Gat in de ozonlaag
 
Het ozongat is een gebied in de atmosfeer van de aarde waar abnormale reducties van de
ozonlaag optreden. Het is een jaarlijks fenomeen dat tijdens de lente in de poolgebieden wordt waargenomen en wordt gevolgd door een herstel tijdens de zomer. Het ozongehalte wordt gemeten in Dobson-eenheden (UD is 2,69 × 1016 moleculen/cm² of 2,69 × 1020 moleculen/m²).
 
Bij metingen die sinds eind 1970 zijn uitgevoerd, zijn aanzienlijke reducties van de ozon-concentraties in deze laag ontdekt, met bijzondere gevolgen in het Antarctische gebied.
Dit fenomeen werd toegeschreven aan de toename van de concentratie van chloor en broom in
de stratosfeer als gevolg van antropogene emissies van chemische verbindingen, waaronder chloorfluorkoolstofverbindingen (CFK's) die als koelvloeistof worden gebruikt.
 
De verkleining van de ozonlaag en het gat daarin leidde tot mondiale bezorgdheid over het verhoogde risico op kanker en andere negatieve effecten. De ozonlaag voorkomt dat UVB-golflengten van ultraviolet licht door de atmosfeer van de aarde gaan. Deze stralingen veroorzaken huidkanker, brandwonden en cataract, gevolgen waarvan werd berekend dat ze aanzienlijk zullen toenemen als gevolg van de verdunning van de ozonlaag, evenals schade aan planten en dieren. Deze zorgen leidden in 1987 tot de goedkeuring van het Montreal Protocol, waarin de ondertekenende landen zich ertoe verbonden de CFK-productie over een periode van tien jaar te halveren.
 
Het verbod werd in 1989 van kracht. Het ozonniveau stabiliseerde zich halverwege de jaren negentig en begon zich in de jaren 2000 te herstellen.
 
Afbeelding van het grootste gat in de ozonlaag op Antarctica, vastgelegd in september 2000.
 
Effect van de ozonlaag
 
De aardatmosfeer beschermt het leven op aarde door een gedeelte van de schadelijke straling die afkomstig is van de Zon tegen te houden.
Zo wordt het schadelijkste deel van de ultraviolette straling uit het zonlicht tegengehouden door de ozonlaag die zich op ongeveer 15 tot 45 kilometer hoogte bevindt. Daarnaast zorgt de ozonlaag voor het verticale temperatuurprofiel dat onze atmosfeer kenmerkt. Bij stijging vanaf het aardoppervlak neemt de temperatuur af, tot aan de ozonlaag, daar stijgt de temperatuur juist, vervolgens gaat de daling van de temperatuur weer verder, wanneer de ozonlaag gepasseerd is. Deze temperatuurinverse werkt als een soort deksel op de atmosfeer. Het zorgt ervoor dat zuurstof in hoge concentratie aanwezig is in onze atmosfeer.
 
De ozonlaag 
 
Bijna 99% van de ultraviolette straling van de zon die de stratosfeer bereikt, wordt omgezet in warmte door een chemische reactie die voortdurend ozonmoleculen (O3) recycleert. Wanneer ultraviolette straling een ozonmolecuul raakt, splitst de energie het molecuul in zeer reactieve zuurstofatomen. Vrijwel onmiddellijk recombineren deze atomen, waarbij opnieuw ozon wordt gevormd en energie vrijkomt in de vorm van warmte. 
 
De vorming van ozon begint met de fotolyse door het verbreken van chemische bindingen door stralingsenergie van de moleculaire zuurstof door zonnestraling met een golflengte van minder dan 240 nm (nanometer). 
 
Ozon zelf absorbeert UV-licht tussen 200 en 300 nm:
Zuurstofatomen, die zeer reactief zijn, combineren met zuurstofmoleculen om ozon te vormen:
Waarbij M een inerte stof is, zoals stikstof (N2). De rol die M speelt in deze exotherme reactie is het absorberen van een deel van de overtollige energie die vrijkomt en het voorkomen van de spontane ontbinding van het ozonmolecuul (O3). De energie die niet door M wordt geabsorbeerd, komt vrij als warmte. Wanneer M-moleculen zichzelf terugkeren naar de basale toestand, geven ze meer warmte af aan de omgeving.
 
