De historische tijdlijn van de meteorologie
De ontwikkeling van de meteorologie heeft een lange geschiedenis, hier onder volgen de belangrijkste gebeurtenissen die zich tot heden hebben plaats gevonden. Niet alleen de historische
feiten binnen ons eigen land, ook de feiten buiten Nederland zijn dikwijls belangrijk geweest voor het ontstaan en de vooruitgang van de meteorologie in Nederland en België.
 
14000 v.chr 
 
Nederland is tijdens zeker twee ijstijden gedeeltelijk met ijs bedekt geweest. Dat heeft grote gevolgen gehad voor het landschap.
Vooral van de voorlaatste ijstijd (het Saalien) is nog veel te terug te vinden in het relief van Nederland. Het ijs van de Scandinavische ijskap
lag toen tot aan de lijn Nijmegen-Amsterdam

Tijdens de laatste ijstijd kwam het landijs niet verder dan Denemarken en Noord Duitsland. Wel was het klimaat in de stadialen erg koud,
het grootste deel van de laatste ijstijd groeiden er geen bomen in Nederland. In de extreem koude periode van 21000 tot 18000 jaar geleden
was er poolwoestijn waarin de wind vrij spel had. Kort daarna volgde een nieuwe IJstijd die 100.000 jaar duurde.
   
3000 v.chr 
 
 
Meteorologie in India kan worden teruggevoerd tot ongeveer 3000 v.Chr., Met geschriften zoals de Upanishads , die discussies bevatten over de processen van wolkenvorming en regen en de seizoenscycli die worden veroorzaakt door de beweging van de aarde rond de zon.
   
2500 v.chr 
 
Het oude Egypte was een ideale bakermat van beschaving. Het weer was er warm en zonnig en de Nijl leverde voldoende water voor de bevloeiing. Dit betekende echter dat de Egyptische samenleving voor haar welvaart vrijwel geheel van deze rivier afhankelijk was.
De Egyptenaren probeerden de bewegingen van de sterren te gebruiken als leidraad voor het jaarlijkse stijgen en dalen van de rivier en van de duur van de periodieke overstromingen die hij teweegbracht. Deze afhankelijkheid van de Nijl en de hemellichamen kwam tot uitdrukking in twee machtige goden: Ra (of Re) en Osiris. De Egyptenaren geloofden dat de zonnegod Ra de bewegingen van de hemellichamen beheerste, door iedere dag in zijn zonneboot langs de hemel te reizen en 's nachts naar de onderwereld terug te keren. Osiris werd gezien als zowel de heerser van de doden als de bron van vruchtbaarheid voor de levenden. Hij regelde het ontkiemen van gewassen en de jaarlijkse overstromingen van de Nijl.
   
2500 - 610 v.chr 
 
Op dit Assyrische kleitablet uit de 7de eeuw voor Christus wordt gewaarschuwd voor zware regens en overstromingen. 
De oppergod van Babylonië dat in het zuiden van Mesopotamië de grootste bloei bereikte, was Mardoek. Aanvankelijk was hij alleen de
god van het onweer, maar later ook van de gehele atmosfeer. Een van oudste en goed bewaarde tabletten is het zogenaamde Venus-tablet
van Ammisaduqa, dat beschreven werd onder de heerschappij van koning Ammisaduqa van Babylon, ergens tussen 1646 en 1626 v.Chr.

Het tablet bevat de volgende tekst: "In maand 11, de 15e dag, verdween Venus in het Westen. Drie dagen lang bleef zij weg, en toen op
de 18e dag werd zij weer zichtbaar in het Oosten. Bronnen zullen zich openen en Adad zal zijn regen brengen en Ea zijn vloedstromen.
Boodschappen van verzoening zal worden verzonden van koning tot koning...".
   
1300 v.chr 
 
 
In China zouden ten tijde van de Yin-dinastie al metingen zijn verricht van neerslag en wind. 
   
668 -626 v.chr 
 
Sommige volkeren, in het bijzonder de Babyloniërs, probeerden veranderingen op korte termijn in het weer te voorspellen.
Hun voorspellingen waren gebaseerd op astronomische waarnemingen, op de uiterlijke kenmerken van wolken en op optische verschijnselen aan de hemel zoals Halo's.

Eén van de voorspellingen die zijn vastgelegd in de bibliotheek van kleitabletten van de Assyrische koning Assurbinal luidt: 'Als de maan in een donkere kring is, zal de maand regen brengen of pakken zich wolken samen ...'Dit was het begin van de volksweerkunde die de
grondslag zou vormen voor de latere voorspellingen.
   
600 v.chr 
 
Thales kan zich kwalificeren als de eerste Griekse meteoroloog. Hij publiceert de weersvoorspellingen in Griekenland en werden formeel uitgegeven om mensen te helpen bij het plannen van hun seizoensgebonden teeltactiviteiten. De studie van weerpatronen wordt bekend als meteorologie. Deze term komt van het Griekse woord ‘meteoros’, wat ‘hoog in de lucht’ betekent.
   
500 - 400 v.chr 
 
 
De eerste bekende regenregistraties werden bijgehouden door de oude Grieken, rond 500 BC. Mensen die in India woonden, begonnen regen te registreren in 400 v.Chr. De metingen waren gecorreleerd aan de verwachte groei. In de Arthashastra, die bijvoorbeeld in Magadha wordt gebruikt, werden precieze normen gesteld aan de graanproductie. Elk van de staatsmagazijnen was uitgerust met een regenmeter om land voor belastingdoeleinden te classificeren
   
384 -322 v.chr 
 
Het woord meteorologie is afkomstig uit het boek Meteorologica geschreven door door Aristoteles. Aristoteles combineerde hierin waarnemingen met speculaties over de oorzaken van verschijnselen aan het firmament. Het Griekse woord meteoron refereert aan zaken
hoog in de lucht, dat is, tussen de aarde en de sterren. Logos betekent studie.

Aristoteles oordeelde dat er vier fundamentele functies zijn: warmte, koude, droogte en vochtigheid en onder invloed van die functies worden vier elementen gevormd: lucht, vuur, aarde en water.
   
300 v.chr 
 
Omstreeks 300 voor Christus hadden Chinese astronomen een kalender ontwikkeld waarin het jaar was onderverdeeld in 24 'feesten', die gekoppeld waren aan het weer in elk van die perioden. Het oudste meteorologisch instrument is waarschijnlijk de regenmeter
   
372- 282  v.chr 
 
De vier elementen van Empedocles (aarde, water, lucht en vuur) afgebeeld in Lucretius.
Het werk van Aristoteles wordt voortgezet door zijn leerling Theophrastus. In zijn boek Over voortekenen van het weer geeft hij ongeveer
80 verschillende voortekenen van regen, 50 van stormen, 45 van winden en 24 van mooi weer.

Sommige waren opmerkelijk betrouwbaar, zoals 'Als het mist, is er weinig of geen regen'. Andere voortekenen hadden echter geen enkele wetenschappelijke basis. De pogingen die Theophrastus in zijn andere werken om wolken en weer in verband te brengen met de richting
van de wind waren in het algemeen juist en gestoeld op objectieve waarnemingen.
   
250 v.chr 
 
 
Archimedes bestudeert de concepten van drijfvermogen en het hydrostatische principe. Positief drijfvermogen is nodig voor de vorming van convectieve wolken ( cumulus , cumulus congestus en cumulonimbus ).
   
206  v.chr 
 
Prototype hygrometers werden bedacht en ontwikkeld tijdens de Shang-dynastie in het oude China om het weer te bestuderen.
De Chinezen gebruikten een stuk houtskool en een klomp aarde: het droge gewicht werd bepaald en vergeleken met het vochtige gewicht nadat het in de lucht was blootgesteld. De verschillen in gewicht zijn gebruikt om de luchtvochtigheid te meten.

Andere technieken werden toegepast met massa om de vochtigheid te meten, zoals wanneer de lucht droog was, zou de staaf houtskool
licht zijn, terwijl wanneer de lucht vochtig was, de staaf houtskool zwaar zou zijn. Door een klomp aarde en een stuk houtskool aan de twee uiteinden van een staf afzonderlijk te hangen en een vast hijskoord aan het middelpunt toe te voegen om de staf horizontaal in droge lucht te maken, werd een oude hygrometer gemaakt.
   
48 v.chr 
 
De vroegste windwijzer die we kennen, is in Griekenland gebouwd door de astronoom Andronicus en opgericht ter ere van de Griekse god Triton. Het heeft de vorm van een man met de staart van een vis en is tussen de 4 en 8 voet lang. Een windwijzer wijst in de richting van de minste weerstand, waarbij de voorkant minder weerstand heeft dan de achterkant, waardoor de richting van de wind wordt weergegeven.

De Toren der Winden, die nog steeds in Athene staat, dateert uit de eerste eeuw voor Christus. De toren is een achthoekig bouwwerk van
12 m. hoog en 3,2 m. lang aan iedere zijde.Hij staat op een basis van drie treden en heeft twee ingangen waarvoor kleine portieken stonden met ieder twee Korinthische zuilen. Het gebouw is gemaakt van Pentelisch marmer.Boven op ieder van de acht kanten is in reliëf de god van een wind afgebeeld, elk precies op de richting waaruit hij waait.
   
10 - 70
 
 
Verschillende auteurs hebben de uitvinding van de thermometer toegeschreven aan Hero of Alexandria. De thermometer was echter geen enkele uitvinding, maar een ontwikkeling. Held van Alexandrië (10-70 n.Chr.) Kende het principe dat bepaalde stoffen, met name lucht, uitzetten en samentrekken, en beschreef een demonstratie waarbij een gesloten buis die gedeeltelijk met lucht was gevuld, eindigde in een bak met water. [8] Door de uitzetting en inkrimping van de lucht is de positie van het water / lucht-grensvlak langs de buis verschoven.
   
  23 - 77
   
Ook de Romeinen werden sterk beïnvloed door Aristoteles. De Romeinse schrijver Plinius de Oudere stelde een Historia Naturalis samen,
een monumentale encyclopedie van 37 boeken waarin de werken van ongeveer 2000 Romeinse en Griekse schrijvers waren verenigd,
samen met waarnemingen en bijgeloof uit Egypte en Babylonië. Boek 2 handelde over volgende onderwerpen: Kosmologie, astronomie, meteorologie, vulkanologie, geologie.
   
80
 
In zijn Lunheng (論 衡; Critical Essays) verdrijft de Chinese filosoof Wang Chong (27-97 n.Chr.) Uit de Han-dynastie de Chinese mythe van regen die uit de hemel komt, en stelt dat regen wordt verdampt van water op aarde naar de lucht en vormt wolken, bewerend dat wolken condenseren tot regen en ook dauw vormen, en zegt dat wanneer de kleding van mensen in hoge bergen wordt bevochtigd, dit komt door het door de lucht zwevende regenwater. Wang Chong ondersteunt zijn theorie echter door een soortgelijk commentaar van Gongyang Gao te citeren, diens commentaar op de lente- en herfstannalen , de Gongyang Zhuan , samengesteld in de 2e eeuw voor Christus, waaruit blijkt dat de Chinese opvatting dat regen verdampt en opstijgt om wolken te vormen. gaat veel verder terug dan Wang Chong. Wang Chong schreef:
Wat betreft het komen van regen uit de bergen, sommigen zijn van mening dat de wolken de regen met zich meedragen, zich verspreiden terwijl het neerslaat (en ze hebben gelijk). Wolken en regen zijn eigenlijk hetzelfde. Water dat naar boven verdampt, wordt wolken, die condenseren tot regen, of nog verder tot dauw.
   
100
 
Hero van Alexandrië vond allerlei apparaten uit die werkte op lucht-, stoom- of waterdruk. Een van die apparaten was een stoommachine genaamd aeolipile. Dit apparaat werkt door in een luchtdichte kamer lucht op te waren en dit te laten ronddraaien door de warme lucht te
laten ontsnappen via buisjes(zie plaatje hiernaast). De naam is afgeleid van de Griekse god Aeolos.

Het is een vroeg voorbeeld van de latere derde wet van Newton: actie=reactie, dit is eigenlijk een vroeg voorbeeld van een stoommachine en een voorloper van de straalmotor en raket.
   
500
 
 
Rond 500 n.Chr. Publiceerde de Indiase astronoom, wiskundige en astroloog: Varāhamihira zijn werk Brihat-Samhita's, wat duidelijk aantoont dat er een diepe kennis van atmosferische processen bestond in de Indiase regio
   
600
 
 
De dichter Kalidasa noemt in zijn epische Meghaduta de datum van het begin van de zuidwestelijke moesson boven centraal India en volgt
het pad van de moessonwolken.
   
600
 
 
St. Isidorus van Sevilla schrijft in zijn werk De Rerum Natura over astronomie, kosmologie en meteorologie. In het hoofdstuk gewijd aan Meteorologie bespreekt hij de donder , wolken, regenbogen en wind.
   
801 - 873
 
ln een verhandeling getiteld Risala fi l-Illa al-Failali l-Madd wa l-Fazr ( Verhandeling over de efficiënte oorzaak van de stroom en eb ), presenteert Al-Kindi een theorie over getijden die 'afhangt van de veranderingen die plaatsvinden in lichamen als gevolg van de stijging en
daling van de temperatuur. " Om zijn argument te staven, gaf hij een beschrijving van een wetenschappelijk experiment als volgt:
Men kan ook met de zintuigen waarnemen ... hoe als gevolg van extreme koude lucht in water verandert. Bij het uitleggen van de natuurlijke oorzaak van de wind , en het verschil in richting op basis van tijd en locatie, schreef hij: Als de zon in zijn noordelijke declinatie staat, zullen noordelijke plaatsen opwarmen en zal het naar het zuiden koud zijn. Dan zet de noordelijke lucht zich uit in zuidelijke richting vanwege de
hitte door het samentrekken van de zuidelijke lucht. Daarom zijn de meeste zomerwinden verdiensten en de meeste winterwinden niet.
   
815 - 896
 
Al-Dinawari, een Koerdische natuuronderzoeker, schrijft de Kitab al-Nabat ( Boek van planten ), waarin hij zich bezighoudt met de toepassing van meteorologie op de landbouw tijdens de islamitische landbouwrevolutie . Hij beschrijft het meteorologische karakter van de lucht,
de planeten en sterrenbeelden , de zon en de maan, de maanfasen die seizoenen en regen aangeven, de anwa ( hemellichamen van regen)
en atmosferische verschijnselen zoals wind, donder, bliksem, sneeuw, overstromingen. , valleien, rivieren, meren, bronnen en andere waterbronnen.
   
900
 
 
Ibn Wahshiyya 's Nabatean Agriculture bespreekt de weersvoorspelling van atmosferische veranderingen en tekenen van de planetaire astrale veranderingen; tekenen van regen gebaseerd op observatie van de maanfasen , aard van donder en bliksem, richting van zonsopgang, gedrag van bepaalde planten en dieren, en weersvoorspellingen gebaseerd op de beweging van wind; pollenized lucht en wind; en vorming van winden en dampen
   
950
 
Toen de Polynesische voorouders van Māori naar Nieuw-Zeeland reisden, zochten en gebruikten ze kennis over het weer. Ze zouden naar het zuiden zeilen om de westelijke wind op te vangen en naar het noorden om de zuidoostelijke passaatwinden op te vangen. Māori gebruikte traditioneel de patronen en kleuren van wolken om het weer te voorspellen. Ze observeerden wolkenformaties bij zonsondergang om te zien of en wanneer het de volgende dag zou regenen.
   
