Ozon is een gas dat ontstaat
uit een reactie tussen
allerlei
luchtverontreinigende
stoffen onder invloed van
zonlicht. Hierdoor komen
verhoogde ozonniveaus
eigenlijk alleen in het
voorjaar en in de zomer
voor, omdat in de andere
seizoenen de zonne-invloed
te gering is om ozon te
laten ontstaan.
Net als voor fijn stof geldt
dat mensen die of relatief
veel lucht inademen zoals
kinderen en sporters en
mensen die zwaar lichamelijk
werk in de buitenlucht doen
een verhoogde kans hebben om
last te ondervinden van
ozon. Daarnaast is bekend
dat ook ouderen eerder last
kunnen krijgen van de
irriterende werking van
ozon.
Bij geringe smog door ozon
kunnen alleen mensen die
extra gevoelig zijn voor
ozon, ouderen en kinderen al
klachten krijgen. Bij hogere
ozonniveaus (matige smog )
kunnen gezondheidseffecten
ook optreden bij mensen die
zich inspannen in de
buitenlucht en bij mensen
met ziekten aan de
luchtwegen. Nog hogere
smogniveaus veroorzaken een
toename van de ernst van de
effecten bij een groter deel
van de bevolking en een
toename van de klachten bij
de risicogroepen
Men kan klachten voorkomen
of verminderen door zich in
de middag en vroege avond
niet langdurig in de
buitenlucht in te spannen.
In deze uren is de
concentratie van ozon het
hoogst. Op dit moment is nog
onduidelijk of ozon de
longen en de slijmvliezen
blijvend kan beschadigen.
De grenswaarde voor het
8-uursgemiddelde ligt op 120
µg/m3. Bij een waarde lager
dan 40 µg/m3 is er geringe
ozonverontreiniging. Bij
waarden tussen 40 en 100
µg/m3 is er sprake van een
matige ozonconcentratie en
bij concentraties groter dan
100 µg/m3 ernstige
ozonverontreiniging.