Hoewel alle atmosferische ozon onder normale druk- en temperatuuromstandigheden slechts een laag van ongeveer 3 mm dik zou zijn, is de concentratie ervan voldoende om zonnestraling met een golflengte van 200 tot 300 nm te absorberen. De ozonlaag werkt dus als een schild dat
ons beschermt tegen UV-straling.
Aantasting van de ozonlaag 
Afbeelding-1
 
1: Globale trends in de hoeveelheid cfk's en broeikasgassen 
2:  Temperatuurinversie in de aardatmosfeer (rode curve)
 
Afbeelding-2
 
De ozonlaag wordt aangetast door bepaalde drijfgassen uit bijvoorbeeld spuitbussen en oudere types koelkasten. Het gaat met name om cfk's (chloorfluorkoolstofverbindingen). Deze komen in de ozonlaag terecht, desintegreren daar onder invloed van uv-straling en de ontstane chloorradicalen breken de ozonmoleculen af tot chloormonoxideradicalen en moleculair zuurstof: 
 
 
Twee chloormonoxideradicalen zullen dan het stabielere chloorperoxide vormen: 
 
Vervolgens zorgt de uv-straling ervoor dat chloorperoxide weer uiteenvalt in vrije radicalen (een proces dat fotolyse genoemd wordt): 
 
Deze drijfgassen zijn sinds het einde van de twintigste eeuw verboden. De aantasting van de ozonlaag komt het sterkst tot uiting in het ozongat dat elk voorjaar, rond september, boven de Zuidpool optreedt. Boven een gebied zo groot als Afrika is dan de ozonconcentratie meer dan gehalveerd. Boven het noordpoolgebied wordt ook een afname gemeten, maar die is minder sterk. Daar zorgden de ozonaantastende gassen echter voor een belangrijke, rechtstreekse opwarming.
 
De polen 
 
De Zuidpool 
Het bovengenoemde omzettingsproces vindt alleen plaats bij zeer lage temperaturen. In de stratosfeer boven Antarctica zitten dan soms ijle wolkenlaagjes. Deze wolken worden in het Engels aangeduid als polar stratospheric clouds (afgekort tot PSC).
Op de ijskristallen van de wolken kunnen stikstofverbindingen condenseren zoals
HNO3 (salpeterzuur) of NO2 (stikstofdioxide). Normaal kunnen deze stikstofverbindingen een chloorradicaal onschadelijk maken door ermee te binden. Zodoende wordt een verbinding gevormd die niet meer schadelijk is voor de afbraak van ozon. Wanneer de stikstofverbindingen in het ijs afgezet worden zullen er echter meer chloorradicalen overblijven. Dit chloor is afkomstig van de cfk's. Als die in aanraking met licht komen, kunnen deze zich splitsen (deze chemische reactie wordt fotodissociatie genoemd), waardoor er chloorradicalen vrijkomen 
 
In de zuidpoolwinter en de vroege lente is er geen hoogenergetische straling van de zon boven de Zuidpool (het is er nog nacht). Cfk's die tot boven de ozonlaag zijn doorgedrongen worden dus niet in chloorradicalen gesplitst. Zodra het echter lente is geworden, in september, begint de afbraak. Dan is er wel zonlicht en zijn de temperaturen nog laag genoeg. In oktober zijn de temperaturen weer opgelopen en
in november stroomt er weer verse ozon toe vanaf gematigde breedten, zodat het ozongat verdwijnt. Tijdens de poolnacht en het vroege voorjaar is er nauwelijks uitwisseling tussen de luchtmassa's boven Antarctica en subpolaire luchtmassa's.
Door de extreme koude blijft de lucht min of meer op zijn plaats. 
 
Minimum ozonwaarden gemeten op het zuidelijk halfrond. Periode van 1979 tot 2012.
 