1021
 
Ibn al-Haytham (Alhazen) schrijft over de atmosferische breking van licht, de oorzaak van ochtend- en avondschemering .
Hij trachtte met behulp van hyperbool en geometrische optica basiswetten voor atmosferische refractie in kaart te brengen en te formuleren.
Hij geeft de eerste juiste definitie van de schemering , bespreekt atmosferische refractie , laat zien dat de schemering het gevolg is van atmosferische refractie en begint pas als de zon 19 graden onder de horizon staat , en gebruikt een complexe geometrische demonstratie
om de hoogte van de aardatmosfeer te meten. als 52.000 passuum (49 mijl), wat heel dicht bij de moderne meting van 80 mijl ligt
   
1022
 
Ibn al-Haytham publiceert zijn Risala fi l-Daw ' ( verhandeling over licht ) als aanvulling op zijn Book of Optics . Hij bespreekt de meteorologie van de regenboog , de dichtheid van de atmosfeer en verschillende hemelverschijnselen , waaronder de zonsverduistering , schemering en maanlicht.
   
1027
 
Avicenna publiceert The Book of Healing , waarin deel 2, sectie 5, zijn essay over mineralogie en meteorologie in zes hoofdstukken bevat: vorming van bergen; de voordelen van bergen bij de vorming van wolken; bronnen van water; oorsprong van aardbevingen ; vorming van mineralen ; en de diversiteit van het aardse terrein . Hij beschrijft ook de structuur van een meteoor , en zijn theorie over de vorming van metalen combineerde de alchemistische zwavel-kwiktheorie van metalen (hoewel hij kritisch was over alchemie ) met de mineralogische theorieën van Aristoteles en Theophrastus . Zijn wetenschappelijke methodologie van veldobservatie was ook origineel in de aardwetenschappen.
   
1080
 
Abu 'Abd Allah Muhammad ibn Ma'udh, die in Al-Andalus woonde , schreef een werk over optica dat later in het Latijn werd vertaald als
Liber de crepisculis , dat ten onrechte aan Alhazen werd toegeschreven. Dit was een korte metten met een schatting van de hoek van depressie van de zon aan het begin van de ochtend schemering en aan het eind van de avond schemering, en een poging om te berekenen
op basis van deze en andere gegevens van de hoogte van de atmosferische vocht dat verantwoordelijk is voor de breking van de zonnestralen. Door zijn experimenten kreeg hij de nauwkeurige waarde van 18 °, wat dicht bij de moderne waarde komt.
   
1088
 
Vroege speculatie en hypothese met betrekking tot wat nu bekend staat als meteorologie hadden een lange traditie in China vóór Shen Kuo. Shen schreef levendige beschrijvingen van tornado's - de eerste bekende beschrijving ervan in Oost-Azië. Hij gaf ook de redenering (eerder voorgesteld door Sun Sikong, 1015-1076) dat regenbogen werden gevormd door de schaduw van de zon in regen, die optrad wanneer de zon erop zou schijnen. Paul Dong schrijft dat Shen's uitleg van de regenboog als een fenomeen van atmosferische refractie "in wezen in overeenstemming is met moderne wetenschappelijke principes". Shen veronderstelde dat zonnestralen breken voordat ze het aardoppervlak bereiken, waardoor mensen op aarde die de zon observeren deze niet op zijn exacte positie bekijken, met andere woorden, de hoogte van de schijnbare zon is hoger dan de werkelijke hoogte van de zon.
   
1121
 
 
Al-Khazini , een moslimwetenschapper van Byzantijnse Griekse afkomst, publiceert The Book of the Balance of Wisdom , de eerste studie over de hydrostatische balans .
   
1185
 
De Spaanse astronoom Johannes van Toledo voorspelde dat in september van het komende jaar alle planeten bij elkaar zouden staan, hetgeen stormen, hongersnood en andere rampen zou veroorzaken. Hoewel niets daarvan waarheid werd, bleef de astrometeorologie
nog tot in de achttiende eeuw een bloeiende activiteit. Almanakken waren in de zeventiende en achttiende eeuw erg populair in Europa en Noord-Amerika. Zij bevatten vaak weersvoorspellingen en raadgevingen voor boeren, en ook informatie over astronomische gebeurtenissen
en religieuze feestdagen.
   
1200 - 1280
 
 
St. Albert de Grote is de eerste die voorstelt dat elke druppel vallende regen de vorm had van een kleine bol, en dat deze vorm betekende dat de regenboog werd geproduceerd door licht in wisselwerking met elke regendruppel.
   
1267
 
Roger Bacon was de eerste die de hoekgrootte van de regenboog berekende. Hij verklaarde dat de regenboogtop niet hoger dan 42 graden boven de horizon kan verschijnen
   
1250 - 1311
 
 
Theoderik van Freiburg en Kamāl al-Dīn al-Fārisī geven de eerste nauwkeurige verklaringen van de primaire regenboog , tegelijkertijd maar onafhankelijk. Theoderic geeft ook de verklaring voor de secundaire regenboog.
   
1337
 
 
William Merle, rector van Driby , begint met het opnemen van zijn weerdagboek , het oudste nog in druk. Het streven eindigde in 1344.
   
1441
 
In de vroege dagen van de Joseon-dynastie was er een systeem om de regenval in een regio te meten en te rapporteren ten behoeve van de landbouw. De methode om regen in die tijd te meten was echter primitief, namelijk het meten van de diepte van regenwater in plassen.
In 1442 gaf de koning de Gwansanggam opnieuw opdracht om een ​​gestandaardiseerd systeem te ontwerpen om de regenval te meten en te registreren. Hij beval ook zijn provinciale gouverneurs, aangesteld door de koning, om dezelfde Cheugugi te installeren op de binnenplaats van elk provinciaal kantoor, waar de gouverneurs de regen zouden meten en registreren.

Het was oorspronkelijk gemaakt van ijzer, maar er zijn later koperen en keramische exemplaren gebouwd.
   
1450
 
De anemometer is weinig veranderd sinds zijn ontwikkeling in de 15e eeuw. Leon Battista Alberti zou rond 1450 de eerste mechanische anemometer hebben uitgevonden. In de daaropvolgende eeuwen ontwikkelden talloze anderen, waaronder Robert Hooke (1635–1703), hun eigen versies, waarvan sommige ten onrechte als de uitvinder werden beschouwd. In 1846 verbeterde John Thomas Romney Robinson het ontwerp door vier halfronde kommen en mechanische wielen te gebruiken. In 1926 ontwikkelde de Canadese meteoroloog John Patterson
een anemometer met drie kopjes, die in 1935 door Brevoort en Joiner werd verbeterd. In 1991 voegde Derek Weston de mogelijkheid toe
om de windrichting te meten. In 1994 ontwikkelde Andreas Pflitsch de sonische anemometer.
   
1452 - 1519
 
De dagboeken van Leonardo da Vinci (1452-1519) bevatten ontelbare studies van weersverschijnselen en ontwerpen voor weerkundige instrumenten, zoals de hygrometer. Dit instrument meet het vochtgehalte van de lucht op het moment dat de meting wordt genomen.

Een huishoudelijke naam, die al in Leonardo's dag bestaat, bestaat uit twee schalen waar één schaal een hygroscopische stof bevat(spons, katoenwol), en in de andere schaal was. (Was absorbeert geen water.) Bij droge weersomstandigheden markeert de weegschaal nul.
Aangezien het vocht in de lucht toeneemt en het gewicht van de hygroscopische stof daardoor stijgt, wijst de schaal naar de pan waar de hygroscopische stof is.
   
1483
 
 
Yuriy Drohobych publiceert Prognostic Estimation of the year 1483 in Rome , waar hij nadenkt over weersvoorspellingen en dat de klimatologische omstandigheden afhingen van de breedtegraad
   
1488
 
 
Johannes Lichtenberger publiceert de eerste versie van zijn Prognosticatio die weersvoorspelling koppelt aan astrologie . Pas eeuwen later werd het paradigma uitgedaagd.
   
1494
 
 
Tijdens zijn tweede reis ervaart Christopher Columbus een tropische cycloon in de Atlantische Oceaan, die leidt tot het eerste geschreven Europese verslag van een orkaan.
   
1500
 
Tot aan de 16e eeuw kregen windrichtingen Latijnse namen: Septentrionalis (noord), Orientalis (oost), Meridonalis (zuid) en Occidentalis (west). De namen zijn nog onder meer te vinden op het Sint Pietersplein in Rome. Rond 1600 begon men de wind aan te tekenen in scheepsjournalen.
   
1510
 
 
Leonhard Reynmann, astronoom van Neurenberg , publiceert ″ Wetterbüchlein Von warer erkanntnus des wetters ″, een verzameling weersverhalen .
   
1540
 
 
Dit jaar staat bekend als het Grote Zonnejaar. Grote delen van West- en Midden-Europa kenden een half jaar lang een
mediterraan klimaat. 
   
1543
 
De Pool Nicolaus Copernicus wijdde zich aan het einde van zijn leven als kanunnik aan de studie van de antieke sterrenkundigen.
Zijn hoofdwerk, De revolutionibus orbium coelestium, Over de omwentelingen van de hemelse sferen verscheen in 1543, het jaar van zijn dood. Terwijl alle geleerden tot dan toe de aarde als het vaste middelpunt van het heelal hadden gezien waar zon, maan, sterren en planeten
omheen draaien, het zogenaamde geocentrische model, stelde Copernicus dat de zon het middelpunt van het heelal is.

De aarde en planeten bewegen om de zon. Alleen de maan draait om de aarde. Bovendien wordt de afwisseling van dag en nacht niet veroorzaakt door de omwenteling van de hemel, maar van de aarde zelf. Dit wordt het heliocentrische model genoemd, naar het Griekse
woord helios, zon.
   
1546
 
 
Gerardus Mercator ontdekt de magnetische polen op aarde.
   
1593
 
Hoewel de Galileo-thermometer wel vernoemd is naar Galileo Galilei, heeft hij hem zelf niet uitgevonden. Galilei heeft echter wel het principe ontdekt, waarop deze thermometer gebaseerd is. Dit principe is het feit dat de dichtheid van een vloeistof verandert in verhouding tot de temperatuur. Op basis van dit principe bedacht Galilei de 'thermoscoop'.

Bij veranderende temperatuur verandert ook de dichtheid van de vloeistof, waardoor de glasbelletjes met hun eigen karakteristieke dichtheid omhoog of omlaag gestuwd worden. Dit is volgens de wet van Archimedes omdat voorwerpen met een lagere massadichtheid omhoog gaan zweven en die met een hogere zinken.
   
1611
 
 
Johannes Kepler schrijft de eerste wetenschappelijke verhandeling over sneeuwkristallen: "Strena Seu de Nive Sexangula (Een nieuwjaarsgeschenk van zeshoekige sneeuw)".
   
1611
 
Marco Antonio de Dominis publiceerde in 1611 in Venetië een wetenschappelijk werk getiteld:
Tractatus de radis visus et lucis in vitris, perspectivis et iride, waarin volgens Isaac Newton eerste wet was om de theorie van de regenboog
te ontwikkelen, door aandacht te vestigen op Het feit dat in elk regendruppel het licht twee refracties en een tussentijdse reflectie ondergaat. Zijn aanspraak op dat onderscheid wordt echter betwist voor Descartes.
   
1620
 
 
Als experiment worden in Nederland de eerste weerkundige waarnemingen gedaan door werktuigbouwkundige Cornelis Drebbel
en astronoom Beeckman. Beeckman hield een dagboek bij in Zierikzee die nooit werd teruggevonden. Jan Baptista van Helmont gebruikt
voor het eerst het woord "gas".
   
1632
 
 
John Ray ontwerpt een waterthermometer.
   
1643
 
In 1643 deed Torricelli als eerste de bekende kwikbuisproef, al had zijn opstelling nog geen schaalverdeling en was het dan ook niet echt
een barometer. Het besef van de weersvoorspellende waarde ervan kwam pas na zijn dood. Torricelli vulde een dunne buis van een meter lengte in zijn geheel met kwik en zette de buis op zijn kop in een bakje met kwik. Het kwik zakte voor een deel uit de buis, maar een kolom van circa 76 cm bleef in de buis staan. De hoogte van deze kwikkolom varieerde een beetje met de weersomstandigheden.
Als de kolom wat zakte kwam er meestal regen en storm. Bij stralend rustig weer stond de kolom hoog. Torricelli trok hieruit de
gevolgtrekking dat de druk die het gewicht van het kwik in de kolom op het kwik in het bakje uitoefende gelijk moest zijn aan de druk die
de luchtkolom van de atmosfeer er op uitoefende
   
1648
 
Pascal toonde proefondervindelijk aan dat de luchtdruk op verschillende hoogten verschilt (door de hoogte van kwik in een buis op
verschillende hoogten te meten). Hoe lager de meting werd uitgevoerd, hoe hoger het kwik in de buis steeg, dus hoe hoger ook de luchtdruk moest zijn op dat niveau en omgekeerd. Daarmee werd tevens vastgesteld dat de atmosfeer eindig is: de luchtdruk is het grootst net boven
de grond (zeeniveau); deze moet gelijk zijn aan het gewicht van de totale luchtkolom boven een oppervlakte-eenheid.
   
1648
 
De natuurfilisoof Johannes Baptista Van Helmont (1579-1644) draagt bij tot het wetenschappelijk begrip “experimentele methodologie”, wat proefondervindelijk onderzoek inhoudt. Hij is de eerste die het woord “gas” – meer bepaald “gasmaeckinge” – gebruikt. Het woord is een afleiding van het Griekse woord "chaos". Hij voert ook experimenten uit met een "thermoscoop"; dit is een voorloper van de thermometer. In 1648 wordt zijn werk "Ortus medicinae" postuum gepubliceerd in Amsterdam.
   
1654 - 1667
 
In 1654 richtte Ferdinando II de Medici het eerste meetnet voor weerkundige waarnemingen op. Waarnemingsstations over heel Europa dat bestond uit meteorologische stations in Florence , Cutigliano , Vallombrosa , Bologna , Parma , Milaan , Innsbruck , Osnabrück , Parijs en Warschau. Deze werden uitgerust met gestandardiseerde weerkundige instrumenten voor het meten van onder andere luchtdruk, windrichting, temperatuur, vochtigheid. De verzamelde gegevens werden op regelmatige tijdstippen centraal naar de Accademia del Cimento in Florence gestuurd . Het meetnet hield op te bestaan nadat de academie in 1667 werd gesloten.
   
1654 - 1667
 
De Maagdenburger halve bollen zijn twee losse halve bollen van sterk materiaal die tegen elkaar aan worden gehouden, waarna de ruimte binnen de zo ontstane bol vacuüm wordt gezogen. Door de luchtdruk op het buitenoppervlak blijven de halve bollen tegen elkaar aangedrukt. Deze proef werd door Otto von Guericke, de toenmalige burgemeester van het Duitse Maagdenburg, in 1654 voor het eerst uitgevoerd.
Zestien paarden waren niet in staat de twee bolhelften met een diameter van circa 50 cm van elkaar te scheiden. De kracht die overwonnen had moeten worden, bedroeg dan ook ruim 20.000 N, wat gelijk is aan het gewicht van een massa van 2 ton. Von Guericke demonstreerde zodoende de grootte van de luchtdruk op grondniveau, die het gevolg is van het gewicht van de aardatmosfeer.
Von Guericke heeft zich ontwikkeld tot de grondlegger van de vacuümtechniek.
   
