Wolkenatlas - Elektrometeoren
 
Dit zijn deeltjes, hoorbaar of zichtbaar, die op één of andere wijze het gevolg zijn van een vorm van atmosferische elektriciteit. Ze kunnen zich manifesteren op een onregelmatige manier in de vorm van een aantal elektrische ontladingen (bliksem, donder of te wel onweer ) of als een langer durend fenomeen (St. Elmusvuur, Noorderlicht).
 
 Onweer  
Een of meerdere plotseling optredende elektrische ontladingen d.m.v. een lichtflits (bliksem) direkt of even later gevolgd door een scherp of rollend geluid (donder). Onweer ontstaat in Cumulonimbuswolken die vaak (niet altijd dus) vergezeld gaan van neerslag in de vorm van een bui. De neerslag is vaak in de vorm van regen, maar kan ook in de vorm van (korrel)hagel, sneeuw of korrelsneeuw zijn.

Bliksem:

Een plotselinge elektrische ontlading die soms een verlicht kanaal laat zien met vele vertakkingen aan weerskanten. Dit kan voorkomen binnen in de wolk of wat minder vaak van de aarde naar de wolk. Er zijn drie typen bliksemontladingen te onderscheiden:

Wolk-grondontladingen

De ontlading geschiedt tussen de aarde en de wolk. Komt in 40 % van het totaal aantal gevallen voor (ook wel vertikale ontladingen genoemd).

Wolk-wolkontladingen

Deze meest voorkomende vorm (bijna 60 %) vindt plaats binnenin
de onweerswolk en is meestal zichtbaar als een diffuus licht die de wolken als zodanig wel een moment laat oplichten (als bij een schaduwspel).
 
© Copyright: Bernhard Mühr
 
Wolk-luchtontladingen (sprites)
Dit type komt weinig voor; de ontlading treedt op tussen de onweerswolk en een punt in de heldere lucht buiten de wolk.

Donder

Een scherp of rollend geluid na een bliksemontlading welke direkt of even later volgt. Bij onweer op vrij korte afstand (binnen 1 km) is er sprake van
een korte, scherpe en zwaar klinkende donderklap.
Bij een wolk-grondontlading nabij wordt de donderklap vaak voorafgegaan door een sissend of scheurend geluid (als scheurend papier) direkt gevolgd door een heldere klik of tik en tenslotte de scherpe knal.  

Onweer op grotere afstand of ontladingen op vrij grote hoogten worden gekenmerkt door een rollend dondergeluid die soms vrij lang kan aanhouden. Afhankelijk van een aantal faktoren zoals windrichting, windsnelheid en temperatuur, is de donder tot ongeveer 20 à 25 km ver te horen. Soms volgt
de donder niet nadat een vrij dichtbij opgetreden bliksem te zien was. Dit heeft te maken met de breking van geluidsgolven in de laagste lagen van de atmosfeer. Om de afstand tot de bliksemontlading te bepalen kunt u het aantal seconden tellen die verloopt tussen het moment van de bliksem en het begin van de donder. Dit getal deelt u door 3;  de uitkomst is de afstand in kilometers.Bijv. de bliksem wordt na 15 seconden door de donder gevolgd. 15 : 3 = 5 km. De bliksem is dus 5 km ver weg.
 
Jan Curtis, Aurora borealis (Alaska)
  Sint Elmusvuur 
Een min of meer continu lichtgevende elektrische ontlading van zwakke of hooguit matige sterkte, die vaak te zien is op goed geleidende scherpe of spitse voorwerpen zoals antennes, kerktorens, windmasten, scheepsmasten, vleugeltips en propellers. Het ontstaat wanneer het elektrische spanningsveld tussen het aardoppervlak of deze voorwerpen en de omringende lucht zeer sterk wordt. Het is dan vooral 's nachts goed waarneembaar als een soort van lichtgevende pluimpjes of veertjes die een violet of groen licht uitstralen. 

Als ze in onze ionosfeer binnendringen, laten ze de moleculen oplichten.
De typische groene kleur (golflengte 557 nm) is afkomstig van zuurstofmoleculen. Het zeldzamere rood (630 en 636 nm) is vaak eveneens afkomstig van zuurstof, maar dan op grotere hoogte. Stikstofmoleculen kunnen voor een blauwe kleur zorgen.

De hoogte varieert van 300 tot 700 km. De deeltjes worden door het aardmagnetisch veld gericht; aangezien dit veld het sterkst is bij de magnetisch noord- en zuidpool is dit de reden waarom dit verschijnsel het meest in de poolstreken voorkomt. Toch weet het soms tot
aan de 50° NB en ZB door te dringen. De hoogte waarop het poollicht voorkomt is uiteenlopend tussen 70 en 600 km (soms hoger).
 
Bron: Wolkenatlas J.Baartse, Meteonet