Wat is Ultra Violet straling (UV)
 
Zonlicht bestaat uit een spectrum van verschillende zichtbare en onzichtbare zonnestralen waarvan de golflengte uiteenloopt van 280-3000 nm. In een regenboog is het zichtbare deel van de zonnestralen geordend naar de golflengte. Van paars met een korte golflengte naar rood met een lange golflengte. Het infrarood heeft een golflengte die groter is dan die van rood en is niet zichtbaar maar voelen we als warmte wanneer we in het zonlicht staan.

Het ultraviolet of UV heeft een golflengte kleiner dan die van het paars en is niet zichtbaar en voelbaar maar is voor de mens gevaarlijk als we er te lang in aan worden blootgesteld.
Door de atmosfeer rondt de aarde wordt de zonnestraling deels door de ozonlaag, door wolken en door luchtvervuiling geabsorbeerd
 
  Er zijn 3 soorten UV-stralen.

UV-A straling (320-420nm)
-
Uv A vormt 98,7% van de uv-straling die het aardoppervlak bereikt. De ozonlaag heeft hierop weinig invloed.
- Veroorzaakt huidveroudering.
- Gaat grotendeels door glas en kleding. Veroorzaakt het verkleuren van stoffen en verf.
- Veroorzaakt melanoom, de dodelijkste vorm van huidkanker.

Uv B straling (280-320 nm)
- Uv B vormt 1,3% van de uv-straling die het aardoppervlak bereikt. De ozonlaag heeft hierop een grote invloed.
- Zet zuurstof om in ozon en herstelt zo langzaam de ozonlaag.
- Veroorzaakt verbranden en bruin worden.
- Gaat niet door 'gewoon' glas (gefilterd tot ongeveer 300 nm), wel door kwartsglas.
- Veroorzaakt andere vormen van huidkanker.
- 270-300 nm zijn de beste golflengtes voor de vorming van vitamine D.

Uv C straling (100-280 nm)
- Deze dodelijke uv-straling wordt volledig door de atmosfeer tegengehouden.
- Zet zuurstof om in ozon en herstelt zo langzaam de ozonlaag.
- Is zeer destructief voor huidcellen. Veroorzaakt binnen korte tijd laesies.

Metingen:

Hoeveel ultraviolette straling de aarde bereikt hangt vooral af van hoe hoog de zon aan de hemel staat. In de zomer, als de zon veel hoger staat dan in de winter, is het ultraviolet licht zeker tien keer zo sterk. In de zomer bereikt de zon het hoogste punt om ongeveer half twee 's middags (West-Europese tijd) en gemiddeld is dan de hoeveelheid ultraviolette straling het grootst. Ook op een hoogte, dus in de bergen, is de intensiteit hoger, doordat er minder lucht tussen zit om een deel door verstrooiing uit te schakelen. Boven of nabij waterlichamen (zoals meren, zeeën en oceanen maar ook buitenzwembaden en bevroren wateren) is de intensiteit van de ultraviolette straling ook hoger omdat naast de direct invallende ultraviolette straling, de weerkaatsing van het ultraviolette licht via het wateroppervlak ook bijdraagt aan de totale blootstelling van de ruimte boven en nabij het wateroppervlak.

De hoeveelheid invallende ultraviolette straling is ook afhankelijk van de bewolking. Wolken houden niet alleen het zichtbare licht gedeeltelijk tegen, maar ook uv. In het algemeen geldt: hoe meer bewolking, hoe minder ultraviolette straling de aarde kan bereiken. Wolken weerkaatsen echter zelf ook licht en daardoor kan de hoeveelheid ultraviolette straling die de aarde bereikt ook bij een half bewolkte hemel sterk variëren.
 
Stof in de atmosfeer kan ultraviolette straling tegenhouden en bij rustig warm weer, als zich veel vuil in de onderste lagen van de atmosfeer verzamelt, kan de hoeveelheid ultraviolette straling afnemen. Daarentegen weerkaatst een deel van de ultraviolette straling via het grondoppervlak terwijl een ander deel in de grond geabsorbeerd conform de Fresnelvergelijkingen. De hoeveelheid weerkaatst ultraviolet licht hangt af van het absorptiespectrum en in zekere mate van de brekingsindex van de materialen of de vloeistof(fen) die de oppervlakte vormen. Dat houdt onder meer in
dat de intensiteit van het ultraviolette licht (op een meetpunt of waaraan men iets of iemand bloot stelt) boven wit of licht zand, sneeuw en – zoals hierboven al genoemd – boven water hoger is
dan boven andere oppervlaktematerialen. Boven donker asfalt of materialen die veel van het ultraviolette licht kunnen absorberen, zal er door reflectie aanmerkelijk minder tot geen bijdrage worden geleverd aan de totale intensiteit van de ultraviolette straling in de nabijheid van dat oppervlak. Bij sommige materialen die worden blootgesteld aan invallend ultraviolet licht kan naast reflectie of absorptie ook fluorescentie plaatsvinden.

Het deel van het invallende (ultraviolette) licht (en de daarbij behorende hoeveelheid energie) dat door materialen geabsorbeerd wordt, zal worden omgezet in warmte, en kan of zal – wanneer het niet voor andere doeleinden wordt gebruikt – weer vrijkomen in de vorm van warmtestraling, maar zal in geen geval bijdragen aan een hogere intensiteit van ultraviolet licht in de buurt van het absorberend oppervlak.

In Nederland wordt op het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven de hoeveelheid ultraviolette straling continu gemeten.

Ozon:

Ook de hoeveelheid ozon in de atmosfeer heeft invloed op de hoeveelheid ultraviolet zonlicht dat de aarde bereikt. Dat gas houdt de meeste uv B-straling tegen, zodat maar weinig uv B-straling
de aarde kan bereiken. De meeste ozon bevindt zich in de ozonlaag, die zich tussen ongeveer 15 en 30 kilometer hoogte bevindt. De aantasting van de ozonlaag door bepaalde luchtvervuiling
(het gat in de ozonlaag) bedreigt daarom het leven op aarde. Net als het weer kent ook de ozonlaag seizoenen: in de lente is deze het dikste en in de herfst het dunst. Ook het weer heeft invloed. Over het algemeen is de ozonlaag in de buurt van een hogedrukgebied iets dunner dan in de buurt van een lagedrukgebied.
 
Bronnen: Nederlandse kankerbestrijding, Huidziekten.nl , KNMI
 
     
 
 
 
 
web design florida