1655
 
 
De eerste gesloten thermometer wordt vervaardigd door Boyle. Als vulvloeistof wordt ethylalcohol (het gewone alcohol uit dranken) gebruikt.
   
1659
 
 
Bouillon vervaardigt in dit jaar de eerste kwikthermometer. Bij dit type was net zoals bij het type van Galillei (1592) het capillair aan de bovenzijde open..
   
1662
 
 
Sir Christopher Wren vond de mechanische, zelflozende regenmeter uit met een kiepbak ..
   
1663
 
 
Robert Boyle bedenkt de naam barometer. In 1662 ontwerpt hij zijn beroemde gaswet,
de wet voor ideale gassen: de relatie tussen druk en volume.
   
1665
 
Isaac Newton ontwikkelt zijn theorie over het lichtspectrum. In 1665 plaatste hij voor het eerst een glazen prisma in de lichtbundel en zag
hij vervolgens de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet op zijn muur verschijnen. Newton noemde de kleurenband op zijn muur spectrum, een woord uit het Latijn dat ‘(geestes)verschijning’ betekent. Ook toonde hij aan dat met een tweede prisma de kleuren
van de regenboog weer tot wit licht samengevoegd kunnen worden.
   
1667
 
 
Robert Hooke bouwt een ander type anemometer , een anemometer met drukplaat .
   
1670
 
De Vlaamse Jezuïet Ferdinand Verbiest (1623-1688) bouwt een thermoscoop in Beijing en hij schenkt deze voorloper van de thermometer
aan keizer K’ang-si. Verbiest’s werk “Astronomia Europea” wordt in 1687 in het Duitse Dillingen uitgegeven. In het hoofdstuk over
meteorologie worden Verbiest’s tekeningen van de door hem gebouwde hygroscoop en thermoscoop gepubliceerd.
   
1686
 
Edmund Halley ontdekt en beschrijft voor het eerst de relatie tussen de luchtdruk en hoogte boven zeeniveau. Ook ziet hij als eerste de verbanden tussen passaatwinden en moessons (het algehele windpatroon). Op de eerste meteorologische kaart staat een overzicht van de richtingen van de passaatwinden en moessons. Hij schrijft de circulatie van heersende winden toe aan de opwarming door de zon en de draaiing van de aarde, waardoor ze er algemene oostelijke wind staat. Als de zon ondergaat, draait de lucht van richting om een evenwicht te bereiken. Hij beweert dat de effecten van continenten (en andere landmassa's) en breedtegraden bemoeilijken maar de basisprincipes niet in gevaar brengt. Op de kaart tonen rijen korte lijnen de gang van de wind; De scherpe uiteinden van die lijnen wijzen op windbronnen.
Waar winden heen en weer gaan, met name in het moessonachtige gebied van de Indische Oceaan, zijn de lijnen dikker dan elders en
wijzen beide manieren aan.
   
1697
 
 
De Leidse filosoof Wolfert Senguerd begint met het dagelijks noteren van de standen van verschillende barometers en thermometers.
   
1703
 
 
De Luikenaar Laurent Gobart (1658-1750) publiceert zijn "Tractatus philosophicus de barométro" in 1703 te Amsterdam.
   
1705 - 1734
 
Op 19 december 1705 begon Cruquius enkele keren per dag met aflezingen van temperatuur, luchtdruk, vocht en neerslag. Hij maakte
gebruik van primitieve instrumenten, zoals een opvangbak voor de regen en een luchtthermometer. Dit instrument bestond uit een afgesloten U-vormige buis, waarvan een uiteinde uitmondde in een met lucht gevulde bol. Bij verwarming zette de lucht uit en werd de vloeistof in de buis omlaag gedrukt. Cruquius bedacht een eigen schaalverdeling, omdat er nog geen universele thermometerschaal bestond. Vanaf 1727 vermeldde hij de temperatuur in graden Fahrenheit.Hij onderhield nauwe contacten met een Engelse meteorologische organisatie, die voorschreef hoe de metingen moesten worden gedaan. Zodoende is bekend hoe Cruquius heeft gemeten en kon het KNMI zijn temperatuurreeks van 1706 tot 1734 reconstrueren. .
   
1709
 
 
Voor zover we weten (KMI), wordt de eerste meteorologische waarneming met een instrument in België genoteerd tijdens de zeer
koude winter van 1708-1709:

"De koude startte gevoeld te worden de dag voor Driekoningen ... De Maas vroor dicht tot een diepte van 5 (Parijse) voet (of 1,62 m).
De Réaumur thermometer toonde 15 en een kwart graad (dit is -19°C)."


Het is niet helemaal duidelijk of dit wel een echte waarneming was of eerder een schatting die later gedaan werd ter vergelijking met andere koude winters uit de 18de eeuw.
   
1714
 
Daniel Fahrenheit wordt gecrediteerd voor de uitvinding van de eerste betrouwbare thermometer, gemaakt van glas en kwik. Hij wordt ook gecrediteerd voor de productie van de eerste reproduceerbare thermometers in 1709, waarbij verschillende thermometers konden worden geproduceerd met dezelfde temperatuur in dezelfde situatie.
   
1721 - 1722
 
 
Tijdens zijn reis met het schip de "Sint Pieter" van de Oostendse Compagnie, onderweg naar de kust van Coromandel,
Goa en Soerat in Indië, meet de Gentse scheepsalmoezenier, Michael De Febure, geregeld de temperatuur op zee.Deze unieke metingen worden spijtig genoeg niet met een gedefinieerde schaal uitgevoerd.
   
1709 - 1724
 
Fahrenheit temperatuurschaal is bedacht door Gabriel Fahrenheit. Zijn schaal gebaseerd op drie referentiepunten. (0° F) Het nulpunt werd verkregen door de thermometer in een mengsel van ijs, water en ammoniumchloride en keukenzout te plaatsen. (32 °F) vond hij door de thermometer in zuiver water te plaatsen waarop ijsvorming plaatsvond (het vriespunt van water). (96 °F) werd bepaald door
de lichaamstemperatuur van een gezond persoon, gemeten in de mond of onder de oksel.Het verschil tussen het smeltpunt van ijs (32 °F)
en de lichaamstemperatuur (96 °F) bedroeg 64 graden, wat hem toeliet zijn schaal op zijn instrumenten aan te brengen door het
interval 6 keer in tweeën te delen. Water kookt op 212 °F. Fahrenheit ontdekt onderkoeld water, de vloeibare vorm van water bij een temperatuur beneden het vriespunt, het verschijnsel dat op het aardoppervlak ook ijzel veroorzaakt.
   
1735
 
Een Hadleycel (genoemd naar George Hadley, die de cellen voor het eerst beschreef) is een atmosferische circulatiecel in de tropen,
die vanaf de thermische evenaar tot 30 graden naar het noorden of zuiden loopt. De windrichting aan het oppervlak (de passaat) is naar de evenaar toe gericht. Aan de evenaar stijgt warme, natte lucht op tot de tropopauze waar het richting de polen begint te stromen.
Rond de 30e breedtegraad daalt de afgekoelde lucht weer, waardoor hier meestal een hogedrukgebied ligt. De lucht zal daarna weer in de
vorm van een passaat naar de evenaar stromen, waarmee de cirkel compleet is. In schematische tekeningen zijn er twee Hadleycellen,
één vanaf de evenaar naar het noorden en één vanaf de evenaar naar het zuiden.
   
1736 - 1783
 
 
De Luikse arts Jean Motte (1719-1791) – men noemde hem ook Fallize of Falisse -, staat bekend als de allereerste persoon in België die meteorologische waarnemingen doet. Van al de meteorologische waarnemingen die hij in de periode van 1736 tot 1783 uitvoert,
zijn er slechts enkele extreme waarden voor de temperatuur en de atmosferische druk, bewaard gebleven.
   
1742
 
Celsius is een temperatuurschaal vernoemd naar de Zweedse astronoom Anders Celsius (1701-1744), die deze schaal voor het eerst voorstelde in 1742. De Celsiusschaal is gedefinieerd met de volgende twee ijkpunten bij een luchtdruk van 1 bar.:
De temperatuur waarbij water bevriest is gedefinieerd als 0°C (0 graden Celsius).
De temperatuur waarbij water kookt s gedefinieerd als 100°C.
Het bereik hiertussen wordt verdeeld in 100 gelijke delen.
Oorspronkelijk had Celsius voor ogen dat het vriespunt van water bij 100° zou liggen en het kookpunt bij 0°.
   
1745
 
 
De schaal ontwikkeld door Celsius in 1742 is omgekeerd in 1744 toen Carl Linnaeus suggereert dat het beter is om bevriezing bij 0 ° C en koken bij 100 ° C aan te geven. Deze schaal is nu de standaardschaal voor dagelijkse temperatuurregistratie over de hele wereld.
   
1752
 
Benjamin Franklin (1706-1790), is vooral bekend door de experimenten waarmee hij liet zien dat bliksem een elektrische ontlading is.
In 1752 liet hij tijdens een onweer aan een metalen draad een vlieger op. Onderaan de draad bevond zich een sleutel, die onder stroom
kwam te staan toen de bliksem op de vlieger sloeg. Het was een wonder dat Franklin het experiment overleefde. Enkele jaren eerder had Franklin bedacht dat een lange, dunne, metalen staaf die op een dak stond en was verbonden met een draad die buiten het gebouw in grond verdween, de elektriciteit van de bliksem veilig naar de aarde zou kunnen leiden. Deze uitvinding, die in 1753 werd gepresenteerd en bliksemafleider werd genoemd, werd al snel een standaardvoorziening op gebouwen in de Verenigde Staten en Europa.
   
1756
 
 
William Cullen ontdekt dat door verdamping lucht afkoelt.
   
1761
 
 
Joseph Black ontdekt dat ijs warmte absorbeert zonder de temperatuur te veranderen tijdens het smelten
   
1763
 
 
Het is Jean-Baptiste Chevalier (1722-1801), een Portugese astronoom, die meestal beschouwd wordt als de eerste persoon die in België meteorologische waarnemingen verrichtte. Hij kon zich in het paleis van de Hertog van Arenberg (het huidige Egmont Paleis) vestigen. Waarschijnlijk deed hij zijn meteorologische waarnemingen in de tuin van het paleis. De jaarlijkse extremen van deze metingen worden gepubliceerd in het Deel I van de “Mémoires” van de Brusselse Académie.
   
1766
 
 
De landbouw-meteoroloog of agro-meteoroloog en boomkenner (dendroloog) Eugène d’Olmen, baron de Poederlé (1742-1813) begint in 1766 met weerkundige waarnemingen in Brussel en in Saintes. Hij publiceert deze waarnemingen regelmatig in verschillende tijdschriften en kranten. De Koninklijke Bibliotheek "Albertina" is in het bezit van een handschrift dat aan Baron de Poederlé toegeschreven wordt.
Het bevat de dagelijkse meteorologische waarnemingen van januari 1785 tot en met december 1787.
   
1767
 
Een arts uit Verviers, Guillaume-Lambert Godart (1717-1794), begint op 1 januari 1767 met een reeks van dagelijkse meteorologische waarnemingen. Deze lange reekseindigt slechts kort voor zijn dood in februari 1794. Hij neemt ’s morgens de temperatuur, luchtdruk, windrichting en weertype waar. Dit is de enige gekende langdurige waarnemingsreeks van dagelijkse klimatologische gegevens, vóór Quetelet’s waarnemingsreeks in de 19de eeuw. De reeks wordt gebruikt bij het samenstellen van de "Central Belgian Temperatuur (CBT)" tijdreeks.
   
1772
 
 
Black's student Daniel Rutherford ontdekt stikstof , dat hij geflogisticeerde lucht noemt , en samen verklaren ze de resultaten in termen van
de phlogistontheorie
   
1774
 
 
Louis Cotte krijgt de leiding over een "medisch-meteorologisch" netwerk van Franse dierenartsen en landdokters om de relatie tussen pest en weer te onderzoeken. Het project duurde tot 1794.
   
1777
 
 
 Antoine Lavoisier ontdekt zuurstof en ontwikkelt een verklaring voor verbranding.
   
1780
 
 
Charles Theodor chartert het eerste internationale netwerk van meteorologische waarnemers dat bekend staat als "Societas Meteorologica Palatina". Het project stort in 1795 in.
   
1780
 
 
James Six vindt de thermometer van de Six uit , een thermometer die minimum- en maximumtemperaturen registreert.
   
1780
 
 
De eerste hoogtewaarneming was op een bergstation.
   
1783
 
 
Horace de Saussure maakte de lijst van belangrijke meteorologische instrumenten volledig met de uitvinding van de hygrometer,
die de luchtvochtigheid meet. Hij stelde vast dat een menselijk haar dat gekookt was in soda de vochtigheid goed aangaf.
Zorgvuldig bewerkt haar wordt nog steeds gebruikt in hygrometers.
   
1780 - 1795
 
De Palatijnse Elector, of keurvorst van de Palts, Karl Theodor sticht te Mannheim de “Societas meteorologica palatina”. Het doel van deze vereniging is om dagelijks overal ter wereld, op exact hetzelfde ogenblik, meteorologische waarnemingen uit te voeren met dezelfde instrumenten die door de organisatie zelf gebouwd werden. De leiding van het project komt in handen van Johann Jacob Hemmer (1733-1790). De resultaten van de waarnemingen worden gepubliceerd in de twaalfdelige reeks van de “Ephemerides Societatis meteorologicae palatinae, Manheimi, 1783-1795”. Op 19 februari 1781 stelt de Palatijnse meteorologische Maatschappij voor om samen te werken met de Brusselse Academie.Deze laatste ontvangt de nodige instrumenten pas tijdens de zomer van 1782. Het project stopt definitief in 1795 wanneer de
Franse revolutionaire troepen Mannheim belegeren en het kasteel van de Elector verwoesten.
   
1784
 
 
Het verband tussen temperatuur en hoogte wordt ontdekt. Als men hoger in de bergen komt dan daalt de temperatuur
met 6°C per 1000 meter
   
1789
 
 
De Brusselse Academie stopt haar activiteiten ten gevolge van de woelige politieke toestanden in onze gewesten:de Franse revolutie in 1789, de Brabantse Omwenteling in 1789 en 1790, de Eerste Oostenrijkse Restauratie in 1790, de Eerste Franse inval in 1792, de Tweede Oostenrijkse Restauratie in 1793 en de Tweede Franse inval in 1794.Pas in 1816, onder Koning Willem I der Nederlanden, worden de bezigheden hernomen.
   
1790
 
Tegen het einde van de 18e eeuw ontwierp de Engelsman Alexander Dalrymple, hydrograaf bij de Engelse ‘East India Company’,
een windkrachtschaal met 13 schaaldelen(0–12) voor maritiem gebruik in navolging van een molenschaal,
ontworpen door de Engelse ingenieur John Smeaton.
   