De uitstoot van cfk's is inmiddels grotendeels uitgefaseerd, waardoor men verwacht dat het ozongat zal krimpen. Daar tegenover staat dat de voorjaarstemperaturen boven de Zuidpool steeds lager worden, doordat minder ozon ook minder warmteabsorptie betekent. De grootste omvang van het ozongat is gemeten in 2006, toen ook de laagste temperaturen werden genoteerd. Daarna leek de ozonlaag iets gestabiliseerd, maar in 2015 werd de op een na grootste omvang gemeten. Het gat is dat jaar met 2,5 miljoen vierkante kilometer gegroeid.
 
Het kan ongeveer 50 jaar duren voordat de cfk's zijn afgebroken. Het KNMI verwachtte in 2005 dat de ozonlaag zich rond 2050 boven het zuidpoolgebied zal hebben hersteld. Recentere schattingen geven aan dat het ozongat rond 2070 ongeveer even groot is als omstreeks 1980. 
 
De Noorpool 
Boven de Noordpool geldt in het (noordpool)voorjaar hetzelfde proces als boven de Zuidpool. Alleen zijn de temperaturen daar minder laag dan boven de Zuidpool, zodat de afname in ozonconcentratie minder groot is. Bovendien is er meer menging met lucht van gematigde streken.
Van eind 2019 tot april 2020 werd een groter gat in de ozonlaag aan de Noordpool gerapporteerd dan eerder vastgesteld in 1997 en 2011.
 
Ontdekking 
 
Reeds in 1970 wees Paul Crutzen erop dat stikstofoxides uit mest en uitlaatgassen van zeer hoog vliegende supersonische vliegtuigen de ozonlaag kunnen aantasten. Enige tijd later, in 1974, realiseerden Frank Sherwood Rowland en Mario J. Molina zich dat de chloorfluorkoolwaterstoffen die de industrie uitstootte uiteindelijk in de stratosfeer terecht zouden komen. Onder invloed van ultraviolet licht zouden zij vervolgens de ozonlaag aantasten. In die tijd was het niet zonder meer mogelijk de ozonlaag te meten, de technologie daarvoor ontbrak. Omdat uit de wetenschap echter steeds verontrustender geluiden kwamen, werd de Nimbus-7-satelliet gelanceerd. De metingen van de satelliet gaven aan dat er niets aan de hand was. 
 
In 1984 deden Britse wetenschappers op Antarctica echter een meting vanaf de grond. Zij moeten ervan geschrokken zijn dat de concentraties
ozon in de stratosfeer 35% lager waren dan gewoonlijk. Kort daarna werd het bestaan van het ozongat door de NASA bevestigd. De gegevens in
de Nimbus-7-satelliet werden namelijk gefilterd voor extreme meetwaarden. Omdat het gat zich alleen boven Antarctica bevond en de situatie veel ernstiger was dan men dacht, waren de gegevens boven Antarctica automatisch weggegooid. Omdat men de ruwe data bewaard had, kon men de gegevens opnieuw nagaan en bevestigen dat er een probleem was. 
 
Gevolgen 
 
Het verdwijnen of in concentratie afnemen van ozon in de stratosfeer kan op de lange termijn ernstige gevolgen hebben. Boven Antarctica vallen de gevolgen echter mee, omdat de zonnestraling, en daarmee ook de uv-straling van de zon, daar relatief zwak is. Bovendien is het gebied goeddeels onbewoond en zijn de meeste dieren beter bestand tegen uv-straling dan de mens. Op enkele eilanden, zoals de Zuid-Sandwicheilanden, waar wel mensen wonen, wordt de plaatselijke bevolking geadviseerd een zonnebril te dragen en de onbedekte lichaamsdelen in te smeren met zonnebrandcrème. 
 
Wanneer echter het broeikaseffect voor de temperatuurstijging zorgt waarbij ozon wereldwijd wordt afgebroken, dan verdwijnt de temperatuurinverse in onze atmosfeer en daarmee onze atmosfeer. Zonder ozonlaag is er geen leven op aarde meer mogelijk. 
 
Bronnen: Wikipedia-nl, Wikipedia-es

    Categorieën: Meteorologie  I  Weer A tot Z  
 
Web Design