Stikstofdioxide (NO2) is een
gas dat in Nederland voor
een groot gedeelte door het
autoverkeer wordt
geproduceerd. Het is daarom
een belangrijke indicator
voor de luchtverontreiniging
door verkeer. Langs grote
wegen komen hoge
concentraties voor die over
een afstand van enkele
kilometers afnemen tot lage
concentraties.
Stikstofdioxide draagt bij
aan smog.
Wanneer mensen
stikstofdioxide inademen,
kan dit leiden tot
longirritatie, verminderde
weerstand, en infecties van
de luchtwegen. Chronische
blootstelling aan huidige
niveaus van stikstofdioxide
leidt tot een gemiddelde
levensduurverkorting van 4
maanden. Er was al langere
tijd bekend dat fijn stof
leidt tot vroegere sterfte.
Uit onderzoek [1 (externe
link)] van het RIVM
(Rijksinstituut voor
Volksgezondheid en Milieu)
en het IRAS blijkt dat
blootstelling aan
stikstofdioxide de
levensverwachting met nog
eens circa 4 maanden extra
kan verkorten.
Er is een jaargemiddelde
grenswaarde van 40 µg/m3 die
niet mag worden overschreden
en er is een uurgemiddelde
grenswaarde van 200 µg/m3
die niet meer dan 18 keer
per jaar mag worden
overschreden. De
uurgemiddelde grenswaarde
wordt in Nederland al jaren
niet meer overschreden. In
drukke stedelijke straten en
langs het hoofdwegennet
kunnen jaargemiddelde
concentraties oplopen tot
boven de 40 µg/m3.
Men kan klachten voorkomen
of verminderen door zich in
de middag en vroege avond
niet langdurig in de
buitenlucht in te spannen.
In deze uren is de
concentratie van ozon het
hoogst. Op dit moment is nog
onduidelijk of ozon de
longen en de slijmvliezen
blijvend kan beschadigen.
Binnen het Landelijk Meetnet
Luchtkwaliteit wordt NO2
gemeten met een methode
waarbij het verschil in
verzonden en ontvangen licht
een maat is voor de
concentratie (luminiscentie).