1794
 
De Commissie van gewichten en metingen, opgericht door “l’Assemblé Français”, besliste in 1794 dat de thermometrische graad 1/100
zou zijn van de afstand tussen het ijspunt en stomend water (waarbij het woord centigraad ontstond). In October 1948 kende de
“IX Conference of Weights and Measures” de Celsiusgraad toe aan deze eenheid. De thermometer van Celsius zou slechts weinig gebruikt
zijn als de Franse Revolutie de wereld het metrieke systeem niet zou gegeven hebben en indien de Commissie van de Gewichten, door de Conventie in het leven geroepen, in 1794 niet zou beslist hebben dat de ‘thermische graad het honderdste deel van de afstand tussen ijs en kokend water’ moest zijn.
   
1800
 
Herschel is de ontdekker 1800 van het infrarood. Hij deed dat door met een thermometer de temperatuur te meten van het spectrum van licht dat door een prisma viel. Hij stelde vast, dat de temperatuur in het rode deel van het spectrum hoger lag dan in het blauwe deel.
In het deel van het spectrum dat voorbij het rood lag mat hij nog een hogere temperatuur en hij concludeerde dat in dit deel van het spectrum er licht bestond dat niet voor het menselijk oog waarneembaar is.De infrarood ruimtetelescoop Herschel, die ESA op 14 mei 2009 lanceerde, is naar William en Caroline Herschel genaamd. Ook de William Herschel-telescoop die zich op het Canarische eiland
La Palma bevindt verwijst naar hem
   
1800
 
De Voltaic-stapel was de eerste moderne elektrische batterij, uitgevonden door Alessandro Volta .Omdat Volta geloofde dat de elektromotorische kracht optrad bij het contact tussen de twee metalen, hadden de palen van Volta een ander ontwerp dan het moderne ontwerp dat op deze pagina wordt geïllustreerd. Zijn palen hadden een extra schijf van koper aan de bovenkant, in contact met het zink,
en een extra schijf van zink aan de onderkant, in contact met het koper. Een aantal droge hoogspanningspalen werd uitgevonden tussen het begin van de 19e eeuw en de jaren 1830 in een poging de bron van elektriciteit van de natte voltaïsche paal te bepalen, en specifiek om
Volta's hypothese van contactspanning te ondersteunen. 
   
  1801
   
Ultraviolet (afgekort uv, ook wel ultraviolette straling, black light of uv-licht genoemd) is elektromagnetische straling net buiten het deel van
het spectrum dat met het menselijk oog waarneembaar is. De golflengte van ultraviolette straling ligt tussen 10 en 400 nanometer,
dus 'voorbij het violet', wat ook de letterlijke betekenis is van 'ultraviolet'.
Doordat ultraviolet licht een kortere golflengte heeft dan zichtbaar licht, is het energierijker; het kan zelfs het ionisatiepotentiaal van
organische moleculen bereiken en daarmee chemische reacties in gang zetten. Ultraviolette straling is in 1801 door Johann Wilhelm Ritter ontdekt toen hij met zilverchloride werkte. Ultraviolette straling laat zilverchloride snel van kleur veranderen.
   
  1802
   
Het was de Brit Luke Howard die aan de wieg stond van het eerste internationale classificeringssysteem. Hij publiceerde dit systeem
in 1802. Hij werd geïnspireerd door Carolus Linnaeus’ classificatie van het dierenrijk. Howard gaf alle soorten wolken Latijnse namen.
Een combinatie van twee Latijnse namen gaven aan van welke klasse Zijn classificatie kende drie soorten wolken: krullende wolken (Cirrus), opgehoopte wolken (Cumulus) en verspreide wolken (Stratus). Een combinatie van deze eigenschappen kon dan weer nieuwe wolkensoorten vormen. Zo bestond de Cirro-Cumulus uit losse en dunne wolkjes die zich zichtbaar bij elkaar bevinden.

Zie Wolkenatlas
   
  1802
   
Een belangrijke doorbraak in de hygrometrie werd in 1802 gedaan door de Britse onderzoeker John Dalton. Hij toonde aan dat de
hoeveelheid waterdamp die nodig was om lucht te verzadigen sterk afhing van de temperatuur. Dit leidde tot de begrippen dampdruk, verzadigingsdruk en relatieve vochtigheid. John Dalton toonde aan dat de hoeveelheid waterdamp die nodig was om lucht te verzadigen
sterk afhing van de temperatuur. Dit leidde tot de begrippen dampdruk, verzadigingsdruk en relatieve vochtigheid.
   
  1806
   
Beaufort was marinecommandant van het fregat Woolwich van de Royal Navy. Hij maakte een indeling in 13 windsterkten, aan de hand
van de zeilvoering van een fregat. Zijn schaal was gebaseerd op de kracht die de wind per oppervlakte-eenheid uitoefende, niet op de snelheid: hij keek naar het gedrag van zijn schip, niet naar de wind zelf. In 1838 stelde de Royal Navy de schaal van Beaufort verplicht voor de windkrachtaanduiding in het scheepsjournaal.

De omschrijvingen van Beaufort varieerden van Geen vertier (0 Bft) tot Zeilen waaien uit de lijken (12 Bft). Daartussen lagen uitdrukkingen als Bovenbramzeilkoelte (5 Bft), Dubbelgereefde marszeilkoelte (7 Bft), Dichtgereefd grootmarszeil en gereefde fok (10 Bft).
   
1807
 
 
Beaufort rondt zijn windschaal af. Schaalnummers 1 en 2 voegt hij samen zodat een 12 delige schaal ontstaat. In dit jaar besluit hij ook om een beschrijving van de zeilvoering van een oorlogsfregat zeilend onder verschillende windomstandigheden toe te voegen.
   
  1816 - 1820
   
Heinrich Wilhelm Brandes was een Duits hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Breslau en is bekend als de uitvinder van de eerste weerkaarten. Hij ontwikkelde tussen 1816 en 1820 het concept voor een reeks zogenaamde synoptische weerkaarten die hij baseerde op waarnemingen verricht door het meetnet van het Mannheim Genootschap. Hij schreef over het verband tussen luchtdruk verdeling en wind
en zag kans aan de hand van kaarten vast te stellen dat stormen steeds in de buurt van lagedrukgebieden optraden.
De kaarten van Brandes lieten hoge- en lagedrukgebieden boven Europa zien, maar waren echter niet geschikt voor de weersverwachting.
De kaarten konden echter de tot dan toe bestaande hypothese van ronddraaiende winden en convergentie in het centrum van een lagedrukgebied bevestigen.
   
1826
 
 
Sinds dit jaar houdt het astronomisch observatorium in Brussel zich al eerste bezig met meteorologie in Europa (vermoedelijk
ook in de wereld). België hoorde toen nog bij Nederland.
   
1827
 
De Koninklijke Sterrenwacht van België wordt opgericht te Brussel door een Koninklijk Besluit van Willem I, de koning der Nederlanden (verhuist in 1890 naar Ukkel). De bouwwerken voor de Sterrenwacht vangen aan in 1827. Het duurde nog geruime tijd vooraleer de Sterrenwacht met sterrenkundige instrumenten werd uitgerust. Zo komt het dat men zich eerst ging bezighouden met meteorologie,
een wetenschap die toen nog op het programma van de meeste sterrenwachten stond.
   
  1831
   
William Redfield ontdekt na de passage van een orkaan in New England dat de bomen in een verschillende richting zijn gevallen
en suggereert dat de wind rond een lagedrukgebied tegen de wijzers van de klok in waait.
   
1832
 
 
Door de Engelsman Samuel Morse werd de telegraaf uitgevonden. Deze werd al snel toegepast voor het onderling uitwisselen
van weergegevens, zodat men "stormen zag aankomen". In die tijd begon men de weergegevens in kaart te brengen.
   
1834
 
 
Begin van de waarnemingen van de luchtelektriciteit. België was een van de eerste landen waar men zich officieel met meteorologie
bezighield. Quetelet was vrij vlug tot de bevinding gekomen dat de meteorologische en geofysische waarnemingen slechts zin hebben als zij gelijktijdig worden uitgevoerd op internationale schaal. Hij was dan ook een pionier op het gebied van de nauwe samenwerking tussen de verschillende nationale meteorologische diensten.
   
  1835
   
Gustave-Gaspard Coriolis beschreef de traagheidseffecten die worden waargenomen vanuit een roterend assenstelsel, en onderscheid zich
in de middelpuntvliedende kracht, en de later naar hemzelf is vernoemd: de corioliskracht. Deze kracht wordt veroorzaakt door de draaiing
van de aarde. Door de corioliskracht krijgt de stroming een afbuiging, afhankelijk van de plaats op aarde en van de windsnelheid: op het noordelijk halfrond is er een afbuiging naar rechts (kijkend met de wind mee), die groter is naarmate de plaats waar men zich bevindt verder van de evenaar verwijderd is. Verder geldt dat naarmate de windsnelheid hoger is, de lucht sterker afbuigt. In eerste, overigens zeer goede, benadering stelt zich een evenwicht in tussen de luchtdrukgradiëntkracht, die naar het lagedrukcentrum is gericht, en de corioliskracht, die precies de tegenovergestelde kant op wijst.
   
1838
 
 
Op 28 december wordt de windschaal van Beaufort officieel in Engeland ingevoerd bij de Engelse marine.
   
  1840
   
Elias Loomis wordt de eerste persoon waarvan bekend is dat hij probeert een theorie over frontale zones te bedenken. Het idee van fronten slaat pas aan als het wordt uitgebreid door de Noren in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. - De Duitse meteoroloog Ludwig Kaemtz voegt stratocumulus toe aan Howard's canon als een grotendeels vrijstaand geslacht met een lage etage met beperkte convectie . Het wordt gedefinieerd als het hebben van cumulatieve en stratiforme kenmerken die zijn geïntegreerd in een enkele laag (in tegenstelling tot cumulostratus, dat wordt beschouwd als samengesteld van aard en kan worden gestructureerd in meer dan één laag). Dit leidt uiteindelijk
tot de formele erkenning van een stratocumuliforme fysieke categorie die opgerolde en golvende wolken omvat die afzonderlijk zijn geclassificeerd van de meer vrij convectieve opeengestapelde cumuliforme wolken.
   
  1842
   
Het effect werd genoemd naar de Oostenrijkse natuurkundige Christian Doppler, die in 1842 dit verschijnsel voor zowel licht- als
geluidsgolven beschreef. In 1845 werd het experimenteel getoetst door de Nederlandse meteoroloog Christophorus Buys Ballot.
Hij deed dat door een groep hoornisten bij Utrecht in een open spoorwagon met hoge snelheid langs een groep waarnemers te laten rijden. Tegenwoordig is een proefopstelling niet meer nodig om het dopplereffect bij geluid te constateren. Wie auto’s snel voorbij hoort rijden,
merkt dat de toonhoogte van het geluid van de auto's daalt op het moment dat ze voorbijrijden. Met de sirene van een politie- of brandweerauto is het effect nog duidelijker, doordat die sirene een vaste toonhoogte heeft.
   
  1843
   
Eeuwenlang keken de vletterlieden en de vissers naar de lucht om het weer te voorspellen. Het was een beproefde methode voordat zij naar zee gingen. Door de oprichting van het weerkundig observatorium Den Helder in augustus 1843 op de dijk zou daar verandering in komen.
Het bestond uit wat gebouwtjes en een toren die bekend werden als waarnemingsstation de Windwijzer. In 1860 werd er een rijkstelegraaf geïnstalleerd voor het onderling overseinen van de waarnemingen naar het KNMI de Bilt en de overige stations. Nu konden de inwoners op borden in de Ouwe Helder en langs de haven lezen wat voor weer het in Nederland was. In 1863 werd het systeem uitgebreid met een stormwaarschuwingssysteem. Sinds dat jaar hingen in alle havenplaatsen en vissersdorpen stormseinen als kegels, ballen en een rode lantaarn als er storm werd verwacht.
   
  1844
   
Samuel Morse ontving in Washington van het Congres 30.000 dollar voor de aanleg van een telegraaf tussen Washington en Baltimore.
Op 27 mei 1844 werd het eerste bericht over deze lijn verzonden. De telegraaf van Morse werd een succes. De uitvinding van de telegraaf brengt een doorbraak, doordat gegevens over grote afstanden nu snel vergelijkbaar werden en daardoor ook de synoptische weersverwachting mogelijk werd.
   
  1844
   
Deze barometer is voor het eerst uitgevonden door Lucien Vidi, een Franse wetenschapper, en bevat geen vloeistof zoals de meeste eerdere ontwerpen. Kleine veranderingen in luchtdruk zorgen ervoor dat het mechanisme binnenin uitzet of samentrekt, en deze beweging wordt overgebracht op een naald aan de voorkant van de behuizing. Dit ontwerp is in de loop der jaren gestaag verbeterd en vormt de basis van moderne barometers.

Barometermetingen vormen de basis van alle weersvoorspellingen, aangezien de veranderingen in luchtdruk toekomstig weer voorspellen, in tegenstelling tot veel andere weerinstrumenten. De gebruikte eenheden zijn atmosferen (atm) of bars. Een atm / bar is de luchtdruk op zeeniveau bij 15 ° C.
   
  1846
   
Robinson's windmeter is in 1846 uitgevonden door Ierse astronoom Thomas Romney Robinson (1792-1882) van Armagh Observatory.
Een anemometer is een instrument voor het meten van de windsnelheid, is een standaard instrumentn van elk weerstation. Dit ontwerp besteht vier halfronde bollen die elk zijn gemonteerd aan een einde van vier horizontale armen die onder gelijke hoeken van elkaar om een verticale as zijn gemonteerd. De lucht stroomt langs de bollen in een horizontale richting en de bollen draaien met een snelheid die evenredig is met de windsnelheid. De omwentelingen van de bollen worden geregistreerd door een stel wijzerplaten linksonder.
   
1847
 
 
Hermann von Helmholtz publiceert een definitieve verklaring over het behoud van energie, de eerste wet van de thermodynamica .
   
  1848
   
Lord Kelvin (William Thomson) (1824-1907) een Engelse wetenschapper, stelde een andere schaalverdeling voor, die wel gebaseerd was
op dezelfde principes als de Celsius thermometer, met als vast nulpunt het equivalent van -273.15°C (de eenheden gebruikt op deze
schaal worden Kelvin [K] genoemd). Het vriespunt en het kookpunt werden op respectievelijk 273K en 373K geregistreerd. De schaal van Kelvin wordt meestal gebruikt in wetenschappelijk onderzoek.
   
1848
 
 
Op 1 december beginnen Buys Ballot en Krecke op het bolwerk Sonnenborgh een reeks van waarnemingen die onafgebroken zou voortduren.
   
1849
 
 
Een meteorolgisch meetnet via telegraaftoestellen werd in 1849 in de Verenigde Staten opgezet door Joseph Henri (1797-1878). De metingen werden verzameld door vrijwilligers en in het Smithsonian Institution werd dagelijks een synoptische weerkaart uitgestald.
   
1850
 
 
Buys Ballot begint met het tekenen van de eerste weerkaarten.
   
