in een orkaan. De Beaufort Windkrachtschaal werd zo omgezet in de Beaufort Windsnelheidschaal.
 
Kracht Benaming Km/h m/sec Knopen   Uitwerking op zee
0  Stil 0 - 1 0 - 0,2 0 - 1  Spiegelglad.
1  Zwak 1 - 5 0,3 - 1,5 1 - 3  Kleine golfjes geven de zee een geschubd uiterlijk.
 Geen schuimvorming.
2  Zwak 6 - 11 1,6 - 3,3 4 - 6  Klein, korte, golven met glasachtige toppen, breken  niet.
3  Matig 12 - 19 3,4 - 5,4 7 - 10  Kleine golven breken. De eerste schuimkopjes  verschijnen.
4  Matig 20 - 28 5,5 - 7,9 11 - 16  Langer wordende golven. Vrij veel schuimkoppen.
5  Vrij krachtig 29 - 38 8,0 - 10,7 17 - 21  Matige golven. Overal schuimkoppen.
6  Krachtig 39 - 49 10,8 - 13,8 22 - 27  Brekers doen grote witte schuimplekken ontstaan.  Opwaaiend schuim.
7  Hard 50 - 61 13,9 - 17,1 28 - 33  Golven worden hoger. Witte schuimplekken verwaaien  tot strepen in
 de richting van de wind.
8  Stormachtig 62 - 74 17,2 - 20,7 34 - 40  Matige hoge golven. De toppen van de golven waaien af en vormen
 dikke schuimstrepen.
9  Storm 75 - 88 20,8 - 24,4 41 - 47  Hoge golven. Rollers vormen zware schuimstrepen. Verwaaid schuim
 kan het zicht verminderen.
10  Zware storm 89 - 102 24,5 - 28,4 48 - 55  Zeer hoge golven. Zware overslaande roller vormen zware witte strepen.
 Het zicht is verminderd.
11  Zeer zware storm 103 - 117 28,5 - 32,6 56 - 63  Buitengewoon hoge golven. De zee is geheel bedekt met 
 schuimstrepen. Het zicht is sterk verminderd.
12  Orkaan > 117 > 32,6 > 63  De zee is volkomen wit door schuim. Geen zicht door  verwaaid
 zeewater en schuim in de lucht.
 
Zee bij 1 Bft
Windsnelheid: 1 - 3 Knopen = 1 Beaufort
Golfhoogte: 10 cm
 
Zee bij 2 Bft
Windsnelheid: 4 - 6 Knopen = 2 Beaufort
Golfhoogte: 20 - 30 cm
 
land bij 3 Bft
Windsnelheid: 7 - 10 Knopen = 3 Beaufort
Golfhoogte: 60 cm - 1.0 mtr
 
Land bij 4 Bft
Windsnelheid: 11 - 16 Knopen = 4 Beaufort
Golfhoogte: 1,0 - 1,5 mtr
 
Land bij 5 Bft
Windsnelheid: 17 - 21 Knopen = 5 Beaufort
Golfhoogte: 2,0 - 2,5 mtr
 
land bij 6 Bft
Windsnelheid: 28 - 33 Knopen = 6 Beaufort
Golfhoogte: 3,0 - 4,0 mtr
 
Land bij 7 Bft
Windsnelheid: 28 - 33 Knopen = 7 Beaufort
Golfhoogte: 4,5 - 5,0 mtr
 
Land bij 8 Bft
Windsnelheid: 34 - 40 Knopen = 8 Beaufort
Golfhoogte: 5,5 - 7,5 mtr
 
land bij 9 Bft
Windsnelheid: 7 - 10 Knopen = 9 Beaufort
Golfhoogte: 60 cm - 1.0 mtr
 
Land bij 10 Bft
Windsnelheid: 48 - 55 Knopen = 10 Beaufort
Golfhoogte: 9,0 12,5 mtr
 
Land bij 11 Bft
Windsnelheid: 56 - 63 Knopen = 11 Beaufort
Golfhoogte: 11,5 - 16 mtr
 
land bij 12 Bft
Windsnelheid: > 64 Knopen = 12 Beaufort
Golfhoogte: > 14 mtr
 
Bronnen: KNMI, Meteo-Office, Wikipedia, AFP