Fijnsftof ( PM10) Verwachting
ug/m3 0 10 20 30 40 60 80 100 160 200
  Fijn stof betreft alle deeltjes in de lucht kleiner dan 10 micrometer. Fijn stof is afkomstig van het verkeer, veehouderijen, verbrandingsprocessen (bijv. industrie) en natuurlijke bronnen (bijv. zeezout). Primair fijn stof is direct door menselijke activiteiten in de atmosfeer gebracht. Het deel van de fijnstofconcentratie dat in de lucht wordt gevormd, wordt secundair fijn stof genoemd. PM10 is één van de stoffen die bijdraagt aan smog.  
  Fijn stof wordt vaak afgekort tot PM, wat afkomstig is van de Engelse afkorting voor 'Particulate Matter'.
Naast PM10 (fijn stof kleiner dan 10 µm) komt er ook steeds meer aandacht voor PM2,5, fijnstof kleiner dan 2,5 µm. Deeltjes kleiner dan 0,1 µm worden aangeduid als ultra fijnstof (UFP).
 
   Voor PM10 is er een jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 die niet mag worden overschreden en er is een etmaalgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 die niet meer dan 35 keer per jaar mag worden overschreden. De jaarlijkse grenswaarde wordt in Nederland zelden overschreden. De etmaalgemiddelde grenswaarde wordt vooral in
de omgeving van veehouderijen overschreden
 
 
Men kan klachten voorkomen of verminderen door zich in de middag en vroege avond niet langdurig in de buitenlucht in te spannen. In deze uren is de concentratie van ozon het hoogst. Op dit moment is nog onduidelijk of ozon de longen en de slijmvliezen blijvend kan beschadigen.
 
De grenswaarde voor het 8-uursgemiddelde ligt op 120 µg/m3. Bij een waarde lager dan 40 µg/m3 is er geringe ozonverontreiniging. Bij waarden tussen 40 en 100 µg/m3 is er sprake van een matige ozonconcentratie en bij concentraties groter dan 100 µg/m3 ernstige ozonverontreiniging.