1850
 
 
Rankine gebruikt zijn vortex theorie nauwkeurige relatie tussen de temperatuur, vast druk en dichtheid van gassen en uitdrukkingen voor de latente warmte van verdamping van een vloeistof; hij voorspelt nauwkeurig het verrassende feit dat de schijnbare soortelijke warmte van verzadigde stoom negatief zal zijn.
   
1851
 
 
Het eerste Nederlandsch Meteorologisch Jaarboek verschijnt bij het KNMI met daarin jaar- en maandtabellen van waarnemingen op de Sonnenborgh te Utrecht en de andere stations in Nederland over de jaren 1849 en 1850, bewerkt door Krecke en Buys Ballot.
   
1851
 
 
In dit jaar ook waarnemingen gemaakt in Utrecht, Leeuwarden, Groningen, Den Helder en verder op particuliere stations te Breda,
Assen en Nijmegen.
   
1852
 
 
Joule en Thomson bemerken dat een uitzettend gas energie kost en uiteindelijk voor afkoeling zorgt
   
1852
 
 
Buys Ballot doet op 19 juli aan de minister van Binnenlandse Zaken het voorstel om een Meteorologisch Instituut op te richten.
   
1853
 
 
Minister Thorbecke brengt een persoonlijk bezoek aan Sonnenborgh in Utrecht. Hij raakt overtuigd van het feit dat een
Nederlands Meteorologisch Instituut een toekomst heeft. Hij verleent een krediet uit de staatskas van fl. 5000,-.
   
1853
 
 
De eerste Internationale Meteorologische Conferentie werd gehouden in Brussel op initiatief van Matthew Fontaine Maury , US Navy, die standaard observatietijden, observatiemethoden en logboekformaten aanbeveelt voor weerberichten van schepen op zee.
   
  1853 - 1879
   
De Campbell-Stokes recorder, die in 1853 door John Francis Campbell werd uitgevonden en in 1879 werd verbeterd door Sir George Gabriel Stokes. Campbell maakte een instrument met een houten bak, waarop een glazenbol schroeiplekken achterliet. Stokes verbeterde het instrument door het van metaal te maken met een kaart achter de bol. Door de glazenbol brandt de volle zon gaatjes in de achter de bol zittende kaart. Bij zonsopgang en -ondergang is het echter moeilijk de kaart goed af te lezen, omdat de zon dan laag staat en meer een schroeiplek achterlaat, vooral bij het begin en het eind van de strook geeft dit problemen.
   
  1854
   
Het KNMI - het landelijk meteorologisch instituut - wordt bij Koninklijk besluit van Koning Willem III op 31 januari opgericht.
Stichter en eerste directeur (tot 1890) is Christophorus Henricus Didericus Buys Ballot. Tot 1 mei 1897 zetelt het KNMI in het bolwerk Sonnenborgh te Utrecht. In de loop van dat jaar verhuist het naar "Het Klooster" aan de Wilhelminalaan in De Bilt.
In dit gebouw, dan landhuis Koelenberg genaamd, huisde voorheen een strenge vrouwelijke benedictijnenorde. Een houten toren die aan de villa was vastgebouwd, deed dienst als waarnemingscentrum. De houten constructie was nodig om verstoring van de magnetische instrumenten te voorkomen.
   
1854
 
 
In dit jaar wordt ook de windschaal van Beaufort in Nederland opgenomen in het scheepsmeteorologisch journaal (ook wel Extract-Journaal genoemd). In de periode voor 1898 gaat men bij het KNMI niet verder dan windkracht 11. Om 4 uur 's morgens, 12 uur 's middags
en 20 uur 's avonds wordt "de meest heerschende windrichting en windkracht" genoteerd.
   
1854
 
 
De Franse astronoom Leverrier toonde aan dat een storm in de Zwarte Zee door heel Europa gevolgd kon worden en voorspelbaar zou zijn geweest als de telegraaf was gebruikt. Een jaar later werd een dienst met stormvoorspellingen opgesteld door het Observatorium van Parijs .
   
1854
 
 
De Rankine introduceert zijn thermodynamische functie , later geïdentificeerd als entropie . .
   
1855
 
 
Emilien Renou, directeur van de observatoria van Parc Saint-Maur en Montsouris, begint te werken aan een uitwerking van Howard's classificaties die in de jaren 1870 zouden leiden tot de introductie van een nieuw gedefinieerde middle étage. Wolken in deze hoogte traject krijgen de prefix alt- afgeleid van het Latijnse woord altum betrekking tot hoogte boven het lage wolken. Dit resulteert in de geslachtsnaam altocumulus voor cumuliforme en stratocumuliforme typen op het middenniveau en altostratus voor stratiforme typen in hetzelfde hoogtebereik
   
1856
 
 
Ferrel's publicatie beschrijft ook effecten in de atmosfeer die tegenwoordig corioliseffecten worden genoemd, waarmee de richting waarin de wind draait verklaard kan worden.
   
  1857
   
De Wet van Buys Ballot wordt voor het eerst gepubliceerd bij de Koninklijke Academie van Wetenschappen in Amsterdam:

Als men op het noordelijk halfrond op de grond staat en de wind in de rug heeft, heeft men de lage
druk links voor en de hoge druk rechts achter.

Op het zuidelijk halfrond ligt voor een waarnemer die
met de rug in de wind staat de lage druk rechts voor en de hoge druk links achter.
   
1860
 
 
Robert FitzRoy gebruikt het nieuwe telegraafsysteem om dagelijkse waarnemingen uit heel Engeland te verzamelen en produceert de eerste synoptische kaarten. Hij bedacht ook de term "weersvoorspelling" en het waren de eerste dagelijkse weersvoorspellingen die dit jaar werden gepubliceerd.
   
1860
 
 
Na de oprichting in 1849, doen 500 Amerikaanse telegraafstations nu weerwaarnemingen en dienen deze terug in bij het Smithsonian Institution . De waarnemingen worden later onderbroken door de Amerikaanse Burgeroorlog
   
  1862
   
Expedities met luchtballon bereikten een hoogtepunt met de onverschrokken Engelsen James Glaiser en Robert Coxwell.
Zij maakten tussen 1862 en 1866 boven Engeland 28 vluchten en deden daarbij vele metingen. Hun hoogste vlucht, in september 1862,
kostte hen bijna het leven. Toen zij boven de 9.000 meter kwamen, raakte Glaisher als gevolg van zuurstofgebrek buiten bewustzijn.
Rond de 11.000 meter slaagde een verzwakte Coxwell erin de ballon weer te doen dalen, net voordat ook hij het bewustzijn zou verliezen.
Kort daarna maakte de ontwikkeling van onbemande ballonnen die instrumenten meevoerden zulke gewaagde avonturen overbodig..
   
1865
 
 
Josef Loschmidt past de theorie van Maxwell toe om de aantaldichtheid van moleculen in gassen te schatten, gegeven de waargenomen gasviscositeiten.
   
  1868
   
In 1868 werden tijdens de stormen op de Grote Meren in de Verenigde Staten meer dan 3000 schepen beschadigd of naar de bodem
gejaagd en verloren ongeveer 530 mensen het leven. Dit leidde tot een wetsvoorstel in het Congres, dat in 1870 door president
Ulysses S. Grant werd goedgekeurd, en voorzag in de oprichting van de eerste officiële weerdienst. Dit was de meteorologische afdeling
van de verbindingsdienst van het Amerikaanse leger, beter bekend als het Weerbureau.
   
1870
 
 
Robert FitzRoy gebruikt het nieuwe telegraafsysteem om dagelijkse waarnemingen uit heel Engeland te verzamelen en produceert de eerste synoptische kaarten. Hij bedacht ook de term "weersvoorspelling" en het waren de eerste dagelijkse weersvoorspellingen die dit jaar werden gepubliceerdk
   
1873
 
De Internationale Meteorologische Organisatie (IMO) vindt zijn oorsprong in het Internationaal Meteorologisch Congres van Wenen in 1873,
dat een Permanent Meteorologisch Comité de opdracht gaf om de regels en statuten van een internationale meteorologische organisatie op
te stellen om de uitwisseling van weersinformatie over de nationale grenzen heen te vergemakkelijken. De taak werd in 1878 in Utrecht
voltooid en de IMO kwam tot stand op het Internationale Meteorologische Congres dat het jaar daarop in Rome werd gehouden. Het bleef in bedrijf tot 1950, toen IMO formeel de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) werd.
   
1873
 
 
United States Army Signal Corp, voorloper van de National Weather Service , geeft zijn eerste orkaanwaarschuwing.
   
1875
 
 
De Indiase Meteorologische Afdeling wordt opgericht, nadat een tropische cycloon Calcutta in 1864 trof en moessonstoringen in 1866 en 1871.
   
1876
 
 
Josiah Willard Gibbs publiceert de eerste van twee artikelen (de tweede verschijnt in 1878) waarin fase-evenwichten, statistische ensembles , de vrije energie als de drijvende kracht achter chemische reacties en chemische thermodynamica in het algemeen worden besproken.
   
1876
 
 
Jean Charles Houzeau wordt de nieuwe directeur van de Sterrenwacht te Brussel. Hij begon dadelijk plannen te maken voor het overbrengen van de Sterrenwacht van Sint-Joost-ten-Node naar Ukkel en om de sterrenkunde te scheiden van de meteorologie. Dankzij het feit dat de regering hem een belangrijk budget ter beschikking had gesteld, kon hij het personeel verviervoudigen en de wetenschappelijke apparatuur volledig vernieuwen. Op 1 september wordt net eerste weerbulletin gemaakt, gebaseerd op de analyse van synoptische kaarten.
  1879
In Josef Stefan doet de empirische ontdekking van zijn stralingswet van Stefan.
   
1880
 
Philip Weilbach , secretaris en bibliothecaris aan de Kunstacademie in Kopenhagen, stelt voor en heeft door de permanente commissie van de Internationale Meteorologische Organisatie (IMO), een voorloper van de huidige Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), de aanwijzing van een nieuwe vrij convectieve verticale of multi-etage genus type, cumulonimbus (hoop regenwolk). Het zou verschillen van cumulus en nimbus en herkenbaar aan zijn vaak zeer complexe structuur (vaak inclusief een cirriform top en wat nu wordt herkend als meerdere bijkomende wolken), en zijn vermogen om onweer te produceren. Met deze toevoeging, een canon van tien troposferische cloud genera wordt vastgesteld dat komt te zijn officieel en algemeen aanvaard. Howard's cumulostratus is niet opgenomen als een afzonderlijk type, omdat het effectief is heringedeeld in de samenstellende cumuliforme en stratiforme genustypen die al in de nieuwe canon zijn opgenomen.
   
1881
 
 
Finnish Meteorological Central Office werd gevormd uit een deel van het Magnetic Observatory van de Universiteit van Helsinki
   
1883
 
 
IHouzea van de Sterrenwacht te Brussel biedt zijn ontslag aan als directeur van de Sterrenwacht. In zijn afscheidsbrief staat o.m.: 'Er bestaat in Europa geen enkele instelling waar zo gevarieerde studies, die in wezen dikwijls dan nog gans verschillend zijn, onder één bestuur zijn samengebracht. Hoe meer de tijd verliep, hoe minder ik mij bekwaam achtte al deze verschillende wetenschappen te kennen.' Houzeau wordt opgevolgd door Folie. Tijdens het directoraat van Folie wordt de Sterrenwacht in Ukkel geïnstalleerd.
   
1890
 
 
US Weather Bureau wordt opgericht als een civiele operatie onder het Amerikaanse ministerie van Landbouw
   
1890
 
 
Otto Jesse onthult de ontdekking en identificatie van de eerste wolken waarvan bekend is dat ze zich boven de troposfeer vormen . Hij stelt de naam noctilucent voor, wat Latijn is voor nachtelijk schijnen . Vanwege de extreem grote hoogte van deze wolken in wat nu bekend staat als de mesosfeer , kunnen ze worden verlicht door de zonnestralen als de lucht bijna donker is na zonsondergang en voor zonsopgang.
   
1892
 
William Henry Dines vond een ander soort anemometer uit , de drukbuis (Dines) anemometer . Deze maakte gebruik van hetzelfde
drukverschil tussen de open mond van een rechte buis die naar de wind is gericht en een ring van kleine gaatjes in een verticale buis die aan het boveneinde is gesloten. Beide zijn op dezelfde hoogte gemonteerd. De drukverschillen waarvan de actie afhankelijk is, zijn erg klein en er zijn speciale middelen nodig om ze te registreren. De recorder bestaat uit een vlotter in een afgesloten kamer die gedeeltelijk gevuld is met water. De pijp van de rechte buis is verbonden met de bovenkant van de afgesloten kamer en de pijp van de kleine buizen wordt naar de
bodem in de vlotter geleid. Aangezien het drukverschil de verticale positie van de vlotter bepaalt, is dit een maat voor de windsnelheid.
   
1883
 
 
Henrik Mohn onthult een ontdekking van parelwolken in wat nu wordt beschouwd als de stratosfeer.
   
1896
 
 
IMO publiceert de eerste internationale cloudatlas
   
1896
 
 
ZH Clayton stelt voor de verdeling van wolken door hun fysieke structuren te formaliseren in cirriform, stratiform, "flocciform" (stratocumuliform) en cumuliform. Met de latere toevoeging van cumulonimbiform, vindt het idee uiteindelijk de voorkeur als hulpmiddel bij de analyse van satellietwolkbeelden.
   
1897
 
 
Bij het heengaan van Folie was België het enige land in Europa waar de sterrenkunde en de meteorologie nog onder éénzelfde bestuur verenigd waren. De toenmalige regering, die niet wou ingaan op de idee van de scheiding van deze twee wetenschapsdomeinen,
aanvaardde de volgende gebrekkige oplossing: de sterrenkunde en de meteorologie zouden onder de bevoegdheid van de Sterrenwacht
blijven, als twee afzonderlijke diensten, die elk onder het bestuur van een wetenschappelijk directeur zouden vallen. De wetenschap ging er echter niet op vooruit, vooral de meteorologie niet, die stiefmoederlijk werd behandeld.
   
1900
 
 
In Nederlandsch Tijdschrift voor Meteorologie wordt opgericht
   
1900
 
 
De oprichting van de Vereniging voor Weer en Sterrenkunde door Christiaan A.C. Nell en leidde in deze jaren ook de Nederlandsche Weerkundige Vlieger Vereniging.
   
1900
 
 
In de staat Texas komen ca. 6000 mensen om door de Galveston orkaan.
   
1900
 
 
In het Extract-Journaal (scheepsweerjournaal) van het KNMI wordt nu 6 maal per dag de windrichting en windkracht genoteerd,
nu ook evt. met windkracht 12.
   
1902
 
 
The Marconi Company geeft de eerste routinematige weersvoorspelling door middel van radio uit aan schepen op zee.
   
  1902
   
De Franse meteoroloog Teisserence de Bort deed honderden experimenten met onbemande ballonnen vanaf zijn particuliere observatorium
bij Parijs. Deze proeven brachten iets onverwachts aan het licht. De temperatuur in de atmosfeer hield op hoogten tussen ongeveer 9 en 13 kilometer op te dalen en begon daarna weer te stijgen. In 1902 wist de Bort zijn collega's ervan te overtuigen dat het hier niet om toevallige meetfouten ging, maar dat er een nieuwe laag in de atmosfeer was ontdekt: de stratosfeer.
   
1903
 
 
Max Margules publiceert "Über die Energie der Stürme", een essay over de atmosfeer als een driedimensionale thermodynamische machine
   
1904
 
 
Vilhelm Bjerknes presenteert de visie dat het voorspellen van het weer haalbaar is op basis van wiskundige methoden.
   
1905
 
 
Australian Bureau of Meteorology opgericht door een Meteorology Act om bestaande meteorologische diensten te verenigen
   
1905
 
 
Schepen krijgen via de radio toegang tot relevante weersinformatie en voorspellingen van stations op het land en kunnen ook weerberichten
van de zee naar de kust sturen.
   
1911
 
 
Marinus Meel, vliegtuigbouwer verleent aan Cannegieter toestemming om op de Fokker D-XVI een meteorograaf te monteren.
Dit apparaat schrijft de luchtdruk, temperatuur en vochtigheid tijdens de vlucht.
   
1913
 
 
Op 1 juli wordt Luchtvaart Afdeling (LVA) opgericht. Als eerste vliegveld wordt Vliegheide Soesterberg (thans een grote vliegbasis) in het
leven geroepen. Daar wordt tevens een meteorologisch vliegerstation geïnstalleerd.
   
1913
 
 
31 juli: Door middel van een koninklijk besluit wordt de Koninklijke Sterrenwacht van België gereorganiseerd.
Haar meteorologische dienst opereert voortaan als een autonome wetenschappelijke instelling onder de naam Koninklijk Meteorologisch Instituut van België of KMI.
   
1917
 
 
In dit jaar verving het KNMI de houten toren van 30 meter door een betonnen exemplaar. De toren, met later daarin een weerradar, is het symbool geworden van het KNMI en heet in de volksmond de Kopspijker.
   
1917
 
 
In 1917 verzoekt het KNMI de Minister van Oorlog om vliegtuigen van de LVA meteorologische hoogtevluchten te laten uitvoeren. Tot 1920 wordt dit "weerberichtvliegen" onregelmatig gedaan.
   
  1918 - 1923
   
Een belangrijke stap voorwaarts werd tussen 1918 en 1923 gezet door een groep Skandinavische meteorologen onder leiding van
Vilhelm Bjerknes (1862-1951; foto links) die bekend werd als de Bergense School. Deze meteorologen brachten de theorie naar voren dat de activiteit van het weer is geconcentreerd in betrekkelijk smalle zones, die de grenzen vormen tussen warme en koude luchtmassa's.
Zij noemden deze zones 'fronten' een term uit de krijgskunde. Al snel werd bevestigd dat deze fronten inderdaad een belangrijk deel van ons weer veroorzaken en men ging dan ook methoden ontwikkelen waarmee meteorologen de bewegingen van deze fronten met vrij grote nauwkeurigheid konden voorspellen.
   
1919
 
 
Bergeron voegt er een derde type front aan toe: het occlusiefront.
   
1919
 
 
Noors cycloonmodel voor het eerst geïntroduceerd in meteorologische literatuur. Markeert een revolutie in de manier waarop de atmosfeer wordt bedacht en begint onmiddellijk te leiden tot verbeterde prognoses.
   
1919
 
 
Op 6 november 1919 verzorgd Ingenieur Steringa Idzerda was de eerste die in Nederland de eerste officiële radio-uitzendingen
   
1920
 
 
Solberg bedenkt een model voor zogenaamde depressiefamilies.
   
1920
 
 
Milutin Milankovic stelt dat de lange termijn klimatologische cycli kan te wijten zijn aan veranderingen in de excentriciteit van de aardbaan en verandert in schuine stand van de aarde.
   
  1918 - 1923
   
De numerieke weersverwachting is gebaseerd op modellen waarin de bewegingen in de atmosfeer en de fysische processen die het idee van numerieke weersverwachtingen werd voor het eerst in 1922 naar voren gebracht door Lewis Fry Richardson (1881-1953; foto links), een Brits wiskundige, in zijn zeer vooruitziende artikel 'Weervoorspelling door numerieke processen'. Richardson had vele maanden nodig om een verwachting tot 24 uur vooruit te kunnn maken. De drukverandering die hij voorspelde waren 10 tot 100 maal te groot, maar hij had de eerste stap gezet op de weg naar een nauwkeurige, numerieke weersverwachting.
   
  1923
   
Uit dit jaar stamt het nog steeds in gebruik zijnde klimaatsysteem van Vladimir Köppen. Volgens zijn wijze van indelen worden de landen ingedeeld naar een klimaattype met name aan de hand van de gemiddelde temperaturen en hoeveelheden neerslag en formules die daaraan gekoppeld zijn. Hij lette daarbij vooral op de verschillen in vegetatie op aarde. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vijf algemene klimaten: droog, tropisch regenklimaat, gematigd maritiem, continentaal en poolklimaat. Deze algemene klimaatindeling kan vervolgens nog verder gespecificeerd worden in droog klimaat, tropisch regenklimaat, gematigd maritiem klimaat, continentaal klimaat en poolklimaat.
   
1923
 
 
De oscillatie-effecten van ENSO werden voor het eerst foutief beschreven door Sir Gilbert Thomas Walker aan wie de Walker-circulatie zijn naam ontleent; nu een belangrijk aspect van het ENSO- fenomeen in de Stille Oceaan
   
1924
 
 
KNMI, De Bilt zendt voor het eerst via de eigen zender "Fort Vossegat" weerberichten de ether in. Met tussenpozen van hooguit twintig minuten worden de weerberichten uitzonden
   
1924
 
 
Gilbert Walker bedacht voor het eerst de term " Southern Oscillation ".
   
  1926
   
Carl-Gustaf RossbyAls leerling van Vilhelm Bjerknes was Carl Gustav Rossby (1898-1957) een van de meest invloedrijke meteorologen
van de twintigste eeuw. Hij werd geboren in Zweden en ging in 1926 naar Verenigde Staten. Hier deed hij baanbrekend onderzoek over de algemene circulatie van de atmosfeer en de slingerende, langgolvige patronen van westwaartse luchtstromingen in de hogere atmosfeer,
nu bekend als Rossbygolven. Rossby ontwikkelde ook wiskundige modellen voor de weersverwachting en legde eveneens de grondslag voor de eerste succesvolle (numerieke) computermodellen voor het voorspellen van het weer. Hij voorspelde eveneens het bestaan van straalstromen. In de Tweede Wereldoorlog kwamen de piloten van B-29 bommenwerpers op grote hoogte krachtige windstromingen tegen.
Het bewijs van de straalstroom was geleverd.
   
1927
 
 
De eerste officiële weercode wordt verspreid en toegepast. Nog steeds een internationaal werkend systeem waardoor er geen taalproblemen voorkomen.
   
1928
 
 
De radiosonde wordt door de Rus Pavel Aleksandrovich Moltchanoff uitgevonden.
   
1928
 
 
De Oostenrijks-Hongaarse raketgeleerde Herman Potočnik beschrijft hoe een geostationaire baan zou kunnen gebruikt worden voor communicatiedoeleinden. Hij beschreef ook de opzet van een ruimtestation.
   
1930
 
 
Pavel Molchanov  bedenkt en lanceert de eerste radiosonde . Met de naam "271120", werd het om 13:44 Moskou-tijd in Pavlovsk , USSR vrijgegeven vanaf het Main Geophysical Observatory, bereikte het een hoogte van 7,8 kilometer door de temperatuur daar te meten (-40,7 ° C) en stuurde het eerste aerologische bericht naar het Leningrad Weather Bureau en Moskou Central Forecast Institute.
   
1932
 
 
Een verdere wijziging van het cloudclassificatiesysteem van Luke Howard komt wanneer een IMC-commissie voor de studie van wolken een verfijnde en meer beperkte definitie van het geslacht nimbus naar voren brengt, die in feite opnieuw wordt geclassificeerd als een stratiform wolkentype. Het wordt omgedoopt tot nimbostratus (afgeplatte of uitgespreide regenwolk) en gepubliceerd met de nieuwe naam in de editie
van 1932 van de International Atlas of Clouds and of States of the Sky . Dit laat cumulonimbus over als het enige nimbiform-type, zoals aangegeven door de wortelnaam.
   
1933
 
 
Tor Bergeron bewijst samen met Findeisen de tot op heden belangrijkste theorie voor het ontstaan van neerslag.
   
1933
 
 
Victor Schauberger publiceert zijn theorieën over de koolstofcyclus en de relatie met het weer in Our Senseless Toil
   
1935
 
 
IMO besluit over de 30 jaar normale periode (1900-1930) om het klimaat te beschrijven
  1937
 
De US Army Air Forces Weather Service werd opgericht (in 1946 opnieuw aangewezen als AWS -Air Weather Service).
   
1938
 
 
Guy Stewart Callendar stelt als eerste de opwarming van de aarde voor door de uitstoot van kooldioxide .
   
1938
 
 
Het KNMI richt een meteodienst op de luchthaven Schiphol op.
   
1939
 
 
Rossby-golven werden voor het eerst in de atmosfeer geïdentificeerd door Carl-Gustaf Arvid Rossby die hun beweging toelichtte.
Rossby-golven zijn een subset van traagheidsgolven
   
  1940 - 1945
   
De twee wereldoorlogen stimuleerden vriend en vijand om het weer nog beter te volgen en te voorspellen. De weersituaties konden immers rechtstreeks een invloed hebben op de afloop van veldslagen. Zo konden da landingen van de geallieerden in Normandië, op 6 juni 1944,
plaats tijdens een tijdelijke weersverbetering die nauwkeurig was voorspeld door Amerikaanse en Britse meteorologen. De ontwikkeling van
de meteorologie werd ingrijpend beïnvloed door de technologische ontwikkelingen die plaatsvonden in het kader van de oorlogsinspanningen. Experimenten aan het einde van de negentiende eeuw met ballonnen die meteorologische instrumenten omhoog brachten hadden in de jaren dertig geleid tot de komst van de radiosonde: een klein instrumentenpakket opgehangen aan een ballon.
   
1941
 
 
Pulsed radar- netwerk wordt geïmplementeerd in Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Over het algemeen begonnen operators tijdens de oorlog echo's op te merken van weerselementen zoals regen en sneeuw.
   
1943
 
 
10 jaar nadat hij tijdens de orkaan Chesapeake-Potomac in augustus 1933 voornamelijk op instrumenten de Washington Hoover Airport binnenvloog, vliegt JB Duckworth met zijn vliegtuig in een Golf-orkaan voor de kust van Texas, waarmee hij voor de militaire en
meteorologische gemeenschap het nut van weerverkenning bewijst
   
1944
 
 
De Great Atlantic Hurricane wordt op de radar opgevangen nabij de Mid-Atlantische kust, de eerste dergelijke foto vanuit de Verenigde Staten.
   
1944
 
TijdIn de jaren twintig ontdekte een Japanse meteoroloog, Wasaburo Oishi, de straalstroom vanaf een locatie nabij de berg Fuji. Hij volgde pilootballonnen, ook wel bekend als pibals (ballonnen die worden gebruikt om de wind op het hoogste niveau te bepalen), terwijl ze de atmosfeer in kwamen. . De Amerikaanse piloot Wiley Post, de eerste man die solo rond de wereld vloog in 1933, krijgt vaak enige eer voor de ontdekking van jetstreams. Post vond een drukpak uit waarmee hij boven de 6.200 meter kon vliegen. In het jaar voor zijn dood deed Post verschillende pogingen tot een transcontinentale vlucht op grote hoogte, en merkte op dat zijn grondsnelheid soms veel hoger was dan zijn luchtsnelheid. De Duitse meteoroloog Heinrich Seilkopf wordt gecrediteerd voor het bedenken van een speciale term, Strahlströmung (letterlijk "straalstroom"), voor het fenomeen in 1939. Veel bronnen crediteren echt begrip van de aard van jetstreams aan regelmatige en herhaalde vliegroutes tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vliegers merkten tijdens de vluchten consequent westelijke wind in de rug van meer dan 160 km /
   
  1940 - 1945
   
De instrumenten maten onder andere luchtdruk, temperatuur en vochtigheid. Die gegevens werden door een radiozender naar de aarde gestuurd. Ballonnen werden ook vanaf de aarde gevolgd met optische theodolieten (instrumenten die horizontale en verticale hoeken meten), ten einde windsnelheden te kunnen berekenen.De ballonnen dreven echter vaak uit het zicht en verdwenen achter wolken. De radar die tijdens de Tweede Wereldoorlog op grote schaal werd ontwikkeld voor het opsporen en volgen van vliegtuigen, verschafte de oplossing voor dit probleem. Men ontdekte ook dat radar kon worden gebruikt voor het volgen van buiencomplexen. Zo kon men op weerstations veel langer van tevoren cyclonen, fronten, onweersbuien en tornado's zien aankomen.
   
  1945
   
Na de Tweede Wereldoorlog braken gouden tijden aan: nieuwe weerstations, weerschepen, weerboeien, weerballonnen, radar, kunstmanen
en computers gaven de meteorologie nieuwe impulsen. Door internationale samenwerkingsverbanden kon de hele meteorologische wereld de vruchten plukken. De onderzoekers krijgen steeds meer vat op de ingewikkelde fysische processen en het klimaatsysteem.

De Britse sciencefictionschrijver en acteur Arthur C. Clarke maakt het principe van de geostationaire baan als eerste wereldwijd bekend. Hierdoor wordt deze baan soms ook de ‘Clarke-Belt’ genoemd.
   
1945
 
 
Op 4 juni marinekamp Valkenburg begint een reeks van waarnemingen, het eerste militaire onderdeel dat hieraan begint.
   
1945
 
 
Op 14 september wordt er een telexverbinding tussen het KNMI en Schiphol verwezenlijkt.
   
1946
 
 
In De Bilt wordt een apart Meteorologisch Detachement opgericht, welke zich later met meteorologische opleidingen zou gaan bezighouden.
   
1947
 
 
Dit jaar krijgt het Nederlandse weerbericht een eigen plaats op de Hilversumse zenders. 's Ochtends om 05.45 uur en 07.15 wordt overgeschakeld naar een studiocel van het KNMI waar behalve de verwachting ook het weeroverzicht en weerrapporten wordt gedicteerd
   
1947
 
 
De windschaal van de Duitse zeilkapitein Petersen wordt officieel aan de schaal van Beaufort toegevoegd. Deze schaal is vooral gebaseerd
op het uiterlijk van de zee en het geluid en toestand van de rollende cq. brekende golven.
   
1947
 
 
De Sovjet-Unie lanceerde op 18 oktober haar eerste ballistische langeafstandsraket, gebaseerd op de Duitse raket A4 (V-2).
De foto's toonden het immense potentieel van het observeren van het weer vanuit de ruimte.
   
1948
 
 
Eerste correcte tornado-voorspelling door Robert C. Miller en EJ Fawbush voor tornado in Oklahoma Chronologie van de meteorologie
   
  1947 - 1951
   
De IMO wordt omgedoopt in WMO de Wereld Meteorologische Organisatie.
Het WMO heeft 185 leden met hoofdkwartier in Genève.

Het verzamelt kennis en uitrusting van de leden en moedigt onderzoek en opleiding aan.
Het weer stopt niet aan grenzen, het WMO zorgt voor data-overdracht tussen naties.
   
1950
 
 
Eerste succesvolle numerieke weersvoorspellingsexperiment. Princeton University , groep van Jule Gregory Charney op ENIAC
   
1951
 
Op 7 oktober is het eerste weerbericht op de Nederlandse televisie te zien tijdens een tweede experimentele TV-uitzending van de NTS. Weerman is Cor van der Ham, KNMI-meteoroloog. Diezelfde avond wordt ook een uitgebreide bijdrage over het weer uitgezonden in het
VPRO-programma "de mens en zijn liefhebberijen". Daarin wordt aan de Friese onderwijzer Hans de Jong, toen nog weeramateur en later weerman van de NCRV, ruim aandacht geschonken.
   
1953
 
 
National Hurricane Center (NOAA) creëert een systeem voor het benoemen van orkanen met behulp van alfabetische lijsten met vrouwennamen.
   
1953
 
De watersnood van 1953, meestal aangeduid als de Watersnoodramp of Februariramp en aanvankelijk ook wel als Sint-Ignatiusvloed of Beatrixvloed, voltrok zich in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953. De ramp werd veroorzaakt door een stormvloed in combinatie met springtij, waarbij het water in de trechtervormige zuidelijke Noordzee tot extreme hoogte steeg waarbij op meer dan 90 plaatsen dijken in Zeeland, Zuid-Holland en West-Brabant doorbreken Het aantal doden bedroeg 1836 in Nederland, 307 in het Verenigd Koninkrijk, 224 op zee, waaronder 133 bij het vergaan van een Engelse veerboot en 28 in België. De ramp was aanleiding voor de ontwikkeling van een sterk verbeterde kustverdediging met zware stormvloedkeringen. Het meest ingrijpend zijn de Deltawerken in Nederland, terwijl in Engeland onder meer de Thames Barrier en een stormvloedkering in de rivier Hull zijn
   
1954
 
 
Bij het 100-jarig bestaan van het KNMI in dit jaar waren er vijf afdelingen: Algemene Dienst, Weerdienst en Luchtvaartmeteorologie
Klimatologie en Landbouwmeteorologie, Oceanografie en Maritieme Meteorologie en Geophysica
   
1954
 
 
Eerste routinematige real-time numerieke weersvoorspelling. De Royal Swedish Air Force Weather Service.
   
1954
 
 
Een raket van de Amerikaanse marine maakt een foto van een tropische depressie in het binnenland nabij de grens tussen Texas en Mexico, die leidt tot een verrassende overstroming in New Mexico. Dit overtuigt de regering om een ​​weersatellietprogramma op te zetten
   
  1955
   
Richards werk (1922) legde de nadruk op fundamentele problemen: veel berekeningen in korte tijd, te weinig meteorologische waarnemimgen. De modellen waren slechts ruwe afspiegelingen van de atmosfeer en door problemen met de wiskundige technieken konden kleine fouten in
de loop van het rekenproces steeds groter worden. Computers hebben uiteindelijk een antwoord gegeven. In 1950 werd in de
Verenigde Staten de eerste relatief betrouwbare numerieke weersverwachting opgesteld. De wiskundige John von Neumann (1903-1957) en zijn collega's maakten deze verwachting met een primitieve computer, de ENIAC (Electronic Numerical Integrator And Computer). In de loop van 1955 werden de computerverwachtingen in de Verenigde Staten op een regelmatige basis opgesteld. Met snelle computers, nauwkeurigere metingen en betere modellen nam de nauwkeurigheid snel toe.
   
1956
 
 
De allereerste neerslagradar wordt in de Verenigde Staten operationeel.
   
1959
 
 
Het KNMI krijgt zijn eerste weerradar op de luchthaven Schiphol
   
1959
 
 
De eerste weersatelliet, Vanguard 2 , werd gelanceerd op 17 februari. Hij was ontworpen om bewolking te meten, maar een slechte rotatieas weerhield hem ervan een opmerkelijke hoeveelheid bruikbare gegevens te verzamelen
   
  1 April 1960
   
Na de Tweede Wereldoorlog vervingen onderzoekers in de Verenigde Staten de springlading van V2-raketten (foto links) door camera's.
De resultaten waren verbijsterend. Eindelijk was het nu mogelijk om wolken vanuit de ruimte waar te nemen en panoramaopnamen van weersystemen te maken. Kort daarna, werd de eerste weersatelliet Vanguard 2 (1959) gelanceerd - jammer genoeg met technische problemen. Op 1 april 1960, werd TIROS 1 (Television Infrared Observation Satellite) in een baan om de polen gebracht. In de loop van
78 dagen maakte deze satelliet 23.000 opnamen van de aarde en zijn wolkendek.
   
1960
 
 
Toen de Amerikaan Edward Lorenz een paar keer een numeriek model op zijn computer had gedraaid merkte hij grote verschillen in de uitkomst van de rekenopgave. Later ontdekte hij dat dit kwam door kleine afrondingsfouten. Hij merkte dat het weer zich 'chaotisch' gedroeg. De atmosfeer is erg gevoelig voor klein verstoringen. Dit is ook wel bekent als het vlindereffect in de chaostheorie. Het geeft aan dat het weer op de lange termijn nauwelijks te voorspellen is.
   
1962
 
 
De eerste weerradar op de KNMI-toren van De Bilt te staan. De waarnemingen worden met de hand gedaan.
   
1962
 
 
Keith Browning en Frank Ludlam publiceren eerste gedetailleerde studie van een supercelstorm (boven Wokingham, VK). Project STORMFURY begint zijn 10-jarige project van het zaaien van orkanen met zilverjodide, in een poging de cyclonen te verzwakken
   
  1962
   
In het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België te Ukkel, kreeg men een elektronische ordinator, namenlijk een IBM 7070 (waarvan het geheugen een capaciteit bezit van 5000 getallen van 10 cijfers). De weersvoorspellingen voor de toekomst zullen dus ook op een andere leest geschoeid worden. Alles vertrekt echter van dezelfde basis, namelijk waarnemingen en hoogtegegevens! Alle ‘meteo’s’ die op de telex binnenlopen worden op geperforeerde banden geplaatst om een 500 mbar-kaart te tekenen en zo te komen tot voorspellingen voor de
volgende 48h met een maximum van 72h
   
1963
 
 
De World Weather Watch (WWW) wordt opgericht. Leden van de WMO wisselden meteorologische waarnemingen uit,
waardoor het maken van mondiale weerkaarten aanzienlijk vergemakkelijkt werd
   
1968
 
 
Een orkaan-database voor Atlantische orkanen wordt gemaakt voor NASA door Charlie Newmann en John Hope , genaamd HURDAT.
   
1969
 
 
In 1969 wordt de schaal door Herbert Saffir ontworpen. Robert Simpson, directeur destijds van het NHC voegde de storm surge (wateropzet boven normale getij) hieraan later toe. Deze schaal bepaalt aan de hand van o.m. luchtdruk, stormvloed en maximaal gemiddelde windsnelheden de sterkte van een orkaan. Hieraan gerelateerd is de sterkte en mogelijke schade van een tropische orkaan.
In de Atlantische Oceaan gelden vijf categorieën, waarbij categorie 5 de sterkste is.
   
1970
 
 
NOAA National Oceanic and Atmospheric Administration opgericht. Weather Bureau wordt omgedoopt tot de National Weather Service .
   
1971
 
 
Ted Fujita introduceert de Fujita-schaal voor het beoordelen van tornado's.
   
1972
 
 
In dit jaar wordt door de Tropical Prediction Center (nu bekend als de National Hurricane Center) de schaal van Saffir/Simpson
in gebruik genomen.
   
1972
 
 
In dit jaar moest het monumentale complex ter hoogte van de Coenraadbotstraat in Den Helder wegens de dijkverzwaring gesloopt worden en verhuisde het KNMI weerstation naar het marinevliegkamp De Kooy waar het op 1 augustus als officieel synoptisch station (06235) geopend wordt.
   
1973
 
 
Na jaren van ruimtegebrek nam het KNMI te De Bilt een nieuwe vleugel in gebruik. Ook in de periode na 1973 maakte het weerkundig instituut een groei door, waardoor de behuizing binnen tien jaar opnieuw te klein was.
   
1973
 
 
Tijdens een conventie werd er een Europees samenwerkings-verband opgericht voor het maken van middellange termijnverwachtingen.
Het is begonnen als een project van de "European Cooperation in Science en Technology" - Europees samenwerkingsverband voor wetenschap en techniek
   
1974
 
 
De Amerikanen Mario J. Molina en F. Sherwood Rowland ontdekken dat CFK's het ozonlaag kunnen afbreken.
   
1974
 
 
Het AMeDAS- netwerk, ontwikkeld door het Japanse Meteorologisch Agentschap dat wordt gebruikt voor het verzamelen van regionale weergegevens en het verifiëren van de voorspellingsprestaties, startte op 1 november in bedrijf, het systeem bestaat uit ongeveer
1.300 stations met automatische observatieapparatuur. Deze stations, waarvan er meer dan 1100 onbemand zijn, bevinden zich op een gemiddelde afstand van 17 km door heel Japan.
   
1975
 
 
De eerste geostationaire operationele milieusatelliet , GOES , wordt in een baan om de aarde gelanceerd. Hun rol en ontwerp is om te helpen bij het volgen van orkanen. Ook dit jaar ontwikkelt Vern Dvorak een schema om de intensiteit van de tropische cycloon te schatten op basis van satellietbeelden.
   
1976
 
 
De TOR (Telex Over Radio) en de radiofax worden steeds meer gemeengoed, met name op zeeschepen. Hierdoor wordt de weerinformatievoorziening aan schepen sterk verbeterd, doordat veel weerinstituten, zoals Offenbach (DWD) via de lange- en kortegolfradio
een zeer uitgebreide service bieden.
  1976
 
Bij het KNMI worden de eerste plotmachines van het type XYnetics aangeschaft. Een jaar later worden ze operationeel.
Het papier werd plat op een soort tafel neergelegd waarboven de plotpennen in alle richtingen verplaatst konden worden.
  1976
 
Het Britse Department of Industry publiceert een wijziging van het internationale cloudclassificatiesysteem aangepast voor satellietwolkwaarnemingen. Het wordt mede gesponsord door NASA en toont een verdeling van wolken in stratiform, cirriform, stratocumuliform, cumuliform en cumulonimbiform. De laatste hiervan vormt een verandering in de naam van het eerdere nimbiform-type, hoewel deze eerdere naam en oorspronkelijke betekenis die betrekking heeft op alle regenwolken nog steeds in sommige classificaties
terug te vinden zijn
   
  1977
   
De Europese geostationaire weersatelliet van de eerste generatie, Meteosat-1 wordt als eerste van een reeks van 7 (1998) gelanceerd.
Ze bezorgen voornamelijk wolkfoto's bij dag en nacht, zichtbaar licht en infrarood. De satelliet heeft een diameter is 2,1 mtr en een lengte
van 3,96 mtr en weegt 282kg. Het oppervlak bestaat uit zes panelen bedekt met de zonnecellen die de elektrische stroom leveren.
De panelen hebben ook openingen voor sensoren.
   
1978
 
 
De GOES-3 wordt op 16 juni gelanceerd, de eerste weersatelliet die op basis van infraroodtechniek zowel overdag als 's nachts opnamen van de weerpatronen kan maken.
   
1978
 
 
De eenheid van druk officieël over van Bar naar Pascal. Voor de weerkundigen betekent dat voortaan Hectopascal (hPa) i.p.v. Millibar (mbar
   
  1979
   
Leden van de WMO (links logo WMO) namen ook deel aan het Global Atmospheric Research Programme (GARP). In het kader hiervan werd een aantal belangrijke meteorologische onderzoeken verricht, waaronder het Global Weather Experiment: het grootste wetenschappelijke experiment dat ooit ondernomen is. Eén jaar lang, van 1 december 1979, werden de technologische middelen van de WMO-leden continu ingezet om het gedrag van de atmosfeer zo grondig mogelijk te kunnen bestuderen. Door de hieruit voortvloeiende gegevens kregen onderzoekers een beter inzicht in de mondiale weersystemen en konden zij de bestaande numerieke modellen van de atmosfeer verder verfijnen.
   
1979
 
 
In juni 1979 werden in de Engelse plaats Reading door het ECMWF(European Center for Medium Range Forecasts) de eerste middellange termijnverwachtingen opgesteld.
   
1979
 
 
Op 1 augustus 1979 werden deze verwachtingen operationeel. Oorspronkelijk was het een COST-project (European Cooperation in Science and Technology), het werd in 1973 opgericht bij een conventie. De eerste real-time voorspellingen voor de middellange termijn werden
gemaaktin juni 1979. Het Centrum produceert sinds 1 augustus 1979 operationele weersvoorspellingen op middellange termijn.
   
1981
 
 
De SYNOP, de internationale weercode die (bijna) uurlijks door meer dan 9000 weerstations onder auspiciën van de WMO wordt 1-januari gemaakt, krijgt een drastische metamorfose. Vooral in de regelgeving als in de volgorde van de elementen verandert veel. Ook de herkenbaarheid van bepaalde elementen verbetert in sterke mate.
   
1982
 
 
Na bijna 14 jaren van het scherm te zijn verdwenen, keert de weerman terug op TV, eerst alleen in het late NOS-journaal.
   
1982
 
 
Het eerste Synoptic Flow-experiment wordt rond de orkaan Debby gevlogen om de grootschalige atmosferische winden die de storm sturen
te helpen definiëren.
   
1985
 
 
Voor het eerst wordt door onderzoek een gat in de ozonlaag boven Antartica ontdekt. Hiermee wordt de theorie van Paul Crutzen waarheid.
   
  1986
   
Oprichting van MeteoConsult B.V door de Nederlander Harry Otten, de weerman van de TV omroep. Een eerste uitbreiding gebeurde in 1993 naar Duitsland en in 1996 naar België. Het werd overgenomen in 2005 door de PA Group en werd in 2006 MeteoGroup genoemd.
Actueel heeft de groep ook kantoren in Frankrijk, Ierland, Italië, Zweden, Polen, Spanje, USA, UK en offshore-diensten met een 100 tal weermannen en een dienstverlening in negen talen.
   
1988
 
 
De NOS heeft nu ook in het 8-uur journaal een uitgebreide rubriek.
   
1988
 
 
Weerradar van het type WSR-88D geïmplementeerd in de Verenigde Staten. Weerbewakingsradar die verschillende modi gebruikt om zware weersomstandigheden te detecteren.
   
1990
 
 
Op de Nederlandse Teletekst begint KNMI-er Harry Geurts op pagina 717 de educatieve weerrubriek Nader Verklaard
   
1991
 
 
Op 30 maart wordt het eerste particuliere weercentrum in Nederland, dat van Jan Versteegt in Tolkamer, geopend door Jan Pelleboer..
   
1992
 
 
De nestor van de weermannen in Nederland en ooit meteoroloog bij het KNMI, Jan Pelleboer, overlijdt.
   
1992
 
 
Op augustus worden het zuiden van Florida en Louisiana getroffen door orkaan Andrew; deze veroorzaakt een schadepost van
50 miljard gulden, de meest kostbare orkaan in de USA.
   
1992
 
 
In september wordt met de oprichting van de LMG (Luchtmacht Meteorologische Groep) de LMC (Luchtmacht Meteorologisch Centrum, onderdeel van LVMG) en de LMS (Luchtmacht Meteorologische School) gefuseerd. De LMG vormt als klein en zelfstandig onderdeel het overkoepelende orgaan voor de weerkundige diensten binnen de krijgsmacht. De LMG is gezeteld op de vliegbasis Woensdrecht.
   
1992
 
 
Computers die voor het eerst in de Verenigde Staten worden gebruikt om oppervlakteanalyses te maken.
   
1993
 
 
De METAR, een weercodevorm voor de luchtvaart, wordt 1 juli drastisch gewijzigd.
   
1994
 
 
Steeds meer meteorologische instuten, zoals de DWD (Offenbach) stoppen om commerciële redenen met de distributie van uitgebreide weergegevens als verwachtingsmodellen en analyses per radiofax (facsimile).
   
1994
 
 
De NOS breidt de hoeveelheid zendtijd voor het weerbericht uit
   
1995
 
 
Het KNMI neemt in samenwerking met de Koninklijke Luchtmacht een eigen onweersdetectiesysteem in gebruik, SAFIR,
een Frans systeem
   
1995
 
 
Het Internet is in opmars. Steeds meer mensen ontdekken dat hier veel weerinformatie, zoals bijvoorbeeld satelietfoto's,
op te vinden is.
   
  1995
   
De Meteosat satelliet hant op een hoogte van 36.000 km van de aarde en stuurt elk half uur zijn waarnemingen door. Dit pluspunt maakt van hem dé meteorologische satelliet bij uitstek daar hij toelaat om atmosferische verschijnselen op grote en middelmatige schaal te
volgen waarvan de evolutie in de loop van de tijd heel snel kan veranderen.

Begin van de activiteiten van EUMETNET. Dit is een samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese nationale meteorologische
diensten die zich tot doel stelt om een gezamenlijke expertise uit te bouwen op het gebied van weer, klimaat, milieu en aanverwante activiteiten.
   
1996
 
 
Het KMI op Internet. Op de website kan u de meteorologische weersverslagen vinden alsook andere interessante rubrieken.
   
  04-12-1997
   
Op 4 december 1997 is het nieuwe radarsysteem officieel in gebruik genomen. De nieuwe radark geeft gedetailleerdere informatie over neerslag en ook wind in een groter gebied dan bij de oude radar. Dankzij nieuwe antennes die het afgelopen jaar in De Bilt en Den Helder
zijn geplaatst, kan nu niet alleen heel Nederland in kaart worden gebracht, maar wordt ook het weer boven een groot deel van
de Noordzee getoond. De nieuwe radars zijn uitgerust met Doppler-techniek, waardoor ze geschikt zijn om windsnelheden in buien te meten. Dit maakt het mogelijk om in de toekomst beter te waarschuwen voor zware buien met windstoten.
   
1997
 
 
De laatste in een serie satellieten van Meteosat, de Meteosat 7, wordt gelanceerd. Deze is thans nog voor Europa in gebruik en zal t.z.t worden vervangen door een nieuwe generatie satellieten, Meteosat Second Generation..
   
1997
 
 
De animaties en satellietfoto's bij het TV-weerbericht in de journaals bij de NOS hun intrede
   
  1997
   
Op 13 mei werd de NOAA-15 gelanceerd in vervolg van het TIROS-N programma. De NOAA-K heeft een sterk verbeterd instrumentarium.
Het TIROS-N programma loopt nog steeds.

De meeste satellietbeelden die we kennen komen van dit programma. Ze worden ook gebruikt voor het observeren van de ozonlaag en de temperatuur van het zeewater
   
1998
 
 
Het warmste jaar in de afgelopen duizend jaar wereldwijd. Gemiddeld wordt een temperatuur van 14,6 graden berekend en dat is maar
liefst 0,9 graden warmer dan het gemiddelde van 1856-1899. In Nederland is het op veel plaatsen een recordnat jaar met 1240 mm in De Bilt. Vooral de herfst was op veel plaatsen recordnat.
   
1998
 
 
Verbetering van technologie en software maakt eindelijk de digitale basis van satellietbeelden, radarbeelden, modelgegevens en oppervlaktewaarnemingen mogelijk, waardoor de kwaliteit van de oppervlakteanalyses in de Verenigde Staten wordt verbeterd
   
1998
 
 
CAMEX3, een NASA-experiment dat wordt uitgevoerd in samenwerking met NOAA's Hurricane Field Program, verzamelt gedetailleerde datasets over de orkanen Bonnie, Danielle en Georges.
   
  01-03-1999
   
Breitling Orbiter De Breitling Orbiter 3 was de eerste ballon die non-stop rond de wereld vloog. De geslaagde recordpoging van de ballonvaarders Bernard Piccard en Brian Jones eindigde in 1999 na 19 dagen en 21 uur. De ballon landde veilig in de Egyptische woestijn na haar vlucht van 45.755 kilometer. De Breitling-ballon werd ontworpen door de Engelse expert Don Cameron.
De ballon was 55 meter hoog en woog bijna negen ton. De capsule was gemaakt van een materiaal dat was samengesteld uit carbonvezels
en kevlar. De piloten hadden tijdens de vlucht maar weinig bewegingsruimte, want de capsule was slechts 5 meter lang en 3 meter hoog.
De productietijd voor de capsule was een jaar. De ballon had een inhoud van 18.500 m3 helium.
   
1999
 
 
Een nieuw weerbedrijf, Weerbureau HWS (Holland Weather Services) gaat op 1 april van start. Dit is een gevolg van het feit dat
het KNMI zijn commerciële activiteiten op die datum beëindigt en daarmee overdraagt aan het nieuwe weerbedrijf in Soest.
   
1999
 
 
Een nieuw weerbedrijf, Weerbureau HWS (Holland Weather Services) gaat op 1 april van start. Dit is een gevolg van het feit dat
het KNMI zijn commerciële activiteiten op die datum beëindigt en daarmee overdraagt aan het nieuwe weerbedrijf in Soest.
   
2000
 
 
Orkaan Floyd veroorzaakt schrikfactor in sommige kuststaten en veroorzaakt een massale evacuatie van kustgebieden van Noord-Florida naar de Carolina's. Het komt aan land in North Carolina en resulteert in bijna 80 doden en $ 4,5 miljard aan schade, voornamelijk als gevolg van uitgebreide overstromingen.
   
  01-03-2002
   
OSCIAMACHY bevindt zich aan boord van de Europese milieusatelliet ENVISAT. Deze satelliet is in 2002 gelanceerd, vanaf Kourou in
Frans Guyana, in een baan over de Noord- en de Zuidpool op 800 km hoogte. SCIAMACHY meet zonnestraling in hoge resolutie nadat het door de aardatmosfeer is verstrooid en gereflecteerd in verschillende golflengten. SCIAMACHY heeft drie verschillende gezichtspunten: nadir, horizontale doorsnede, en zons- en maansverduisteringen. Samen kunnen ze distributieprofielen maken van gassen in de stratosfeer en soms troposfeer van spoorgassen en aerosols en kan bronnen van vervuiling en antropogene broeikasgassen heel nauwkeurig en met een hoge ruimtelijke resolutie in kaart brengen.
   
25-04-2002
 
 
High Performance Technologies maakt in een press release bekend dat het voor de Amerikaanse NOAA (National Oceanic and Atmosheric Administration) een Linux supercomputer heeft gebouwd met 276 nodes, draaiend op Alpha processors. Het hele cluster kostte 15 miljoen dollar en zal ingezet worden bij weersvoorspellingen.
   
29-08-2002
 
 
Op 29 augustus om 00.45 uur Ned. zomertijd werd vanaf de basis bij Kourou (Frans-Guyana) de eerste van een nieuwe serie van weersatellieten gelanceerd, de MSG-1 (Meteosat Second Generation). Deze zullen de verouderde Meteosats vervangen
   
28-11-2002
 
 
Op 28 november om 12.15 utc (13.15 uur Ned. tijd) ontving het Duitse Eumetsat de eerste beelden van de moderne geostationaire
weersatelliet MSG-1 (Meteosat Second Generation). Elke 15 minuten kunnen we van deze satellieten beelden in maar liefst 12 verschillende kanalen ontvangen. Behalve dat is de resolutie van de beelden sterk verbeterd.
   
22-9-2003
 
 
In de ochtend van 22 september overleed de bekende Belgische weerman Armand Pien in zijn woonplaats Hoeilaart. Hij stierf aan de
gevolgen van een hartaanval. De meeste bekende weerman van Belgie werd 83. Hij kwam voor het eerst op televisie in 1953 bij de BRT. In 1985 ging hij met pensioen bij het KMI. Pas op 31 augustus 1990 presenteerde hij voor de BRT zijn laatste weerpraatje. Hij verzorgde ruim 5.000 weerpraatjes op televisie en 3.000 op de radio.
   
2004
 
 
Een recordaantal orkanen treft Florida in één jaar tijd, Charley , Frances , Ivan en Jeanne
   
15-07-2005
 
 
Op 15 Juni gaat Meteo-Julianadorp officieel van start.
   
22-05-2005
 
 
Op 22 juni 2005 overleed in zijn woonplaats Bilthoven op 92 jarige leeftijd oud KNMI-meteoroloog Klaas Rien Postma. Belangrijk was zijn rol als één van de verantwoordelijke meteorologen bij de Watersnoodramp van 1953. Hij zag de ramp ruim op tijd aankomen en heeft samen met collega meteoroloog dr. H. Bijvoet alles in het werk gesteld om een van de twee Hilversum radiozenders, die toen nog geen nachtuitzendingen hadden, tijdens de rampnacht speciaal in de lucht te houden. Die mogelijkheid werd hen die nacht ontnomen hetgeen in de weerkamer een ontzettend gevoel van onmacht gaf..
   
  28-08-2005
   
Katrina wordt gezien als de dodelijkste en meest vernietigende Atlantische orkaan van het orkaanseizoen in 2005. De orkaan trok op
28 augustus 2005 over de zuidelijke staten Louisiana en Mississippi, waarbij de steden New Orleans en Biloxi zwaar getroffen werden.
Tijdens de orkaan en de daarop volgende overstromingen overleden ruim 1.800 mensen, waardoor Katrina in de top vijf staat van dodelijkste orkanen uit de geschiedenis van de VS. Niet eerder richtte een natuurramp zoveel schade aan; de totale materiële schade bedroeg maar
liefst 81 miljard dollar.
   
  18-04-2006
   
Het KNMI krijgt de beschikking over een nieuwe supercomputer. Dankzij de nieuwe computer, een Altix 3700 van Silicon Graphics,
levert het regionale weermodel Hirlam voor weersverwachtingen op de korte termijn nog betere informatie op een kleinere schaal.

De nieuwe rekenserver van het KNMI, die 240 processoren telt, behoort tot de tien grootste van ons land. Hij wordt niet alleen gebruikt voor
de operationele weersverwachting maar ook voor onderzoek van weer en klimaat. Met dit nieuwe systeem kan het KNMI 1440 miljard berekeningen per seconde uitvoeren.
   
  22-08-2007
   
De TU Delft heeft een nieuwe weerradar in gebruik genomen, de “Drizzle Radar”. De zeer gevoelige radar kan zelfs fijne motregen waarnemen. Voor klimaatonderzoekers is dat een enorme aanwinst, waarmee ze internationaal de aandacht trekken. De radarantennes staan inmiddels boven op de 213 meter hoge KNMI-meetmast in Cabauw, bij Lopik. Vanaf deze plek moet de uiterst gevoelige radar, samen met de andere geavanceerde instrumenten van het CESAR observatorium (Cabauw Experimental Site for Atmospheric Research), een compleet beeld gaan geven van de wisselwerking tussen stof, wolken, regen en straling. Dit is nog altijd een van de minst begrepen factoren in klimaatmodellen.
   
  16-03-2012
   
Het KNMI heeft vandaag het vernieuwde computercentrum met de nieuwe supercomputer officieel in gebruik genomen. Hiermee beschikt
het KNMI over meer rekenkracht om de komende jaren flinke stappen vooruit te kunnen maken op het gebied van weersverwachtingen en klimaatonderzoek.

De BullX B500 heeft 4.752 cores, beschikt over een werkgeheugen van 9,5 terabyte ofwel 9.500 gigabyte en heeft een maximale verwerkingsnelheid van 58,2 teraflop. Hiermee beschikt het KNMI over een van de krachtigste en snelste supercomputers van Nederland. Daarbij is het een energiezuinig systeem waarbij waterkoeling wordt gebruikt.
   
  14-04-2016
   
http://public.meteorage.com/euclid/euclid_last_lightnings.gif
Het KNMI heeft deze maand een nieuw meetsysteem, Météorage genaamd, in gebruik genomen waarmee blikseminslagen beter dan ooit kunnen worden gemeten. Het Météorage systeem biedt een betere geografische dekking en een nauwkeurigere plaatsbepaling van inslagen dan het oudere Flits bliksemmeetsysteem dat het KNMI tot voor kort in gebruik had. Het meetsysteem wordt ook in andere landen gebruikt zodat de bliksemactiviteit over een groot gebied beter vergelijkbaar is dan met het vorige meetsysteem dat alleen in Nederland en België werd gebruikt. Ook maakt het nieuwe bliksemmeetsysteem beter onderscheid tussen ontladingen die zich tussen de wolken voordoen en ontladingen die op aarde inslaan. Voor de veiligheid en de KNMI-weerwaarschuwingen zijn met name de blikseminslagen van belang.
   
  19-10-2016
   
Het KNMI vernieuwt zijn neerslagradars. De radar in Herwijnen komt dan in de plaats van de radar die op de toren van in De Bilt staat, die uitgeschakeld wordt Door de vele hoogbouw in de naaste omgeving is het zicht aan de horizon minder geworden en voldoet deze radar niet meer aan de eisen die het KNMI stelt. De nieuwe radars in Herwijnen en Den Helder gaan deel uitmaken van het Europese radarnetwerk
zodat de informatie over de neerslag uitgewisseld kan worden met de omringende landen. De radars zijn uitgerust met de nieuwste
technieken waardoor de buien gedetailleerder kunnen worden gevolgd en zijn in staat om neerslagsoort en nerslagintensiteit nog
beter te onderscheiden.
   
  106-09-2019
   
Stormen waarvoor het KNMI een code oranje of rood voor windstoten uitgeeft, krijgen sinds 2019 een naam. In sommige gevallen kan een storm ook bij code geel een naam krijgen. Veelgestelde vragen over de naamgeving van stormen. De helft van de Nederlanders (52%) is voorstander van naamgeving van een storm, boven het omschrijven van een storm zonder naam (30%). Dit blijkt uit recent onderzoek naar onze weerwaarschuwingen, al is het te vroeg om na één seizoen al conclusies te trekken. Uit onderzoek in Groot-Brittannië blijkt dat naamgeving van stormen het bewustzijn van gevaarlijk weer verhogen, een consistente boodschap aan het publiek geeft en mensen ertoe aanzet actie te ondernemen om schade en letsel te voorkomen. Het benoemen van stormen door het KNMI kan de communicatie van naderend gevaarlijk weer via de media en andere overheidsinstanties helpen.
  Bronnen: Het wonderlijke weerKNMI, KMI, Wikipedia, Timeline of metorology, Science learning Hub
web design florida